Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN3838

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-08-2010
Datum publicatie
12-08-2010
Zaaknummer
24-002788-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen een persoon veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie, met verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde, en een onvoorwaardelijke werkstraf. In het kader van het 'hamertjesmodel' heeft verdachte al een deel van de werkstraf verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002788-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-450138-09

Arrest van 11 augustus 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 november 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1992] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. K. Karakaya, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, heeft de vordering van de benadeelde partij deels toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof:

- verdachte ter zake het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot:

- een werkstraf van 60 uur subsidiair 30 dagen jeugddetentie en

- een voorwaardelijke jeugddetentie van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen en voorschriften van de William Schrikker Jeugdreclassering danwel een andere daartoe aangewezen reclasseringsinstelling;

- het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.450177-06 voorwaardelijk opgelegde werkstraf;

- de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 200,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 06 februari 2009 in de gemeente [gemeente] met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het [straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit het

- (hard) geven van een kopstoot op/tegen de neus van die [benadeelde] en/of

- meermalen, althans éénmaal, stompen/slaan en/of schoppen/trappen in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [benadeelde];

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 februari 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [benadeelde]) (hard) een kopstoot op/tegen de neus heeft gegeven en/of meermalen, althans éénmaal, in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of geschopt en/of getrapt, waardoor voornoemde [benadeelde] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 06 februari 2009 in de gemeente [gemeente] met anderen, op de openbare weg, het [straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde], welk geweld bestond uit het meermalen slaan en schoppen tegen het gezicht en het lichaam van die [benadeelde].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 6 februari 2009 in [gemeente] op het [straat] samen met drie andere jongens [benadeelde] tegen het lichaam en in het gezicht geslagen en geschopt. Zelfs toen [benadeelde] op de grond viel, bleven verdachte en zijn mededaders doorgaan met schoppen. Het uitoefenen van geweld is begonnen door de medeverdachte [medeverdachte]. Verdachte wist dat [medeverdachte] ten tijde van het plegen van het feit dronken was, omdat verdachte dat volgens eigen verklaring gezien had. Bovendien heeft de medeverdachte [medeverdachte] aangekondigd een jongen te gaan slaan. "Zomaar ". Desondanks is verdachte zijn medeverdachte gevolgd en heeft hij deelgenomen aan de openlijke geweldpleging. [benadeelde] heeft hierbij letsel opgelopen, te weten een bloedneus en kneuzingen. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dergelijk openlijk gewelddadig gedrag is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 april 2010, waaruit blijkt dat verdachte in 2007 door de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten. Aan verdachte is toen een deels voorwaardelijke werkstraf opgelegd, met een proeftijd van twee jaren. Deze veroordeling heeft verdachte er niet van weerhouden nogmaals over te gaan tot het plegen van een gewelddadig delict.

Het hof houdt eveneens rekening met de omtrent verdachte opgemaakte rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en de Jeugdreclassering, waaronder een verdachte betreffend rapport van de William Schrikker Jeugdreclassering van 7 september 2009. Uit laatstgenoemd rapport blijkt dat verdachte moeilijk om kan gaan met gevoelens van verdriet over zijn zieke zusje, dat hij makkelijk beïnvloedbaar en impulsief is. Volgens de Jeugdreclassering functioneert verdachte verder goed in het gezin en op school. De Jeugdreclassering adviseert om aan verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met daaraan gekoppeld een verplicht reclasseringscontact gedurende de proeftijd.

Gelet op de ernst van het feit en de recidive van verdachte is het hof met de officier van justitie, de kinderrechter en de advocaat-generaal van oordeel dat een voorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur noodzakelijk is. Het hof acht het in het belang van de verdachte dat hij zich in het kader van een bijzondere voorwaarde onder toezicht van de William Schrikker Jeugdreclassering danwel een andere reclasseringsinstelling (voor volwassenen) zal stellen. Tevens acht het hof een werkstraf van na te noemen duur op zijn plaats. Het hof acht het redelijk dat de reeds door verdachte in het kader van deze strafzaak aantal verrichte uren werkstraf in mindering wordt gebracht op de op te leggen werkstraf.

Benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De benadeelde partij vordert in totaal € 397,-- schadevergoeding, bestaande uit € 300,-- immateriële schade en € 97,-- materiële schade. De materiële schade heeft betrekking op bebloede kleding en schoenen. Er is bloed op de kleding van de benadeelde partij terechtgekomen door een kopstoot die buiten de bewezenverklaarde openlijke geweldpleging om aan de benadeelde partij is gegeven. Hiervan is verdachte vrijgesproken. Gelet op het vorenstaande zal het hof de vergoeding van de materiële schade niet toewijzen. Het hof stelt vast dat de immateriële schade € 200,-- bedraagt.

De vordering van de benadeelde partij kan derhalve worden toegewezen in voege als na te melden, vermeerderd met de wettelijke rente, met afwijzing van het meer of anders gevorderde, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Het hof zal tevens voormeld bedrag toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Vordering tenuitvoerlegging (parketnummer 07.450177-06)

Nu uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de bij vonnis van de kinderrechter van de rechtbank Zwolle- Lelystad d.d. 2 april 2007 gestelde proeftijd is geëindigd op 16 april 2009, terwijl de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de werkstraf van 20 uur, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vorengenoemd vonnis, dateert van 18 augustus 2009, is die vordering op grond van artikel 14g, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht te laat ingediend, zodat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in die vordering.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77gg en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van twee weken;

bepaalt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de William Schrikker Jeugdreclassering danwel de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van zestig uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door dertig dagen jeugddetentie;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van tweehonderd euro, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2009 tot aan de dag van algehele voldoening, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst af het door de benadeelde partij meer of anders gevorderde;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende jeugddetentie voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. K.E. Mollema en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier.