Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN2032

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-07-2010
Datum publicatie
21-07-2010
Zaaknummer
200.060.067/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof trekt eerdere beschikking voorlopige voorzieningen in op grond van gepleegd bedrog door de man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 1 juli 2010

Zaaknummer 200.060.067

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. S. van der Linden, kantoorhoudende te Harderwijk,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. B.P.G. Dijkers, kantoorhoudende te Almere.

Het procesverloop

Bij verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad (hierna kortheidshalve: de rechtbank), op 20 mei 2009, heeft de vrouw de rechtbank onder meer, voor zover hier van belang, verzocht om bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van het hof van 6 juni 2007 - op de voet van artikel 824 lid 2 Rv - in te trekken en te bepalen dat de man dientengevolge aan de vrouw een bedrag van € 14.225,18 dient te voldoen. Tevens heeft de vrouw daarbij verzocht de man te veroordelen in de volledige kosten van de procedure.

Bij verweerschrift, binnengekomen bij de genoemde rechtbank op 7 augustus 2009, heeft de man verweer gevoerd en daarin geconcludeerd als aan het eind van dat verweerschrift omschreven.

Bij beschikking van 2 maart 2010 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het wijzigingsverzoek en de zaak in zoverre, in de stand waarin het zich bevindt, doorverwezen naar dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken waaronder de brief van

4 december 2009 met bijlagen van mr. Van der Linden, de brief van 16 december 2009 met bijlagen, het faxbericht en de brief van 17 december 2009 met bijlagen, het faxbericht van 23 december 2009 en de brief met bijlagen van 10 mei 2010 van mr. Dijkers.

De zaak is behandeld ter zitting van het hof op 21 mei 2010. Partijen zijn daarbij veschenen, bijgestaan door hun advocaten.

De beoordeling

1. Partijen zijn op 7 juli 1992 in de gemeente Amerongen in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. De man heeft bij verzoekschrift van 10 mei 2006 de echtscheidingsprocedure ingeleid.

2. Bij beschikking van de rechtbank van 5 juli 2006 is bij wege van voorlopige voorziening - voor de duur van de echtscheidingsprocedure - bepaald dat de man met ingang van 13 juni 2006 een bedrag van € 1.927,- aan de vrouw dient te voldoen als bijdrage in haar levensonderhoud.

3. Bij beschikking van de rechtbank van 22 november 2006 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is voorts onder meer bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (naar later is gebleken 16 juni 2008) een bedrag van € 1.203,- per maand partneralimentatie aan de vrouw moet betalen.

4. Op 6 april 2007 heeft de man een verzoekschrift tot wijziging van de voorlopige voorziening zoals vastgesteld bij de beschikking van 5 juli 2006 ingediend. De man heeft daartoe gesteld dat zijn inkomen met ingang van 1 augustus 2006 is gewijzigd van € 5.000,- bruto per maand naar € 3.895,- bruto per maand. Naar achteraf is gebleken heeft de man zich daarbij opzettelijk bediend van vervalste stukken en leugenachtige verklaringen.

5. Bij beschikking van het hof van 6 juni 2007 heeft het hof het wijzigingsverzoek van de man van 6 april 2007 in zoverre toegewezen dat de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie met ingang van 1 januari 2007 is bepaald op

€ 1.535,- per maand. Op dat moment was nog niet bekend, althans nog niet vast komen te staan, dat de man zich had bediend van valse stukken en leugenachtige verklaringen aangaande zijn inkomen.

6. Bij beschikking van het hof Arnhem van 13 februari 2008 is de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking van 22 november 2006 en is voorts de partneralimentatie bepaald op € 1.268,- per maand met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, derhalve met ingang van

16 juni 2008. Daarbij heeft het hof Arnhem de stelling van de vrouw dat de man de loonstroken eigenhandig heeft aangepast, gepasseerd vanwege onvoldoende onderbouwing.

7. Bij het onderhavig verzoekschrift heeft de vrouw, naast het verzoek tot intrekking van de beschikking van 6 juni 2007 (de voorlopige voorzieningprocedure), tevens om wijziging van de beschikking van 13 februari 2008 (de bodemprocedure) verzocht. De vrouw heeft daartoe aangevoerd dat zij thans kan aantonen dat de man bedrog heeft gepleegd.

8. Bij de beschikking van de rechtbank van 2 maart 2010 heeft de rechtbank inhoudelijk beslist op het verzoek van de vrouw tot wijziging van de beschikking van 13 februari 2008 en de zaak voor wat betreft de bij wijze van voorlopige voorziening vastgestelde alimentatie en de verzochte intrekking van de beschikking van het hof van 6 juni 2007 doorverwezen naar dit hof.

De overwegingen van het hof

9. In deze procedure is in geschil de bij wijze van voorlopige voorziening vastgestelde alimentatie ten behoeve van de vrouw en meer in het bijzonder het verzoek van de vrouw om de beschikking van het hof van 6 juni 2007 in te trekken, waardoor de bij beschikking van 5 juli 2006 vastgestelde voorlopige bijdrage van € 1.927,- per maand voor de duur van de echtscheidingsprocedure (13 juni 2006 tot 16 juni 2008) herleeft en de man gehouden is om de eventueel te weinig betaalde alimentatie over die periode alsnog aan de vrouw te voldoen.

10. Ingevolge artikel 824 lid 2 Rv kan, voor zover hier van belang, een beschikking houdende voorlopige voorzieningen worden ingetrokken, indien de omstandigheden na dagtekening van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven.

11. Vast staat dat de man zich heeft bediend van valse stukken en leugenachtige verklaringen omtrent zijn inkomen teneinde een lagere voorlopige bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw te bewerkstelligen. De man heeft zulks, na te zijn geconfronteerd met de nodige bewijzen, uitdrukkelijk erkend. Nu het verzoek van de man van 6 april 2007 tot vermindering van de alimentatie juist op die onjuist gebleken inkomensvermindering was gebaseerd neemt het hof aan dat de beschikking van 6 juni 2007 niet gegeven zou zijn wanneer de man zich niet van dit bedrog had bediend.

12. Voor zover de man heeft betoogd dat de vrouw geen belang heeft bij haar intrekkingsverzoek, volgt het hof dat niet. Het gaat hier om een bij wijze van voorlopige voorziening vastgestelde bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw voor de duur van de echtscheidingsprocedure en niet valt in te zien waarom de vrouw in dit verband geen rechtens relevant belang zou hebben bij een herleving van de oorspronkelijk vastgestelde voorlopige bijdrage in haar levensonderhoud voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Dat de behoefte van de vrouw in de bodemprocedure inmiddels op een lager bedrag is vastgesteld maakt dat naar het oordeel van het hof gelet op de verschillende aard van de procedures niet anders, en dat de vrouw in de betreffende periode toch met de lagere alimentatie zou zijn rondgekomen - wat daar ook van zij - evenmin.

13. Het hof zal met het oog op de eisen van een goede procesorde voorbij gaan aan het eerst tijdens de mondelinge behandeling van het hof op 21 mei 2010 namens de man gedane (zelfstandig) verzoek om de in geding zijnde bij wijze van voorlopige voorziening vastgestelde alimentatie ten behoeve van de vrouw te wijzigen. De vrouw heeft daartegen bezwaar gemaakt en de man heeft ruimschoots de gelegenheid gehad om dat verzoek eerder te doen.

14. Nu vast staat dat de beschikking van het hof waarvan intrekking is verzocht niet tot stand zou zijn gekomen zonder het door de man gepleegde bedrog, ligt het verzoek van de vrouw tot intrekking van de beschikking van 6 juni 2007 voor toewijzing gereed.

15. Hoewel de vrouw het hof eveneens heeft verzocht te bepalen dat de man het als gevolg van deze intrekking te weinig betaalde bedrag aan voorlopige alimentatie, door de vrouw begroot op € 14.225,18, aan haar dient te voldoen, is het hof van oordeel dat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de achterstand te kunnen vaststellen.

16. Hetgeen partijen voor het overige over en weer hebben aangevoerd omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen leidt het hof niet tot een ander oordeel.

Proceskosten

17. Het hof ziet aanleiding om de man als de in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten van dit geding. De proceskosten van de vrouw worden,

naast het door de vrouw verschuldigde griffierecht, overeenkomstig het forfaitaire liquidatietarief begroot op € 904,- (tarief 2, eerste aanleg, 2 punten,

€ 452,- per punt: 1 punt voor het rekest en één voor de mondelinge behandeling van het hof).

De slotsom

18. Het voorgaande betekent dat het hof overeenkomstig het verzoek van de vrouw zijn eerdere beschikking van 6 juni 2007 zal intrekken met veroordeling van de man in kosten van de procedure.

De beslissing

Het gerechtshof

wijst het verzoek van de vrouw tot intrekking van de beschikking van dit hof van 6 juni 2007 toe en trekt die beschikking derhalve in;

veroordeelt de man in de kosten van het geding en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van de vrouw op € 208,- aan verschotten en op € 904,- aan salaris voor de advocaat, en bepaalt dat deze bedragen aan de griffier dienen te worden voldaan, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 lid 2 Rv.;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegevens door mrs. Garos, voorzitter, Bosch en Van Veen, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 1 juli 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.