Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN4018

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
10-08-2010
Datum publicatie
13-08-2010
Zaaknummer
200.057.368
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek van biologische vader om samen met moeder te worden belast met het gezag over hun kind afgewezen. Een door stiefvader met moeder eerder ingediend verzoek tot gezamelijk gezag eerst beoordeeld en toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 10 augustus 2010

Zaaknummer 200.057.368

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. J. Elte, kantoorhoudende te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. S.G.B.M. Schönhage, kantoorhoudende te Almere.

Het geding in eerste aanleg

Bij uitvoerbaar bij voorraad beschikking van 27 november 2009 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, bepaald dat het gezag over de minderjarige [het kind] (hierna: [het kind]), geboren op [1997] in de gemeente [woonplaats], voortaan mede aan de vader toekomt.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 15 februari 2010, heeft de moeder verzocht de beschikking van 27 november 2009 te vernietigen en het verzoek van de vader alsnog af te wijzen.

Bij verweerschrift, binnengekomen op de griffie op 31 maart 2010, heeft de vader het verzoek bestreden en verzocht appellante in haar beroepschrift niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel het beroepschrift van appellante af te wijzen, kosten rechtens.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken.

Op 9 juni 2010 is de minderjarige [het kind] gehoord door een raadsheer-commissaris.

Ter zitting van 9 juni 2010 is de zaak behandeld. Verschenen zijn de moeder, bijgestaan door mr. Elte, en de vader, bijgestaan door mr. Schönhage.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1. [het kind] is geboren uit de affectieve relatie die haar vader en moeder met elkaar hebben gehad. De vader heeft [het kind] erkend. [het kind] en haar moeder wonen sinds maart 2004 samen [de stiefvader] (hierna: de stiefvader) en zijn zoon [zoon van de stiefvader]. De stiefvader en de moeder zijn op [trouwdag] met elkaar gehuwd.

2. De vader heeft op 21 augustus 2009 zijn inleidend verzoekschrift ingediend, waarin hij de rechtbank heeft verzocht om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat hij gezamenlijk met de moeder belast wordt met het gezag over [het kind].

3. Bij de beschikking waarvan beroep heeft de rechtbank beslist als hiervoor vermeld onder het kopje "Het geding in eerste aanleg". Tegen deze beslissing is het hoger beroep van de moeder gericht.

De overwegingen van het hof

4. Op grond van artikel 1:253c BW kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten.

5. Echter, nu de stiefvader en de moeder voorafgaand aan het verzoek van de vader om samen met de moeder te worden belast met het gezag over [het kind] al eerder, te weten op 18 mei 2009, hadden verzocht om hen gezamenlijk met het gezag over [het kind] te belasten en zij tegen de beslissing van de rechtbank van 3 augustus 2009 op dit verzoek reeds op 2 november 2009 in beroep zijn gegaan, heeft het hof het beroep van de stiefvader en de moeder als eerst beoordeeld.

6. Het hof heeft het verzoek van de stiefvader en de moeder om hen gezamenlijk met het gezag over [het kind] te belasten toegewezen om redenen als vermeld in de beschikking met zaaknummer 200.047.419. Er is derhalve voor toewijzing van het gezag aan de vader geen plaats meer. Het verzoek van de vader dient te worden afgewezen.

Slotsom

7. Op grond van het voorgaande zal het hof beslissen als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beschikking waarvan beroep;

en opnieuw beslissende:

wijst af het inleidende verzoek van de vader om gezamenlijk met de moeder belast te worden met het gezag over [het kind].

Aldus gegeven door mrs. Melssen, voorzitter, Idsardi en Greve, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.