Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM6045

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-05-2010
Datum publicatie
28-05-2010
Zaaknummer
200.062.908
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WSNP;verzoek om toelating binnen termijn van tien jaar nadat eerdere schuldsaneringsregeling onder toekenning van een schone lei is geëindigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.062.908

(rekestnummer rechtbank: 195574/FT-RK 10.88)

arrest van de eerste civiele kamer van 27 mei 2010

inzake

[X],

wonende op een geheim adres,

appellante,

advocaat: mr. T.G.M. van den Broeke te Duiven.

1. Het geding in eerste aanleg

1.1 Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 6 april 2010 is het verzoek van appellante (hierna te noemen: [X]) tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.

1.2 Het hof verwijst naar voornoemd vonnis, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij ter griffie van het hof op 14 april 2010 ingekomen verzoekschrift is [X] in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernieti-gen en, alsnog recht doende, te bepalen dat de schuldsaneringsregeling op haar van toepas-sing is, dan wel dat zij alsnog wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

2.2 Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met de daarbij behorende stukken en van het faxbericht met één bijlage van 12 mei 2010 van mr. Van den Broeke.

2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 mei 2010, waarbij [X] in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Van den Broeke.

3. De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof het volgende gebleken.

[X], 33 jaar, is een alleenstaande moeder met een dochter van bijna 2 jaar oud.

Na de beëindiging van haar relatie met een vriend heeft [X] van 14 januari 2009 tot 9 mei 2009 verbleven op een opvangadres voor vrouwen. Op 9 mei 2009 heeft [X] samen met haar dochter zelfstandige woonruimte betrokken.

Blijkens het bij de Verklaring Schuldsanering gevoegde schuldenoverzicht van 30 december 2009 bedraagt de schuldenlast van [X] in totaal ruim € 20.000,-.

[X] ontvangt een WWB-uitkering en maakt gebruik van budgetbeheer.

3.2 [X] is eerder, bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 27 augustus 2001, toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De toenmalige schuldenlast van [X] bedroeg omstreeks € 85.000,-.

Bij vonnis van 21 september 2004 heeft de rechtbank Arnhem vastgesteld dat de schuldsane-ringsregeling van [X], onder toekenning van een schone lei, eindigt met het verbindend worden van de slotuitdelingslijst.

3.3 De rechtbank heeft het verzoek van [X] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat vaststaat dat [X] op 21 september 2004 de schone lei is verleend, zodat op grond van de dwingende afwijzingsgrond van artikel 288

lid 2, aanhef en onder d van de Faillissementswet (hierna: Fw) het verzoek moet worden afgewezen, nu er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 350 lid 3 onder a, b

of d Fw.

3.4 [X] stelt in hoger beroep dat haar persoonlijke omstandigheden een uitzondering rechtvaardigen op de door de wet imperatief bedoelde regel van artikel 288 lid 2, aanhef en onder d, Fw. Volgens [X] zijn de schulden die vier jaar na het verlenen van de schone lei zijn ontstaan veroorzaakt door psychische problematiek en een daarmee verband houdende inkomensterugval. Zij is verstrikt geraakt in een relatie met een man die haar zowel lichame-lijk als geestelijk heeft mishandeld. Door het tragische overlijden van haar moeder in april 2008 is zij nog verder geïsoleerd geraakt en heeft zij volledig het zicht verloren op haar financiële situatie. Dat zij na de destijds aan haar verleende schone lei weer in een problema-tische schuldensituatie terecht is gekomen, kan haar niet worden aangerekend, aldus [X].

3.5 Het hof oordeelt als volgt. Nu vaststaat dat een schuldsaneringsregeling minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend op [X] van toepassing is geweest en van de in artikel 288 lid 2 onder d Fw bedoelde uitzonderings-situaties geen sprake is, moet ook naar het oordeel van het hof het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling van [X] op deze grond worden afgewezen.

De door [X] aangevoerde omstandigheden kunnen naar het oordeel van het hof de imperatieve afwijzingsgrond niet opzij zetten. Het hof verwijst ter zake naar een recent arrest van de Hoge Raad (12 juni 2009, NJ 2009, 269).

3.6 Het hoger beroep faalt derhalve. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd.

4. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Arnhem van 6 april 2010.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. van Rossum, A. Smeeïng-van Hees en K.J. Haarhuis

en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2010.