Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO1323

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
31-08-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
200.060.231
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

voornaamswijziging

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2011/16 met annotatie van P. Vlaardingerbroek
RFR 2011/18

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.060.231

(zaaknummer rechtbank 185208 / FA RK 09-11263)

beschikking van de familiekamer van 31 augustus 2010

op het verzoek van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen "verzoekster",

advocaat: mr. Ch. L. van den Puttelaar te Rotterdam,

waarbij als belanghebbende is aangemerkt:

De Advocaat-Generaal in het Arrondissement Arnhem,

verder te noemen “de Advocaat-Generaal”.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Arnhem van 22 december 2009, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 19 maart 2010, is verzoekster in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking. Zij verzoekt het hof die beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen en haar alsnog toestemming te verlenen aan haar voornaam Tatjana toe te voegen de voornaam Joëlle, zodat de voornamen van verzoekster zullen luiden “Tatjana Joëlle”.

2.2 De Advocaat-Generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft binnen de gestelde termijn geen verweerschrift ingediend.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 8 juli 2010 plaatsgevonden. Verzoekster is in persoon verschenen bijgestaan door haar advocaat. De Advocaat-Generaal is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2.4 Ter mondelinge behandeling heeft de advocaat van verzoekster een pleitnota met daarbij een productie overgelegd. Het hof heeft daarop beslist dat op die productie acht wordt geslagen, omdat deze kort en eenvoudig te doorgronden is.

3. De vaststaande feiten

3.1 Verzoekster is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Bij haar geboorte had verzoekster het mannelijk geslacht en is haar de voornaam Jan gegeven. Verzoekster heeft een geslachtswijziging ondergaan. In 1992 is bij beschikking van de rechtbank de wijziging gelast van de vermelding van het geslacht van verzoekster in het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] van het jaar [geboortejaar] onder nummer [...]. Daarnaast heeft de rechtbank de wijziging van de voornaam gelast, in die zin dat haar voornaam is gewijzigd van Jan in Tatjana. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] heeft op 12 augustus 1992 deze beide wijzigingen in het geboorteregister vermeld.

3.2 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank 14 april 2009, heeft verzoekster de rechtbank verzocht haar toestemming te verlenen om haar voornaam “Tatjana” te wijzigen in die zin dat hieraan “Joëlle”als tweede voornaam wordt toegevoegd, zodat verzoekster als voornamen heeft “Tatjana Joëlle”. In eerste aanleg heeft het openbaar ministerie zich tegen het verzoek verzet omdat er sprake zou zijn van alleen een persoonlijk belang en niet van een voldoende zwaarwichtig belang bij toewijzing. Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank dat verzoek afgewezen.

4. De motivering van de beslissing

4.1 Verzoekster stelt dat de rechtbank in de bestreden beschikking ten onrechte heeft geoordeeld dat zij onvoldoende zwaarwegend belang heeft bij wijziging van haar voornaam. Daarnaast heeft de rechtbank volgens verzoekster het recht op de eigen identiteit op grond van artikel 8 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens (EVRM) miskend.

4.2 Ingevolge artikel 1:4 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De vraag wanneer er sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Naar het oordeel van het hof biedt evenwel de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een aantal bruikbare aanknopingspunten.

4.3 Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder het begrip privéleven en familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM (Guillot v. Frankrijk, rov. 21, EHRM 24 oktober 1996, NJ 1997, 324). Niet iedere regulering houdt ook een inmenging in; zeker een weigering om een voornaam aan te vullen kan niet zonder meer als ongeoorloofde inmenging worden aangemerkt (Stjerna v. Finland, EHRM 25 november 1994, series A no 299-B, rov. 38). Steeds dient in dit verband onderzocht te worden of er sprake is van een “fair balance” tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog kan worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt (o.a. Evans v. het Verenigd Koninkrijk, EHRM [GC] 10 april 2007, no. 6339/05, rov. 75 en Johansson v . Finland, EHRM 6 september 2007, no. 10163/02 rov. 29). Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak/overlast (“the degree of inconvenience”) die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren. (vgl. de hiervoor bedoelde uitspraak van het EHRM Guillot v. Frankrijk, rov. 23 e.v. en Salonen v. Finland, Europese Commissie voor de Rechten van de Mens, 2 Juli 1997, no. 27868/95).

4.4 Verzoekster heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep aangevoerd dat zij de naam “Joëlle” aan haar voornaam wil toevoegen omdat dit voor haar maatschappelijk functioneren nodig is. De voornaam Tatjana heeft zij indertijd met hulp van haar inmiddels overleden vriendin Joëlle gekozen omdat zij door haar eigen familie altijd Tat werd genoemd. De moeder van verzoekster heeft pas recent aan verzoekster verteld dat “Tat” een verbasterde vorm was van “dat” en dat verzoekster zo werd aangeduid omdat zij een ongewenst kind was. Daardoor heeft de naam Tatjana voor haar een negatieve lading gekregen, die volgens verzoekster kan worden afgevlakt door de toevoeging van de voornaam Joëlle aan haar voornaam omdat dit de emotionele hinder die zij van de naam Tatjana ondervindt zal verminderen. Daar komt bij dat zij de naam wil toevoegen om haar identiteit compleet te maken. Het is volgens verzoekster niet enkel een eerbetoon aan haar overleden vriendin. Verzoekster voert aan dat zij na het overlijden van haar vriendin Joëlle voor het eerst haar identiteit heeft ontdekt. De naam Tatjana past haar niet en dient te worden rechtgetrokken met de naam Joëlle. Zij wil dat deze naam ook zo in de registers wordt vermeld, omdat zij daarmee erkend wordt. Ze voelt zich ook Tatjana Joëlle. Verzoekster geeft aan dat dit geen gril is, maar een verzoek om haar identiteit vast te leggen. Verzoekster heeft ter onderbouwing van haar standpunt een tweetal verklaringen overgelegd, een van haar huisarts en een van een specialist ouderengeneeskunde van De Gelderse Roos.

4.5 Het hof stelt enerzijds vast dat de naam van verzoekster op haar eigen verzoek is gewijzigd in Tatjana in 1992, nadat zij een geslachtsverandering had ondergaan. Thans wenst zij die naam aan te vullen om persoonlijke redenen. Niet is gebleken van objectieve factoren die maken dat het aannemelijk is dat verzoekster hinder van haar huidige zelfgekozen voornaam ondervindt, bijvoorbeeld doordat deze naam bij derden bepaalde (negatieve) associaties is gaan oproepen. Alleen de subjectieve beleving van verzoekster maakt dat haar huidige voornaam haar hindert en dat zij haar voornaam wil aanvullen met een tweede naam. Verder is ter zitting gebleken dat zij inmiddels die tweede naam ook gebruikt en ook dat zij bij verschillende instanties geregistreerd staat met de voorletters “TJ”. De hinder die zij in het dagelijkse leven ondervindt van het feit dat zij niet onder de naam “Tatjana Joëlle” in het geboorteregister is geregistreerd, is dus beperkt.

Anderzijds volgt uit de verklaring van de huisarts van verzoekster, [...], van 30 maart 2010 dat de door verzoekster verzochte naamswijziging een positieve en stuwende kracht kan zijn bij het hervinden en behouden van haar psychisch evenwicht. Dit wordt bevestigd in de verklaring van de specialist ouderengeneeskunde, [...], van 31 maart 2010. Het hof begrijpt hieruit dat verzoekster nog steeds psychisch lijdt onder de omstandigheid dat haar dierbare vriendin is overleden en dat de toevoeging van de naam “Joëlle” mogelijk kan bijdragen het verlies van haar vriendin te verwerken. Gelet het voorgaande en de vastbeslotenheid van verzoekster bij haar verzoek acht het hof de door verzoekster aangevoerde gronden en daarmee haar persoonlijk belang voldoende zwaarwichtig voor een wijziging van de voornaam. Het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van naamconsistentie, ook gelet op de huidige inrichting van de publieke administratie die veelal werkt met het burgerservicenummer, weegt hier onvoldoende tegen op. De door verzoekster gewenste voornaam is bovendien niet ongepast in de zin van artikel 1:4 lid 2 BW en stemt evenmin overeen met een bestaande geslachtsnaam. Het hof zal het verzoek van verzoekster daarom toewijzen.

4.6 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikking, te vernietigen.

5. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Arnhem van 22 december 2009 en opnieuw beschikkende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats] de voornaam van “Tatjana”, geboren in de gemeente [geboorteplaats] op [geboortedatum], te wijzigen in “Tatjana Joëlle”;

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking doet toekomen aan voormelde ambtenaar van de burgerlijke stand.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.A.M. Vaessen, C.W.P. van Gelder en M.H.H.A. Moes, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 31 augustus 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.