Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM6749

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
AVNR 528-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk op grond van art. 406 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Amsterdam

zitting houdende te

Arnhem

pkn: 16-513536-10

avnr: 000528-15

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

{verdachte},

geboren op 25 maart 1992,

verblijvende in de Justitiële Jeugdinrichting "De Rentray" te Lelystad.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Utrecht van 4 mei 2010, houdende de afwijzing van het ter terechtzitting gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr R. Veerkamp, advocaat te Utrecht, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 7 mei 2010.

OVERWEGINGEN:

Op grond van artikel 406 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering is geen hoger beroep opengesteld tegen een ter terechtzitting afgewezen verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. In raadkamer heeft de raadsman betoogd dat in weerwil daarvan toch, op grond van bepalingen uit het EVRM, een rechtsmiddel mogelijk zou moeten zijn. Het hof merkt daarover op dat het EVRM geen bepalingen bevat die het recht op hoger beroep tegen rechterlijke beslissingen toekennen. In aanvulling op het Verdrag is weliswaar in het Zevende Protocol, in artikel 2, een voorziening ten aanzien van rechtsmiddelen opgenomen, maar deze voorziening betreft in beginsel alleen (eind)uitspraken houdende veroordeling. Ten overvloede dient te worden opgemerkt dat Nederland dit Protocol (nog) niet heeft geratificeerd zodat bindende kracht daaraan niet kan worden toegekend. Waar, anders dan eveneens door de raadsman is gesteld, ook artikel 86, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering geen uitbreiding geeft aan het stelsel van rechtsmiddelen tegen tussenuitspraken, is geen andere conclusie mogelijk dan dat verdachte niet ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep tegen de onderhavige beslissing.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in artikel 80 e.v. van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gegeven op 2 juni 2010 door mrs C. Caminada, voorzitter, A.E. Harteveld en J.H.M. Zwinkels, raadsheren, in tegenwoordigheid van M. van Dijk, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.