Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM7086

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-06-2010
Datum publicatie
08-06-2010
Zaaknummer
24-000695-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Algehele vrijspraak minderjarige verdachte.

Onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot bewezenverklaring te komen van het onder 1 ten laste gelegde, te weten poging zware mishandeling, bedreiging met zware mishandeling dan wel overtreding van artikel

5 WVW 1994.

Tevens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot bewezenverklaring te komen van het onder 2 ten laste gelegde, te weten poging tot zware mishandeling dan wel openlijk geweldpleging. Niet gebleken is dat verdachte zelf enige actieve gewelddadige handelingen heeft verricht. Evenmin blijkt dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft deelgenomen aan het geweld. De bijdrage van verdachte is niet uitgestegen boven het - op enig moment - leveren van een getalsmatige versterking - aan de groep waarvan openlijk geweld uitging. Derhalve geen sprake van voldoende significante of wezenlijke bedrage aan de openlijke geweldpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000695-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-420141-08

Arrest van 4 juni 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 5 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman J. Vlug, advocaat te Deventer.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, heeft een maatregel opgelegd en heeft voorts op de vordering van de benadeelde partij beslist alsmede op een vordering tot tenuitvoerlegging, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde zal vrijspreken en ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van dertig dagen met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tenuitvoerlegging zal toewijzen, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] zal toewijzen tot een bedrag van

€ 200,00 en het geschorste bevel voorlopige hechtenis zal opheffen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg is aan de verdachte ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2008 te/nabij [plaats 1], gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] (werkzaam als portier/beveiliger), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een bromfiets (scooter) daarmee rijdende op de weg, de [straat 1] en/of [straat 2] met hoge snelheid, althans een snelheid veel te hoog voor veilig verkeer ter plaatse en/of met gedoofde lichten naar/op en/of in de richting van die [slachtoffer 1] is ingereden en/of (vervolgens) (bijna) tegen die [slachtoffer 1] is aangereden en/of gebotst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2008 te/nabij [plaats 1], gemeente [gemeente 1], [slachtoffer 1] (werkzaam als portier/beveiliger) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend als bestuurder van een bromfiets (scooter) daarmee rijdende op de weg, de [straat 1] en/of [straat 2] met hoge snelheid, althans een snelheid veel te hoog voor veilig verkeer ter plaatse en/of met gedoofde lichten naar/op en/of in de richting van die [slachtoffer 1] is (in)gereden en/of (vervolgens) (bijna) tegen die [slachtoffer 1] is (aan)gereden en/of gebotst;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2008 in de gemeente [gemeente 1], als bestuurder van een voertuig (bromfiets, snorfiets/scooter), daarmee rijdende op de weg, de [straat 1] en/of [straat 2],

- met hoge snelheid, althans een snelheid veel te hoog voor veilig verkeer ter plaatse en/of

- (in de nachtelijke uren) heeft gereden zonder (voldoende) verlichting te voeren en/of

- zijn voertuig niet voortdurend onder controle heeft gehad immers is hij, verdachte op, althans in de richting van een persoon (te weten [slachtoffer 1]) gereden en/of (vervolgens) (bijna) tegen die persoon (aan)gereden en/of gebotst en/of (vervolgens) tegen een muurtje tot stilstand is gekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2.

hij op of omstreeks 13 april 2008 te/nabij [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer personen genaamd [slachtoffer 2] en/of [benadeelde], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- die [slachtoffer 2] één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of geduwd en/of

- een (drank)fles tegen/in de onderbuik, althans tegen/op het lichaam van die [benadeelde] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2008 te/nabij [plaats 2], gemeente [gemeente 2], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [straat 3], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [benadeelde], welk geweld bestond uit

- het met één of meer bromfietsen (scooters) blokkeren van het fietspad waardoor de aanrijdende groep waarin [slachtoffer 2] en/of [benadeelde] zich bevonden tot stoppen werd gedwongen en/of

- het één of meermalen (krachtig) slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen tegen/op het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 2] en/of

- het gooien van een (drank)fles tegen de onderbuik, althans het lichaam van die [benadeelde];

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 13 april 2008 te/nabij [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een of meer personen (te weten [slachtoffer 2] en/of [benadeelde])

- één of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd (van die [slachtoffer 2]) heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of geduwd en/of

- één (drank)fles tegen de onderbuik, althans tegen/op het lichaam (van die [benadeelde]) heeft gegooid, waardoor voornoemde [slachtoffer 2] en/of [benadeelde] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

Vrijspraak

Aan verdachte is onder 1 ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een poging zware mishandeling, subsidiair bedreiging met zware mishandeling en meer subsidiair overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot bewezenverklaring te komen van het onder 1 ten laste gelegde, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Aan verdachte is onder 2 ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling, subsidiair openlijk in vereniging geweld plegen en meer subsidiair het medeplegen van mishandeling.

Het hof acht eveneens niet bewezen hetgeen onder feit 2 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Het hof grondt deze beslissing op het volgende.

In de nacht van 12 op 13 april 2008 is er op de parkeerplaats van uitgaansgelegenheid [bedrijf] in [plaats 2] onenigheid tussen groepen jongeren. De jongeren worden weggestuurd door de beveiliging. Een groep jongens vertrekt op de fiets en even later worden zij voorbij gereden door een andere groep jongens op scooters. Deze groep blokkeert het fietspad zodat de groep fietsers moet stoppen. Er volgt een woordenwisseling tussen één jongen uit de ene groep en een jongen uit de andere groep. De jongen uit de groep op de scooters slaat vervolgens de jongen uit de andere groep. Daarna gaan andere jongens uit de groep op de scooters ook op aangever [slachtoffer 2] inslaan en schoppen. Vervolgens wordt er ook nog met een fles gegooid die een andere jongen uit de groep fietsers, aangever [benadeelde], raakt.

Verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan enig strafbaar feit. Meer in het bijzonder heeft de verdachte verklaard dat hij zich weliswaar na het uitgaan op enig moment heeft gevoegd bij de groep jongens op scooters maar dat hij geen directe toeschouwer is geweest van dit geweld noch zelf heeft deelgenomen aan het geweld dat heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft verklaard enkel getuige te zijn geweest van de klap die medeverdachte [medeverdachte] kreeg toen deze bij hem achter op de scooter zat.

Uit het strafdossier blijkt niet dat van verdachte zelf enige actieve gewelddadige handeling is uitgegaan jegens aangevers [benadeelde] en/of [slachtoffer 2]. Uit het strafdossier blijkt evenmin dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft deelgenomen aan het geweld dat jegens [benadeelde] en/of [slachtoffer 2] werd uitgeoefend.

De verklaring van medeverdachte [medeverdachte] die hij tegenover de politie heeft afgelegd waarin hij verklaard dat iedereen geslagen heeft behalve [naam], is naar het oordeel van het hof onvoldoende specifiek en vindt tevens geen ondersteuning in de overige verklaringen van de aanwezigen bij dit incident. Het hof merkt hierbij - ten overvloede - nog op dat noch aangever [benadeelde], noch aangever [slachtoffer 2] verdachte herkennen bij de fotoconfrontatie.

Op grond van vorenstaande kan niet worden bewezen dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het geweld en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte gericht was op een poging tot het - al dan niet in nauwe en bewuste samenwerking met anderen - plegen van zware mishandeling van aangever [benadeelde] en/of [slachtoffer 2]. Evenmin is komen vast te staan dat de bijdrage van de verdachte is uitgestegen boven het - op enig moment - leveren van een getalsmatige versterking aan de groep waarvan openlijk geweld uitging. Derhalve kan naar het oordeel van het hof - in tegenstelling tot hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd - niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging.

Voorts kan naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend worden bewezen dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte gericht was op het medeplegen van mishandeling.

Vordering van de benadeelde partij

Nu verdachte niet zal worden veroordeeld voor het onder 2 ten laste gelegde, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Vordering tenuitvoerlegging

Het hof zal de vordering van de officier van justitie, d.d. 9 februari 2009 tot tenuitvoerlegging van de werkstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 2 december 2005 afwijzen, aangezien verdachte niet wordt veroordeeld ter zake van het hem als voormeld ten laste gelegde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in zijn vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J. Slijper-Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. Slijper-Kuiper is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.