Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN3843

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
12-08-2010
Zaaknummer
24-002787-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte word terzake mishandeling van een politiefunctionaris in functie, belediging van twee politiefunctionarissen in functie, wederspannigheid, vernieling en overtreding van de Leerplichtwet veroordeeld tot een deels voorwaardelijke werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002787-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-450381-08

Arrest van 11 augustus 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 oktober 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1991] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], de [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven en een overtreding veroordeeld tot een straf en heeft de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen jeugddetentie, en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] geheel zal toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde], hoofdagent Regiopolitie IJsselland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, (met kracht) (met de vuist) in/op/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning (aan de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of woningbouwvereniging [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

3.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1], toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;

4.

hij op of omstreeks 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent Regiopolitie IJsselland en/of [verbalisant 2], brigadier Regiopolitie IJsselland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, hem/hen in diens/dier tegenwoordigheid de middelvinger heeft opgestoken, althans een daarop gelijkend gebaar en/of mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vuile zwarte kankerwout", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

5.

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2008 tot en met 30 september 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans in Nederland, (telkens), als jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling, te weten [school] te [plaats] staat ingeschreven, op grond van artikel 4a, eerste lid, niet heeft voldaan aan de verplichting het volledige onderwijsprogramma en/of het volledige programma van de combinatie van leren en werken te volgen, dat door die school of instelling wordt aangeboden;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 21 augustus 2008 tot en met 30 september 2008 te gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2], althans In Nederland als jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, terwijl hij als leerling aan een school, te weten [school] te [plaats] was ingeschreven, niet heeft voldaan aan de verplichting om overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, deze school geregeld te bezoeken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde], hoofdagent Regiopolitie IJsselland, gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, met kracht met de vuist in het gezicht heeft gestompt, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een woning aan de [adres], toebehorende aan woningbouwvereniging [bedrijf], heeft vernield;

3.

hij op 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1], toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van op heterdaad ontdekte strafbare feiten hadden aangehouden en hadden vastgegrepen teneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

4.

hij op 29 december 2008 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent Regiopolitie IJsselland en [verbalisant 2], brigadier Regiopolitie IJsselland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid naar [verbalisant 2] de middelvinger heeft opgestoken en mondeling aan [verbalisant 1] heeft toegevoegd de woorden "Vuile zwarte kankerwout";

5. primair.

hij in de periode van 21 augustus 2008 tot en met 30 september 2008 in de gemeente [gemeente 2], telkens als jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling, te weten [school] te [plaats] staat ingeschreven, op grond van artikel 4a, eerste lid, niet heeft voldaan aan de verplichting het volledige onderwijsprogramma en/of het volledige programma van de combinatie van leren en werken te volgen, dat door die school of instelling wordt aangeboden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

wederspannigheid;

eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

en de overtreding:

het als kwalificatieplichtige jongere de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Op 29 december 2008 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een viertal misdrijven. De buren van verdachte melden bij de politie dat er sprake is van geluidsoverlast van vanuit de naastgelegen woning. In reactie daarop vernielt verdachte een ruit van de woning van die buren. Als de politie ter plaatse komt om verdachte aan te houden, geeft verdachte hoofdagent van politie [benadeelde] een vuistslag in het gezicht, beledigt hij de politieambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en verzet hij zich hevig tegen zijn aanhouding.

Dit gewelddadig handelen van verdachte getuigt van een ernstig gebrek aan respect voor de wettelijke autoriteiten en het woongenot van zijn buren. Daarbij brengt hij schade toe aan het eigendom van de woningbouwvereniging.

Ook is sprake van ongeoorloofd schoolverzuim door verdachte gedurende de periode van ruim één maand.

Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Door de Raad voor de Kinderbescherming is op 15 januari 2009 een rapport opgemaakt omtrent de verdachte. In dat rapport staat onder meer beschreven dat verdachte diabetespatiënt is, bij zijn moeder woont, een fulltime baan heeft en niet meer naar school gaat. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert om een persoonlijkheidsonderzoek te laten uitvoeren. Verdachte heeft hier echter niet aan meegewerkt.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting op 28 juli 2010 aangevoerd dat bij de strafoplegging rekening gehouden dient te worden met het feit dat verdachte bij zijn aanhouding door de politie fors letsel heeft opgelopen.

Het hof deelt de opvatting van de raadsvrouw niet, omdat verdachte het letsel geheel aan zichzelf te wijten heeft. Verdachte immers wenste niet te worden aangehouden en heeft zich bij zijn aanhouding heftig en aanhoudend verzet. Gelet daarop zag de politie zich genoodzaakt geweld op de verdachte toe te passen teneinde zijn verzet te breken. Van niet-proportioneel geweld van de zijde van de politie is het hof niet gebleken.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de door de officier van justitie in eerste aanleg en de advocaat-generaal in hoger beroep opnieuw gevorderde straf een passende straf is. Daarom zal het hof aan verdachte een werkstraf van na te noemen duur opleggen.

Benadeelde partij [benadeelde]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Tegenover de onderbouwde vordering van de benadeelde partij is van de zijde van verdachte slechts aangevoerd dat de gestelde schade niet alleen het gevolg is geweest van het ten laste gelegde. Het hof is op basis van de onderliggende stukken van oordeel dat de gevorderde schade wel het gevolg is geweest van de bewezen verklaarde feiten. Derhalve kan de vordering worden toegewezen in voege als na te melden.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal tevens voormeld bedrag toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 4c en 26 van de Leerplichtwet 1969 en de artikelen 36f, 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg, 91, 180, 266, 267, 300, 304 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3, 4 en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tachtig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door veertig dagen jeugddetentie;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij [benadeelde], adres kiezende te [plaats] bij de Politie IJsselland, tot een bedrag van driehonderd euro;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van driehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], adres kiezende te [plaats] bij de Politie IJsselland;

beveelt dat vervangende jeugddetentie voor de duur van zes dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.H. Bosch, voorzitter, mr. K.E. Mollema en mr. H.J. Deuring, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier.