Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM7194

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
10-06-2010
Zaaknummer
09/00163
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Griffierecht.

Hof matigt het verschuldigde griffierecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010/1689 met annotatie van Maat
FutD 2010-1431 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

nummer 09/00163

uitspraakdatum: 26 mei 2010

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het verzet van

Kerkgenootschap X te Z (hierna: belanghebbende)

tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gedane uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer van dit Hof van 1 september 2009 op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem, met kenmerknummer AWB 08/448.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1 De inspecteur van de Belastingdienst/Centrale administratie (hierna: de Inspecteur) heeft belanghebbende over het tijdvak 3 oktober 2006 tot en met 3 september 2007 een naheffingsaanslag in de motorrijtuigenbelasting opgelegd tot een bedrag van € 799, alsmede bij beschikking een verzuimboete van € 799.

1.2 Bij uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de naheffingsaanslag en de boete gehandhaafd.

1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 10 april 2009 ongegrond verklaard.

1.4 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft het hoger beroep bij de uitspraak van 1 september 2009, verzonden 14 september 2009, niet-ontvankelijk verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet is betaald.

1.5 Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof verzet aangetekend. Het verzetschrift is ter griffie van het Hof ontvangen op 26 oktober 2009.

1.6 Tot de stukken waarop het Hof bij de beoordeling van het verzet acht slaat, behoren het hogerberoepschrift, de op 26 juni 2009 ontvangen aanvulling daarvan, het verzetschrift van belanghebbende alsmede het van de Rechtbank ontvangen dossier dat op deze zaak betrekking heeft.

1.7 Het verzet is behandeld ter zitting van het Hof van 6 april 2010. Daarbij is verschenen en gehoord A, bestuurslid en gemachtigde van belanghebbende. De Inspecteur is met kennisgeving vooraf niet ter zitting verschenen.

2. Vaststaande feiten

2.1 Belanghebbende is een bij notariële akte van 8 juli 1996 opgericht kerkgenootschap. Belanghebbende heeft ongeveer tien leden. Zij heeft geen inkomen of vermogen, wel een schuld van ongeveer € 100.000 aan één van de leden.

2.2 De auto ter zake waarvan de onderhavige motorrijtuigenbelasting is geheven, heeft belanghebbende om niet overgedragen aan een garagehouder. De auto had op het moment van overdracht geen waarde meer.

2.3 Bij aangetekend schrijven van 9 juli 2009 heeft de griffier van het Hof belanghebbende bericht dat ter zake van de indiening van het hogerberoepschrift een griffierecht van € 447 verschuldigd is, dat het verschuldigde bedrag uiterlijk 6 augustus 2009 diende te zijn bijgeschreven op de in die brief vermelde rekening dan wel contant ter griffie diende te zijn betaald en dat bij niet tijdige betaling het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2.4 Belanghebbende heeft bij brief, door het Hof ontvangen op 4 augustus 2009, verklaard - kort gezegd - niet in staat te zijn het griffierecht te betalen en dat de regel dat het niet mogelijk is vermindering, kwijtschelding of uitstel van betaling van het griffierecht te krijgen, haar de toegang tot de rechter onmogelijk maakt. Zij heeft het griffierecht niet betaald.

3. Beoordeling van het verzet

3.1. De gemachtigde van belanghebbende voert in verzet aan, dat belanghebbende niet over de middelen beschikt om € 447 aan griffierecht te betalen, noch in staat is dergelijke middelen te verwerven. Diverse kleinere onkosten worden door individuele, veelal onbemiddelde leden betaald. Belanghebbende stelt dat de gang naar de rechter wordt belet, indien van haar geëist wordt, dat zij het volledige bedrag aan griffierecht betaalt. Maximaal kan een bedrag van € 100 worden betaald.

3.2 Het Hof ziet in de omstandigheden van het onderhavige geval - waarin mede een verzuimboete is opgelegd en waarin de financiële omstandigheden van belanghebbende zodanig zijn dat deze aan betaling van het volledige bedrag aan griffierecht in de weg staan - gezien in het licht van het in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden gewaarborgde recht op toegang tot de rechter, aanleiding het ter zake van de indiening van het hoger beroep verschuldigde griffierecht te verminderen tot op € 100.

Slotsom

Het verzet is gegrond.

De griffier van het Hof zal, nadat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan, van belanghebbende een griffierecht heffen van € 100.

Na betaling van het verschuldigde griffierecht zal de behandeling van het hoger beroep worden voortgezet in de stand waarin het zich op 1 september 2009 bevond.

5. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

6. Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. J.P.M. Kooijmans en mr. A.O. Lubbers, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2010.

De griffier, De voorzitter,

(A. Vellema) (R.F.C. Spek)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer)

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.