Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BN0296

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-06-2010
Datum publicatie
05-07-2010
Zaaknummer
24-000658-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van winkeldiefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 dagen. Geen oplegging van de ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000658-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-440231-08 en 07-900003-07 (tul)

Arrest van 25 juni 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 10 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1956] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld, heeft een maatregel opgelegd en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 46 dagen, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft zij gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal afwijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 20 november 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met verstande dat:

hij op 20 november 2008 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere blikjes bier, toebehorende aan supermarkt [bedrijf].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 20 november 2008 blikjes bier gestolen in een [bedrijf] supermarkt in [plaats]. Verdachte heeft door zo te handelen inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van [bedrijf]. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert.

Uit het verdachte betreffende Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 10 juni 2010 (dat 15 pagina's beslaat) blijkt dat verdachte herhaaldelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, met name ter zake van (winkel)diefstallen. Verdachte voldoet aan de definitie van veelpleger en in verband daarmee is aan hem bij vonnis van de rechtbank Zwolle d.d. 26 oktober 2006 de ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar. Het onderhavige feit heeft verdachte gepleegd op de dag na zijn ontslag uit de ISD. De rechtbank heeft daarin aanleiding gezien aan verdachte wederom de ISD-maatregel op te leggen.

In het midden latend of aan de formele vereisten voor oplegging van een ISD-maatregel is voldaan, is het hof van oordeel dat een andere wijze van straffen thans passend en geboden is. Het hof constateert enerzijds dat verdachte meteen na be?indiging van de maatregel weer in de fout is gegaan, maar anderzijds moet worden vastgesteld dat hij sinds 20 november 2008 geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. En voorts is op grond van het onderzoek komen vast te staan dat verdachte serieus bezig is (geweest) om zijn leven een positieve wending te geven. Verdachte heeft zich op 6 april 2009 vrijwillig laten opnemen op de afdeling Neuropsychiatrie/Korsakov van Dimence te Zwolle en zal op korte termijn op de Korsakov-afdeling van een verpleeghuis in Hellendoorn worden geplaatst. Verdachte gebruikt geen alcohol meer. De positieve ontwikkeling in het leven van verdachte zou worden gefrustreerd indien aan verdachte een ISD-maatregel zou worden opgelegd of een vrijheidstraf van langere duur dan de hierna te melden gevangenisstraf.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, zal het hof - evenals door de advocaat-generaal is gevorderd - een gevangenisstraf van na te melden duur opleggen.

Tenuitvoerlegging (07-900003-07)

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 september 2007 is veroordeelde drie weken gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 2 jaren. Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 19 september 2007. De proeftijd is eveneens ingegaan op 19 september 2007. Deze liep tot en met 18 september 2009. De officier van justitie heeft d.d. 24 februari 2009 gevorderd dat last tot tenuitvoerlegging zal worden gegeven van voormelde gevangenisstraf, omdat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het bewezenverklaarde feit.

Nu gebleken is dat veroordeelde het bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, is het hof van oordeel dat in beginsel de tenuitvoerlegging kan worden gelast van voormelde gevangenisstraf. Het hof acht in dit geval echter geen termen aanwezig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf te bevelen en zal de vordering derhalve afwijzen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel gold ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zesenveertig dagen;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 4 september 2007 (07-900003-07).

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. H. Heins en mr. G.N. Roes, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier, zijnde mr. G.N. Roes buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.