Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN5769

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-08-2010
Datum publicatie
01-09-2010
Zaaknummer
21-004515-09
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2012:BW6184, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2012:BW6184
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoogerheide-zaak. Het Hof heeft in een tussenarrest beslist dat het onderzoek moet worden heropend voor het opmaken van een nieuw gedragskundig rapport, nu niet is gebleken dat de rapporteurs van het Pieter Baan Centrum in juni 2007 de beschikking hebben gehad over het complete opsporingsproces-verbaal met alle verklaringen van verdachte en getuigen, inclusief de audio- en audiovisuele opnames van de verhoren van verdachte. Daarnaast dwingt het tijdsverloop tot een nieuw rapport. De rapporteurs zullen tevens op een volgende zitting als deskundige worden gehoord.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004515-09

Uitspraak d.d.: 26 augustus 2010

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda van 6 september 2007 in de strafzaak tegen

VERDACHTE,

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

wonende te (woonplaats), (adres).

thans verblijvende in (detentieadres).

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is -na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad- gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 augustus 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden, mr. B.P. de Boer en mr T. de Bont, naar voren is gebracht.

Heropening van het onderzoek

De gedragsdeskundigen A., psychiater en B., psycholoog van het Pieter Baan Centrum (PBC) te Utrecht hebben in 2007 een onderzoek ingesteld naar de geestvermogens van verdachte en naar aanleiding daarvan een rapportage opgesteld, gedagtekend 21 juni 2007. In die rapportage staat op pagina 2 onder het kopje “Beschikbare en geraadpleegde stukken” vermeld:

- Pro Justitia-rapport van C., psycholoog, d.d. 21.3.2004;

- Dossier van Reclassering Nederland, locatie Den Haag, met daarin onder andere twee adviesrapportages d.d. 22.9.2004 en 12.12.2005, twee afloopberichten toezicht d.d. 30.11.2004 en 19.7.2006, een eindverslag van Stichting Exodus d.d. 25.3.2005 en een ontslagbrief van De Waag d.d. 5.12.2005;

- Consultbrief van D., psychiater, d.d. 4.12.2006;

- Penitentiair dossier.

Uit de schriftelijke weergave van het onderzoek van de rapporteurs A. en B. lijkt te kunnen worden afgeleid dat zij de beschikking hebben gehad over diverse processen-verbaal van verklaringen van verdachte, afgelegd na zijn aanhouding, en daarnaast ook over verklaringen van getuigen.

Het is het hof echter niet gebleken, nu ook in bovenstaande opsomming van beschikbare en geraadpleegde stukken daarvan geen melding wordt gemaakt, dat de rapporteurs de beschikking hebben gehad over het complete opsporingsproces-verbaal met alle verklaringen van verdachte en getuigen, inclusief de audio- en audiovisuele opnames van de verhoren van verdachte. Ook het openbaar ministerie kon hierover ter terechtzitting geen uitsluitsel geven.

Het hof acht het noodzakelijk dat alle verhoren van verdachte en getuigen in de rapportage van het Pieter Baan Centrum betrokken worden, inclusief genoemde opnames. Omdat dit naar het hof aanneemt niet is gebeurd bij de thans voorliggende rapportage van het Pieter Baan Centrum, zal het onderzoek heropend moeten worden. De audio- en audiovisuele opnames van de verhoren van verdachte zullen alsnog aan het dossier moeten worden toegevoegd.

Hierbij neemt het hof tevens in aanmerking dat er inmiddels meer dan drie jaar is verstreken sedert de dagtekening van het uitgebrachte PBC rapport. Ook dat tijdsverloop noopt tot een nieuw rapport.

Het hof heeft overwogen om verdachte in verband hiermee voor een tweede keer ter observatie te laten overbrengen naar het PBC. Het ziet daar echter van af, gelet op de mededeling van verdachte ter zitting dat hij nog steeds niet bereid is om medewerking te verlenen aan een gedragskundig onderzoek. Het hof merkt op dat de betreffende rapporteurs verdachte, indien en voorzover zij dat nodig achten in verband met de door hen uit te voeren onderzoeksopdracht, kunnen bezoeken op zijn detentieadres.

Het hof acht het noodzakelijk dat:

- de advocaat-generaal zal nagaan over welke stukken van het verdachte betreffende opsporingsdossier de rapporteurs A. en B. van het Pieter Baan Centrum te Utrecht de beschikking hadden op het moment dat zij over verdachte rapporteerden en dat de advocaat-generaal daarvan een op schrift gesteld overzicht aan het hof zal doen toekomen;

- de advocaat-generaal het Pieter Baan Centrum in het bezit stelt van de ordners I tot en met VI van het strafdossier en de aanvullende processen-verbaal van verhoren van verdachte, voorzover nog niet in het bezit van het Pieter Baan Centrum, en van de audio- en audiovisuele opnames van de verhoren van verdachte;

- dat deze opnames worden toegevoegd aan het dossier;

- de (eerdere) rapporteurs na bestudering van de genoemde stukken een nadere rapportage opstellen met betrekking tot de destijds gestelde onderzoeksvragen;

- de rapporteurs die bovenstaande opdracht uitvoeren, op een nader te bepalen tijdstip waarop de verdere inhoudelijke behandeling van de zaak zal plaatsvinden, als deskundige ter terechtzitting zullen worden gehoord.

Om de klemmende reden dat de onderzoekshandelingen naar verwachting niet binnen een maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan drie maanden worden geschorst.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel.

Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd maar voor niet langer dan drie maanden

Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.

Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadslieden van de verdachte.

Beveelt de oproeping van de beide rapporteurs van het Pieter Baan Centrum te Utrecht tegen het nog nader te bepalen tijdstip.

Beveelt de oproeping van de nabestaanden van het slachtoffer tegen het nog nader te bepalen tijdstip.

Aldus gewezen door

mr Y.A.J.M. van Kuijck, voorzitter,

mr M.L.H.E. Roessingh-Bakels en mr C. Caminada, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr H.J. Jansen, griffier,

en op 26 augustus 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.