Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN9234

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-10-2010
Datum publicatie
04-10-2010
Zaaknummer
24-002228-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling, bedreiging en belediging van een politieambtenaar veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002228-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-031991-09

Arrest van 1 oktober 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1960] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. J. Vlug, advocaat te Deventer.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1

hij op of omstreeks 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Zuid, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in het gezicht, althans op/tegen het hoofd, heeft geslagen en/of gestompt, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2

hij op of omstreeks 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Zuid heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Pistool en ik maak je dood." en/of "Je bent dood, pistool en ik jou schieten.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3

hij op of omstreeks 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], brigadier(s) van politie, regio IJsselland district Zuid, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Lullo's" en/of "Cõnos" en/of "Klootzakken", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Zuid, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in het gezicht heeft geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden.

2

hij op 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Zuid heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Pistool en ik maak je dood" en "Je bent dood, pistool en ik jou schieten".

3

hij op 13 juni 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Zuid, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Lullo" en "Cono" en "Klootzak".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

mishandeling;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

3.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 13 juni 2009 schuldig gemaakt aan mishandeling van aangever [verbalisant 1], brigadier van politie. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van die [verbalisant 1] door naar hem "Pistool en ik maak je dood" en "Je bent dood, pistool en ik jou schieten" te roepen. Voorts heeft verdachte die [verbalisant 1] beledigd. De verdachte heeft door zijn handelen [verbalisant 1] in diens eer en goede naam aangetast en geen enkel respect getoond voor het gezag van deze politieambtenaar.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 juni 2010, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf van na te melden duur, passend en geboden is.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 57, 63, 266, 267, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. H.J. de Ruijter, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. H.J. de Ruijter buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.