Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM6081

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-05-2010
Datum publicatie
31-05-2010
Zaaknummer
21-004382-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van poging tot doodslag. Bewezenverklaring van art. 6 WVW. Verdachte heeft zeer onvoorzichtig en roekeloos gereden. Veroordeling tot 4 maanden gevangenisstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaren.

Met de rechtbank stelt het hof vast dat verdachte in zijn poging om aan de politie te ontkomen, met een aanzienlijke snelheid door de bebouwde kom is gereden, verdachte is onoverzichtelijke kruispunten overgestoken met een te hoge snelheid, hij is meerdere malen door rood licht gereden en hij heeft zijn vlucht doorgezet nadat hij een ongeluk had veroorzaakt.

Het hof acht echter niet bewezen dat verdachte door dit rijgedrag willens en wetens op de koop heeft toegenomen dat het slachtoffer van het ongeval zou komen te overlijden. Verdachte nam kennelijk de kans op een botsing en daarmee de kans dat hij zelf zou verongelukken, niet op de koop toe, anders had hij niet geremd. Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg bovendien verklaard dat hij niet koste wat kost aan de politie wilde ontsnappen en is uitgeweken om een botsing te voorkomen.

Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat het tegendeel van verdachtes verklaring niet of onvoldoende blijkt uit de uiterlijke verschijningsvorm van de vastgestelde gedragingen.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2010/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-004382-09

Uitspraak d.d.: 11 mei 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 6 november 2009 in de strafzaak tegen

verdachte.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 april 2010 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman,

mr. H. van der Linden, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 23 december 2008 te Nijmegen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer]

van het leven te beroven,

(telkens) opzettelijk

met een door hem bestuurde personenauto

het op de Varenstraat door de verbalisanten (door middel van het verlichte

transparant aan de voorzijde ven het dienstvoertuig met daarop afwisselend de tekst

“Stop” en “Politie”) gegeven stopteken heeft genegeerd en/of is blijven negeren,

terwijl dit stopteken in spiegelschrift (duidelijk) zichtbaar voor hem was, althans

(duidelijk) zichtbaar aan hem getoond is,

terwijl het dienstvoertuig (tevens) optische en geluidssignalen heeft gevoerd,

en/of (vervolgens) rechtsaf de Distelstraat Is ingeslagen en/of vervolgens rechtsaf

de Floraweg is ingeslagen,

terwijl hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare)

stopteken is blijven negeren,

en/of met een dusdanige hoge snelheid over de op de Floraweg aanwezige drempels

heeft gereden dat de vonken onder verdachter personenauto vandaan zijn gekomen,

en/of (vervolgens) linksaf de Wolfkuilseweg is opgereden,

terwijl hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare)

stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) op die Wolfkuilseweg een personenauto aan de linkerzijde een

personenauto heeft ingehaald,

en/of (vervolgens) via de voorsorteerstrook voor linksaf, rechtsaf de Graafseweg is

opgereden,

en/af(daarbij) in strijd met artikel 78 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, niet heeft voldaan aan de verplichting op een kruispunt de

richting te volgen die de voorsorteerstrook, waarop hij, verdachte, zich bevindt,

aangeeft,

en/of (daarbij) een bij/op/voor de kruising met de Graafseweg geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en/of

(daarbij) in strijd met artikel 82 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

terwijl genoemde kruising met de Graafseweg voor verdachte niet overzichtelijk

was, en hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare) stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) (opzettelijk) al rijdend op de Graafseweg zijn snelheid heeft

verhoogd tot ongeveer 140 kilometer per uur, althans 100 kilometer per uur, in elk

geval met een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid

van 50 kilometer

per uur heeft gereden,

en/of (daarbij) in strijd met artikel 20 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, op die binnen de bebouwde kom gelegen weg de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur met meer

dan 30 kilometer per uur heeft overschreden,

en/of (vervolgens) (opzettelijk) een bij/op/voor de kruising met de Dennenstraat

geplaatst, voor hem geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd

en/of (daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

en/of (vervolgens) de kruising met de Dennenstraat is opgereden met (nagenoeg) onverminderde snelheid althans met een (voor de verkeerssituatie aldaar) te hoge

snelheid, is opgereden,

en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een

personenauto (met kenteken [kentekennummer]), bestuurd door die [naam slachtoffer], welke

personenauto voor hem, verdachte, van links over de Dennenstraat naderde

en bij groen licht de kruising was opgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 23 december 2008, te Nijmegen, als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor

het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Wolfkuilseweg en/of de Varenstraat

en/of de Distelstraat, en/of de Floraweg en/of Graafseweg in de richting van de

kruising van die weg met de Dennenstraat,

zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of roekeloos

rijdend met genoemde personenauto op de Wolfkuilseweg zonder richting aan te geven, rechtsaf de Varenstraat is ingeslagen

en/of (vervolgens) - al rijdend in de Varenstraat - zijn snelheid (aanmerkelijk) heeft

verhoogd,

en/of (vervolgens) het daarop door de verbalisanten (door middel van het verlichte

transparant aan de voorzijde van het dienstvoertuig met daarop afwisselend de tekst

“Stop” en “Politie”) gegeven stopteken heeft genegeerd en/of is blijven negeren,

terwijl dit stopteken in spiegelschrift (duidelijk zichtbaar voor hem was, althans

(duidelijk) zichtbaar aan hem getoond is,

terwijl het dienstvoertuig (tevens) optische en geluidssignalen heelt gevoerd,

en/of (vervolgens) rechtsaf de Distelstraat is ingeslagen en/of vervolgens rechtsaf de

Floraweg is ingeslagen,

en/of met een dusdanige hoge snelheid over de op de Floraweg aanwezige drempels

heeft gereden dat de vonken onder verdachtes personenauto vandaan zijn gekomen,

terwijl hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare)

stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) op die Wolfskuilseweg een personenauto aan de linkerzijde

heeft ingehaald

en/of (vervolgens) via de voorsorteerstrook voor linksaf, rechtsaf de Graafseweg is

opgereden

en/of (daarbij) in strijd met artikel 78 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, niet heeft voldaan aan de verplichting op een kruispunt

de richting te volgen die de voorsorteerstrook, waarop hij, verdachte, zich bevindt,

aangeeft,

en/of (daarbij) een bij/op/voor de kruising met de Graafseweg geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en/of

(daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeersdicht dat rood licht uitstraalde,

terwijl genoemde kruising met de Graafseweg voor verdachte niet overzichtelijk

was, en hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare) stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) afrijdend op de Graafseweg zijn snelheid heeft verhoogd tot

ongeveer 140 kilometer per uur, althans 100 kilometer per uur, in elk geval met een

(veel) hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50

kilometer per uur heeft gereden,

en/of (daarbij) in strijd met artikel 20 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, op die binnen de bebouwde kom gelegen weg de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur met meer

dan 30 kilometer per uur heeft overschreden,

en/of (vervolgens) een voor de kruising met de Dennenstraat geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd

en/of (daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

en/of (vervolgens) de kruising met de Dennenstraat is opgereden met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een (voor de verkeerssituatie aldaar) te hoge

snelheid is opgereden,

en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding Is gekomen met een

personenauto (met kenteken [kentekennummer]), die voor hem, verdachte, van links over de Dennenstraat naderde

en bij groen licht de kruising was opgereden,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan, werd toegebracht.

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 23 december 2008, te Nijmegen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor

het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Wolfkuilseweg en/of de Varenstraat en/of de Distelstraat en/of de Floraweg, en/of de Graafseweg, in de richting van de

kruising van die weg met de Dennenstraat,

rijdend met genoemde personenauto op de Wolfkuilseweg zonder richting aan te

geven rechtsaf de Varenstraat is ingeslagen

en/of vervolgens) - al rijdend in de Varenstraat - zijn snelheid (aanzienlijk) heeft verhoogd,

en/of (vervolgens) het daarop door de verbalisanten (door middel van het verlichte

transparant aan de voorzijde van het dienstvoertuig met daarop afwisselend de tekst

“Stop” en “Politie”) gegeven stopteken heeft genegeerd en/of is blijven negeren,

terwijl dit stopteken in spiegelschrift (duidelijk zichtbaar voor hem was, althans

(duidelijk) zichtbaar aan hem getoond is,

terwijl het dienstvoertuig (tevens) optische en geluidssignalen heelt gevoerd,

en/of (vervolgens) rechtsaf de Distelstraat is ingeslagen en/of vervolgens rechtsaf de

Floraweg is ingeslagen,

en/of met een dusdanige hoge snelheid over de op de Floraweg aanwezige drempels

heeft gereden dat de vonken onder verdachtes personenauto vandaan zijn gekomen,

terwijl hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare)

stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) op die Wolfkuilseweg een personenauto aan de linkerzijde

heeft ingehaald

en/of (vervolgens) via de voorsorteerstrook voor linksaf, rechtsaf de Graafseweg is

opgereden

en/of (daarbij) in strijd met artikel 78 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, niet heeft voldaan aan de verplichting op een kruispunt

de richting te volgen die de voorsorteerstrook, waarop hij, verdachte, zich bevindt,

aangeeft,

en/of (daarbij) een bij/op/voor de kruising met de Graafseweg geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en/of

(daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeersdicht dat rood licht uitstraalde,

terwijl genoemde kruising met de Graafseweg voor verdachte niet overzichtelijk

was, en hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare) stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) afrijdend op de Graafseweg zijn snelheid heeft verhoogd tot

ongeveer 140 kilometer per uur, althans 100 kilometer per uur, in elk geval met een

(veel) hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50

kilometer per uur heeft gereden,

en/of (daarbij) in strijd met artikel 20 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, op die binnen de bebouwde kom gelegen weg de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur met meer

dan 30 kilometer per uur heeft overschreden,

en/of (vervolgens) een voor de kruising met de Dennenstraat geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd

en/of (daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

en/of (vervolgens) de kruising met de Dennenstraat is opgereden met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een (voor de verkeerssituatie aldaar) te hoge

snelheid is opgereden,

en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een

personenauto (met kenteken [kentekennummer]), die voor hem, verdachte, van links over de Dennenstraat naderde en bij groen licht de kruising was opgereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Met de rechtbank stelt het hof vast dat verdachte in zijn poging om aan de politie te ontkomen, met een aanzienlijke snelheid door de bebouwde kom is gereden, verdachte is onoverzichtelijke kruispunten overgestoken met een te hoge snelheid, hij is meerdere malen door rood licht gereden en hij heeft zijn vlucht doorgezet nadat hij een ongeluk had veroorzaakt.

Het hof acht echter niet bewezen dat verdachte door dit rijgedrag willens en wetens op de koop heeft toegenomen dat [naam slachtoffer] zou komen te overlijden.

De getuige [naam getuige 1] heeft verklaard dat hij de remlichten van de auto van verdachte kort heeft zien oplichten vlak voor het ongeval. De getuige [naam getuige 2] heeft verklaard dat hij piepende remmen hoorde vlak voor het ongeval. Kennelijk nam verdachte de kans op een botsing en daarmee de kans dat hij zelf zou verongelukken, niet op de koop toe, anders had hij niet geremd. Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg bovendien verklaard dat hij niet koste wat kost aan de politie wilde ontsnappen en is uitgeweken om een botsing te voorkomen.

Anders dan de rechtbank, is het hof van oordeel dat het tegendeel van verdachtes verklaring niet of onvoldoende blijkt uit de uiterlijke verschijningsvorm van bovengenoemde gedragingen.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de primair tenlastegelegde poging tot doodslag niet bewezen kan worden.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof stelt, net zoals de rechtbank, de volgende feiten vast, die niet ter discussie staan.

Op dinsdag 23 december 2008 reed verdachte op de Wolfkuilseweg te Nijmegen. Nadat hij rechtsaf de Varenstraat insloeg, zag hij zwaailichten van de politie. Verdachte heeft vervolgens zijn snelheid verhoogd omdat hij niet aangehouden wilde worden. In een poging aan zijn aanhouding te ontkomen is hij rechtsaf geslagen de Distelstraat in en wederom rechts de Floraweg in. Daarbij reed verdachte over de in die Floraweg aanwezige drempels. De achtervolgende verbalisanten zagen vonken onder de auto vandaan komen. Vervolgens is verdachte linksaf geslagen de Wolfkuilseweg op. Aan het einde van de Wolfkuilseweg heeft verdachte via de voorsoorteerstrook voor links afslaand verkeer, een auto ingehaald aan de linkerzijde en is rechtsaf de Graafseweg opgereden, daarbij een rood licht negerend. Op de Graafseweg heeft verdachte zijn snelheid aanzienlijk verhoogd tot ruim boven de toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur. Bij de kruising met de Dennenweg aangekomen, is verdachte door rood licht gereden en in botsing gekomen met een van links komende personenauto bestuurd door [naam slachtoffer]. [naam slachtoffer] heeft als gevolg van deze botsing zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Het hof is van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en roekeloos heeft gereden en acht de subsidiar tenlastegelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 wettig en overtuigend bewezen als hierna te melden.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 23 december 2008, te Nijmegen, als verkeersdeelnemer, namelijk

als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmede rijdende over de voor

het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Wolfkuilseweg en/of de Varenstraat

en/of de Distelstraat, en/of de Floraweg en/of de Graafseweg in de richting van de

kruising van die weg met de Dennenstraat,

zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of roekeloos

rijdend met genoemde personenauto op de Wolfkuilseweg zonder richting aan te geven, rechtsaf de Varenstraat is ingeslagen

en/of (vervolgens) - al rijdend in de Varenstraat - zijn snelheid (aanmerkelijk) heeft

verhoogd,

en/of (vervolgens) het daarop door de verbalisanten (door middel van het verlichte

transparant aan de voorzijde van het dienstvoertuig met daarop afwisselend de tekst

“Stop” en “Politie”) gegeven stopteken heeft genegeerd en/of is blijven negeren,

terwijl dit stopteken in spiegelschrift (duidelijk zichtbaar voor hem was, althans

(duidelijk) zichtbaar aan hem getoond is,

terwijl het dienstvoertuig (tevens) optische en geluidssignalen heelt gevoerd,

en/of (vervolgens) rechtsaf de Distelstraat is ingeslagen en/of vervolgens rechtsaf de

Floraweg is ingeslagen,

en/of met een dusdanige hoge snelheid over de op de Floraweg aanwezige drempels

heeft gereden dat de vonken onder verdachtes personenauto vandaan zijn gekomen,

terwijl hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare)

stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) op die Wolfkuilseweg een personenauto aan de linkerzijde

heeft ingehaald

en/of (vervolgens) via de voorsorteerstrook voor linksaf, rechtsaf de Graafseweg is

opgereden

en/of (daarbij) in strijd met artikel 78 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, niet heeft voldaan aan de verplichting op een kruispunt

de richting te volgen die de voorsorteerstrook, waarop hij, verdachte, zich bevindt,

aangeeft,

en/of (daarbij) een bij/op/voor de kruising met de Graafseweg geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd en/of

(daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

terwijl genoemde kruising met de Graafseweg voor verdachte niet overzichtelijk

was, en hij het eerdergenoemde (door verbalisanten gegeven en voor hem zichtbare) stopteken is blijven negeren,

en/of (vervolgens) afrijdend op de Graafseweg zijn snelheid heeft verhoogd tot

ongeveer 140 kilometer per uur, althans 100 kilometer per uur, in elk geval met een

(veel) hogere snelheid dan de ter plaatse geldende maximum snelheid van 50

kilometer per uur heeft gereden,

en/of (daarbij) in strijd met artikel 20 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, op die binnen de bebouwde kom gelegen weg de aldaar voor motorvoertuigen toegestane maximum snelheid van 50 kilometer per uur met meer

dan 30 kilometer per uur heeft overschreden,

en/of (vervolgens) een voor de kruising met de Dennenstraat geplaatst, voor hem

geldend rood uitstralend verkeerslicht heeft genegeerd

en/of (daarbij) in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken, dat een

gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor zijn/haar

rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde,

en/of (vervolgens) de kruising met de Dennenstraat is opgereden met (nagenoeg) onverminderde snelheid, althans met een (voor de verkeerssituatie aldaar) te hoge

snelheid is opgereden,

en/of (vervolgens) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een

personenauto (met kenteken [kentekennummer]), die voor hem, verdachte, van links over de Dennenstraat naderde

en bij groen licht de kruising was opgereden,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([naam slachtoffer])

zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan, werd toegebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde te veroordelen tot 24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar met aftrek.

De raadsman heeft gevorderd verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde vrij te spreken en voor het subsidiair tenlastegelegde te veroordelen tot 8 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar met aftrek, conform de eis van de officier van justitie in eerste aanleg indien verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde veroordeeld zou worden.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte wilde ontkomen aan een aanhouding door de politie en hij is daardoor met een hoge snelheid door de bebouwde kom gereden, hij heeft onoverzichtelijke kruispunten overgestoken met een te hoge snelheid, hij is meerdere malen door rood licht gereden en hij heeft zijn vlucht voortgezet nadat hij een ongeluk had veroorzaakt. Verdachte heeft medeweggebruikers in gevaar gebracht en is tegen [naam slachtoffer] gebotst. [naam slachtoffer] heeft hierdoor kneuzingen over zijn hele lichaam opgelopen en een zwelling in zijn bijnier. Hij heeft een behandeling moeten ondergaan in het ziekenhuis om deze zwelling te onderdrukken. Voorts kon het slachtoffer een aantal maanden niet werken ten gevolge van het letsel.

Ten nadele van verdachte neemt het hof verder in aanmerking dat verdachte eerder is veroordeeld ter zake van verkeersdelicten.

Het hof zal verdachte voor zijn handelen een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen en een ontzegging van de rijbevoegdheid van de hierna aan te geven duur. Het hof zal een lagere straf opleggen dan de rechtbank aangezien het hof verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde zal vrijspreken.

Het hof zal eveneens een lagere straf opleggen dan de raadsman heeft bepleit. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat, hoe ernstig het rijgedrag van verdachte ook was, er geen doden zijn gevallen. Dit gevolg is van invloed op de op te leggen straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden.

Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 (drie) jaren.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr A.W.M. Elders en mr G. Mannoury, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.M.A. Lestrade, griffier,

en op 11 mei 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr G. Mannoury is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.