Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN1463

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
24-002130-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijsoverweging. Verdachte wordt vrijgesproken van de hem ten laste gelegde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, nu verdachte geen (voorwaardelijk) opzet op dit gevolg heeft gehad. Verdachte heeft wel de aanmerkelijke kans aanvaard dat door zijn handelen bij het slachtoffer pijn zou worden veroorzaakt. Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002130-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-031556-09

Arrest van 9 juli 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1986] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.I.H. Schulte, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem onder subsidiair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - met inachtneming van de wijziging die door de eerste rechter is toegelaten - ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meerdere malen, in ieder geval éénmaal (met kracht)

- bij de keel/nek/hals heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) (in) de keel/hals/nek heeft (dicht)geknepen en/of

- op de grond heeft geduwd/gegooid en/of

- in/op/tegen het hoofd/gezicht en/of op/tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 december 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend zijn levensgezel, althans een persoon, [naam], meerdere malen, in ieder geval éénmaal (met kracht)

- bij de keel/nek/hals heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) (in) de keel/hals/nek heeft (dicht)geknepen en/of

- op de grond heeft geduwd/gegooid en/of

- in/op/tegen het hoofd/gezicht en/of op/tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Verdachte wordt primair - kort gezegd - verweten dat hij heeft gepoogd

[naam] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door haar bij de keel te grijpen, door haar te duwen en/of door haar tegen het hoofd althans het lichaam te trappen. Subsidiair is aan verdachte ten laste gelegd dat hij [naam] op deze wijze heeft mishandeld, waardoor zij letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Verdachte heeft weliswaar aangever [naam] meerdere malen met kracht op de grond geduwd, maar verdachte heeft hierbij niet het opzet gehad - ook niet in voorwaardelijke zin - om [naam] (zwaar) lichamelijk letsel toe te brengen of om haar pijn te doen, aldus de raadsvrouw.

Uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat verdachte aangever [naam] op 13 december 2008 meermalen met kracht op de grond heeft geduwd/gegooid. [naam] is hierbij telkens gevallen, waarbij zij - onder meer - met haar hoofd op of tegen de in de woonkamer aanwezige en van een glasplaat voorziene salontafel is terecht gekomen.

Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat een verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

Bovenomschreven gedragingen van verdachte zijn handelingen die naar het oordeel van het hof onder de gegeven omstandigheden niet van zodanige aard zijn dat deze zonder meer moeten worden geacht te zijn gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van het hem primair ten laste gelegde.

Mede gelet op de door verdachte ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven beperkte afmetingen van de betreffende woonkamer en het feit dat deze volgens verdachte vol stond met meubilair (waaronder een van een glasplaat voorziene salontafel), moeten de gedragingen van verdachte naar het oordeel van het hof worden geacht zozeer gericht te zijn geweest op het mogelijke gevolg dat bij [naam] - al dan niet als gevolg van een val op of tegen aanwezig meubilair - pijn zou worden veroorzaakt, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op dit gevolg heeft aanvaard. Van contra-indicaties is het hof in deze zaak niet gebleken.

Het hof acht het aan verdachte onder subsidiair ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 13 december 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend,

[naam], meerdere malen met kracht op de grond heeft geduwd/gegooid,

waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder subsidiair: mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 13 december 2008 de moeder van zijn kind mishandeld door haar op de grond te duwen/gooien. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn ex-partner en haar pijn gedaan.

Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 17 juni 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een strafbaar feit.

Hoewel het hof minder geweldshandelingen van verdachte bewezen heeft verklaard dan de rechter in eerste aanleg, zal het hof - met name gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit, mede in aanmerking genomen dat een en ander zich heeft afgespeeld in de relationele sfeer - een geheel onvoorwaardelijke werkstraf van na te melden duur aan verdachte opleggen. Het hof acht alles afwegende de door de advocaat-generaal gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware sanctie.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder subsidiair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zestig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. H. Heins en mr. P.W.M. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Huisman voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.