Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BO0970

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
18-10-2010
Datum publicatie
18-10-2010
Zaaknummer
24-000639-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake het met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en met als bijzondere voorwaarde - onder meer - verplicht reclasseringstoezicht. Verdachte heeft door zijn handelen op grove wijze misbruik gemaakt van de positie die hij als volwassene en huisvriend innam ten opzichte van het slachtoffer. Het hof houdt er rekening mee dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000639-10

Parketnummer eerste aanleg: 07-400139-09

Arrest van 18 oktober 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 februari 2010 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1983] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. W.M. Bierens, advocaat te Assen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, een maatregel opgelegd en op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep d.d. 20 augustus 2010 en 4 oktober 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met als bijzondere voorwaarden:

- verplicht reclasseringstoezicht;

- een contactverbod met [benadeelde] en haar familie;

- een locatieverbod voor de gemeente [gemeente].

Voorts heeft zij gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ad € 3.800,- geheel zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 april 2009 in de gemeente [gemeente], met [benadeelde], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], hebbende verdachte

- zijn vinger(s) in en/of tegen de vagina van [benadeelde] gebracht en/of gedrukt en/of geduwd, en/of

- de vagina van [benadeelde] gelikt, en/of

- [benadeelde] gevraagd met haar hand(en) zijn penis vast te houden en/of op en neer te bewegen en/of af te trekken, en/of

- [benadeelde] gevraagd heeft hem te pijpen, en/of

- zijn penis in de mond van [benadeelde] gebracht/geduwd, en/of

- de borst(en) van [benadeelde] met zijn hand(en) aangeraakt en/of vastgepakt;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 april 9 te gemeente [gemeente], met [benadeelde], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit - het brengen en/of drukken en/of duwen van zijn vinger(s) tegen de vagina van [benadeelde] gebracht, en/of

- het likken van de vagina van [benadeelde], en/of

- het vragen aan [benadeelde] om met haar hand(en) zijn penis vast te houden en/of op en neer te bewegen en/of af te trekken, en/of

- het vragen aan [benadeelde] om hem te pijpen, en/of

- het aanraken en/of vastpakken van de borst(en) van [benadeelde] met zijn hand(en).

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 april 2009 in de gemeente [gemeente], met [benadeelde], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde], hebbende verdachte

- zijn vinger(s) tegen de vagina van [benadeelde] gebracht en gedrukt, en

- de vagina van [benadeelde] gelikt, en

- [benadeelde] gevraagd met haar hand(en) zijn penis vast te houden en op en neer te bewegen, en

- [benadeelde] gevraagd hem te pijpen en zijn penis in de mond van [benadeelde] gebracht, en

- de borsten van [benadeelde] met zijn handen aangeraakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Strafbaarheid

Omtrent verdachte is door drs. A.W. Sierksma, psycholoog, naar aanleiding van het ten laste gelegde feit een rapport d.d. 27 juli 2009 uitgebracht, welk rapport - zakelijk weergegeven - als conclusie inhoudt dat bij verdachte sprake is - en ook ten tijde van het ten laste gelegde was - van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens (persoonlijkheidsstoornis NAO met voornamelijk ontwijkende kenmerken). Verdachte dient volgens Sierksma als licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Voorts is omtrent verdachte door dr. T.W.D.P. van Os, psychiater, naar aanleiding van het ten laste gelegde feit een rapport d.d. 17 juli 2009 uitgebracht, welk rapport - zakelijk weergegeven - als conclusie inhoudt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis der geestvermogens (een depressieve stoornis met daarnaast mogelijk recent ontstaan alcoholmisbruik en nicotineafhankelijkheid) en een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens (een gemengde persoonlijkheidsstoornis met ontwijkende, afhankelijke en narcistische kenmerken). De depressieve stoornis met daarnaast mogelijk recent ontstaan alcoholmisbruik, benzodiazepineafhankelijkheid en nicotineafhankelijkheid waren niet aanwezig, dan wel niet bijdragend aan het ten laste gelegde. De persoonlijkheidsproblematiek was wel aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Verdachte dient volgens Van Os als licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden beschouwd.

Verdachte is tevens in het Pieter Baan Centrum onderzocht. Hieromtrent is door F.R. Kruisdijk, psychiater, en P.E. Geurkink, psycholoog, een rapport d.d. 5 februari 2010 uitgebracht, welk rapport - zakelijk weergegeven - als conclusie inhoudt dat als gevolg van verdachtes volhardende weigering deel te nemen aan het onderzoek de gestelde vragen niet kunnen worden beantwoord en geen advies in strafrechtelijke zin kan worden geformuleerd.

Gelet op de inhoud van voormelde rapporten kan het hof zich verenigen met de conclusies van de deskundigen Sierksma en Van Os dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

Nu niet is gebleken dat verdachte het ten laste gelegde in het geheel niet valt toe te rekenen en er ook anderszins geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht, acht het hof verdachte strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2007 tot en met 6 april 2009 meermalen, soms vergaande, seksuele handelingen gepleegd met [benadeelde], de dochter van huisvrienden. Deze handelingen hebben plaatsgevonden tussen haar negende en elfde levensjaar. Verdachte pleegde de handelingen zowel in zijn eigen woning als in de woning van de familie [naam], bij wie hij als goede huisvriend regelmatig over de vloer kwam.

Verdachte heeft door zijn handelen op grove wijze misbruik gemaakt van de positie die hij als volwassene en huisvriend innam ten opzichte van het slachtoffer. Hij heeft het vertrouwen dat [benadeelde] en haar ouders in hem stelden op ernstige wijze beschaamd.

Gedragingen als de onderhavige brengen, naar algemeen bekend is, ernstige schade toe aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van slachtoffers.

Uit de ter terechtzitting van het hof voorgelezen slachtofferverklaring en de door de moeder gegeven toelichting blijkt welke grote impact verdachtes handelen op het leven van [benadeelde] en haar naasten heeft gehad. De gevolgen van het misbruik zijn duidelijk merkbaar (somber, in zichzelf gekeerd, woedeaanvallen). [benadeelde] is in therapie gegaan, maar vanwege de problemen die dit gaf is de therapie gestopt. Verder blijkt uit de aanvullende verklaring van de ouders van [benadeelde] dat de verdachte het gezin onherstelbaar leed heeft toegebracht.

Bij de straftoemeting is in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 5 juli 2010 - niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Het hof houdt er ook rekening mee dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Door de Reclassering Nederland is op 30 september 2010 een adviesrapport over verdachte uitgebracht, welk rapport als advies inhoudt dat verdachte zich in het kader van een bijzondere voorwaarde onder toezicht zal stellen van de Reclassering en dat verdachte zal meewerken aan een behandeling bij het AFPN te Assen. Het hof neemt hierbij tevens in aanmerking het gelijkluidende advies tot een ambulante behandeling van verdachte, zoals verwoord in vorengenoemde rapporten van psychiater Van Os en psycholoog Sierksma. Verdachte heeft ingestemd met behandeling als hem die wordt opgelegd.

De op te leggen straf dient recht te doen aan de duur van het misbruik en de (kwetsbare) levensfase waarin [benadeelde] met het seksueel misbruik werd geconfronteerd. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is noodzakelijk als vergelding voor het leed dat verdachte haar heeft aangedaan.

Hoewel verdachte ter zitting van het hof zijn spijt omtrent de door hem bekende handelingen heeft betuigd, is het hof er niet van overtuigd geraakt dat verdachte ook werkelijk de verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen en het ongeoorloofde ervan inziet. Een langer voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf dan door de rechtbank is opgelegd en door de advocaat-generaal geëist, acht het hof dan ook noodzakelijk.

Gelet op het voorgaande is een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, passend en geboden. Het voorwaardelijke deel van de straf dient tevens om te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Het hof acht bovendien - evenals de reclassering - en mede op grond van het feit dat verdachte ter terechtzitting van het hof niet de indruk heeft gewekt dat hij intrinsiek gemotiveerd is om aan behandeling deel te nemen, de oplegging van een verplicht reclasseringstoezicht en behandeling bij de AFPN in het kader van een bijzondere voorwaarde aangewezen. Op deze wijze wordt verdachte in de gelegenheid gesteld om door middel van begeleiding en behandeling herhalingsgevaar te voorkomen.

In het belang van het slachtoffer zal het hof tevens een contact- en een locatieverbod gedurende de hierna vast te stellen proeftijd opleggen.

Hoewel verdachtes weigerachtige houding ertoe heeft geleid dat de drijfveren achter zijn strafbare gedrag niet met zekerheid konden worden vastgesteld, houdt het hof er ernstig rekening mee dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen, zoals bedoeld in artikel 14b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Gelet hierop zal het hof de proeftijd op drie jaren stellen.

Benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is van de zijde van verdachte niet weersproken. Derhalve kan deze worden toegewezen in voege als na te melden nu deze vordering het hof niet onredelijk voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2009 tot aan de dag van algehele voldoening.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof overweegt, dat op grond van het onderzoek ter 's hofs terechtzitting vaststaat, dat door het bewezenverklaarde feit aan het slachtoffer schade is toegebracht, waarvoor verdachte jegens genoemd slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Het hof stelt die schade vast op een bedrag van € 3.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2009 tot aan de dag van algehele voldoening. Aan verdachte zal derhalve de verplichting worden opgelegd tot betaling aan de Staat van voormeld geldbedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 36f en 244 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van tien maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van drie jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling, ook indien dit inhoudt het volgen van een behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord-Nederland (AFPN) te Assen, dan wel bij een andere, soortgelijke instelling, zulks zolang Reclassering Nederland of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht;

- dat de veroordeelde op geen enkele wijze (middellijk dan wel onmiddellijk) contact mag opnemen met het slachtoffer [benadeelde] en haar familie, noch in persoon, noch via (een) ander(en), noch telefonisch, per e-mail, per post of op andere wijze (contactverbod);

- dat de veroordeelde zich niet mag begeven in de gemeente [gemeente] (locatieverbod);

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van drieduizend achthonderd euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 2009 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van drieduizend achthonderd euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 april 2009 tot aan de dag van algehele voldoening, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van achtenveertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S. Zwerwer, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.

-