Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN5519

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-08-2010
Datum publicatie
30-08-2010
Zaaknummer
24-002574-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof legt verdachte ter zake van diefstal, door middel van inklimming, op een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank, ziet het hof aanleiding om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Het hof heeft hierbij gelet op het tijdsverloop sinds het begaan van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheid dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister blijkt dat hij, na een kennelijk voor verdachte moeilijke periode in zijn leven in 2008, die zich heeft gekenmerkt door het plegen van een fiks aantal strafbare feiten, niet meer wegens vermogensmisdrijven met justitie in aanraking is geweest. Het hof ziet in laatstvermelde omstandigheden tevens aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002574-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-481124-07 (

Parketnummer tenuitvoerlegging: 07-602007-07

Arrest van 30 augustus 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 december 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 25 september 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand (gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een geldbedrag van (in totaal) 100 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [instantie], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 25 september 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand (gelegen aan de [straat]) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 100 euro, toebehorende aan [instantie], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een geldbedrag in de portiersloge van de [instantie] te [plaats]. Door inklimming heeft hij zich toegang tot de portiersloge verschaft en heeft hij vervolgens een geldbedrag uit een zich in het bureau bevindende geldlade meegenomen. Door zo te handelen heeft verdachte de abdij schade berokkend.

Onder de hiervoor omschreven omstandigheden is op basis van de landelijk geldende oriƫntatiepunten oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Gelet op het tijdsverloop sinds het begaan van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheid dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 26 mei 2010 blijkt dat hij, na een kennelijk voor verdachte moeilijke periode in zijn leven in 2008, die zich heeft gekenmerkt door het plegen van een fiks aantal strafbare feiten, niet meer wegens vermogensmisdrijven met justitie in aanraking is geweest. Het hof ziet hierin aanleiding om een gevangenisstraf van na te melden duur voorwaardelijk op te leggen.

Het hof ziet in laatstvermelde omstandigheden tevens aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen van de aan de veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 28 februari 2007 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de aan de veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 28 februari 2007 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kuiper als griffier.