Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN1359

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-07-2010
Datum publicatie
15-07-2010
Zaaknummer
24-002149-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens belediging van politiefunctionarissen tot een week voorwaardelijke jeugddetentie. Vordering tot tenuitvoerlegging van drie weken voorwaardelijke jeugddetentie afgewezen.

Conform de vordering van de advocaat-generaal acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke straf, van welke aard dan ook, niet aangewezen, nu verdachte civielrechtelijk onder toezicht is gesteld en er een machtiging tot uithuisplaatsing is afgegeven aan welke machtiging inmiddels gevolg is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002149-09

Parketnummers eerste aanleg: 07-612188-09 en 07-614341-08 (vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Arrest van 5 juli 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1993] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zwiers, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een week jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van de jeugddetentie van drie weken, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 30 oktober 2008 van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad, zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 22 juni 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1], hoofdagent en/of [verbalisant 2], agent, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid (meermalen) mondeling heeft toegevoegd de woorden "mafkezen, jullie zijn psychisch gestoord" en/of "mafkees, je bent psychisch gestoord", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 22 juni 2009 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 1], hoofdagent, en [verbalisant 2], agent, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid meermalen mondeling heeft toegevoegd de woorden "mafkezen, jullie zijn psychisch gestoord" en "mafkees, je bent psychisch gestoord".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee politiefunctionarissen. Hij heeft daarmee een strafbepaling overtreden die (mede) dient ter bescherming van het ordentelijk functioneren van het politieapparaat. Zoals blijkt uit de maatschappelijke discussie die is ontstaan over toenemende agressie ten opzichte van degenen die publieke taken uitvoeren, is een dergelijke bescherming zonder meer noodzakelijk.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 19 maart 2010. Daaruit blijkt dat verdachte, zijn jeugdige leeftijd ten spijt, meermalen met politie en justitie in aanraking is gekomen ter zake van - met name - vermogensdelicten.

Uit het oogpunt van normhandhaving dient aan verdachte een straf te worden opgelegd.

Bij de bepaling van de aard en de hoogte daarvan heeft het hof, naast het vorenstaande, de inhoud van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 juni 2010 in aanmerking genomen en daarnaast, en met name, de ter terechtzitting van het hof van 21 juni 2010 door de stiefvader en de moeder van verdachte verstrekte aanvullende informatie. Daaruit blijkt dat verdachte beschikt over beperkte verstandelijke vermogens - zijn IQ is vastgesteld op 54 - en dat hij zich niet dan wel zeer moeizaam door anderen laat sturen. Een eerder opgelegde maatregel ITB Harde Kern heeft vooralsnog niet tot positieve resultaten geleid. Op 11 mei 2010 is door de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad een (civielrechtelijke) ondertoezichtstelling uitgesproken en een machtiging tot uithuisplaatsing afgegeven. Vanwege een (of meerdere) overtreding(en) van de in het kader van de ITB gemaakte afspraken is verdachte sedert twee weken opgenomen in een crisiscentrum, van waaruit wordt uitgekeken naar een voor hem meer geschikte residentiële plaatsing.

Gelet op deze omstandigheid is het hof van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke straf, van welke aard dan ook, thans geen te respecteren doel dient en het ingezette civielrechtelijke traject zou doorkruisen. Omdat verdachte er niettemin van doordrongen dient te worden dat zijn thans ter beoordeling staande gedragingen niet geoorloofd zijn en tot strafrechtelijke sancties leiden, zal het hof verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen van na te melden duur.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 07-614341-08)

Bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 oktober 2008 is veroordeelde veroordeeld tot (onder meer) drie weken jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 14 november 2008. De officier van justitie heeft gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf om reden, dat veroordeelde zich vóór het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het in de zaak met het parketnummer 07-612188-09 ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het bewezen verklaarde feit heeft begaan vóór het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, is de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in beginsel vatbaar voor toewijzing. De redenen die geleid hebben tot oplegging van een voorwaardelijke jeugddetentie van beperkte duur, zoals hiervoor onder "strafmotivering" nader uiteengezet, gelden echter naar het oordeel van het hof mutatis mutandis voor de beoordeling van de vraag of tenuitvoerlegging van deze jeugddetentie thans wenselijk en aangewezen is. Conform het standpunt van de advocaat-generaal beantwoordt het hof deze vraag ontkennend. De vordering tot tenuitvoerlegging van de drie weken voorwaardelijke jeugddetentie zal in het licht van de civielrechtelijke maatregelen worden afgewezen. Het hof merkt daarbij ten overvloede op dat de aan de voorwaardelijke jeugddetentie verbonden proeftijd door deze beslissing niet is be?indigd.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77dd, 77gg, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van één week;

beveelt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de drie weken jeugddetentie de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 30 oktober 2008.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. S.H. Wachter en mr. B.F. Keulen, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Keulen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.