Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM6040

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-05-2010
Datum publicatie
28-05-2010
Zaaknummer
24-002845-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gemotiveerde vrijspraak ten aanzien van belediging verbalisanten. Niet bewezen dat gebezigde beledigende tekst gericht was tegen de in de tenlastelegging genoemde verbalisanten. Verdachte wordt ter zake van een autodiefstal veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf. Voorts heeft het hof beslist op een vordering tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002845-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-603123-08, 07-601603-07 en 07-607300-07 (tul)

Arrest van 25 mei 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 12 november 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-603123-08 en 07-601603-07 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A en zaak B, tegen:

[verdachte],

geboren op [1980] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het hem in zaak A en in zaak B primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair te vervangen door twintig dagen hechtenis, en de vordering ten uitvoerlegging zal toewijzen, in die zin dat de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf zal worden omgezet naar een werkstraf.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

Zaak A

hij op of omstreeks 31 augustus 2008 in de gemeente [gemeente] opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2], beiden hoofdagent en werkzaam bij de Regiopolitie Flevoland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, hen in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Woef, woef, woef, teringlijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

Zaak B

hij op of omstreeks 27 juli 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Opel Astra, zilvergrijs met kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juli 2007 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een (personen)auto (Opel Astra, zilvergrijs met kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (personen)auto wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juli 2007 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een (personen)auto (Opel Astra, zilvergrijs met kenteken [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde (personen)auto redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juli 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk een (personen)auto (Opel Astra, zilvergrijs met kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggemaakt door met voornoemde personenauto weg te rijden (zonder toestemming).

Vrijspraak

Het hof acht niet bewezen hetgeen in zaak A aan verdachte ten laste is gelegd. De verdachte verklaart over de aanwezigheid van ook een agent met een diensthond, hetgeen aansluit bij de door verdachte gebruikte beledigende bewoordingen. Nu de twee in de tenlastelegging genoemde verbalisanten in een dienstauto zaten en uit het proces-verbaal van bevindingen niet blijkt dat zij (ook) een diensthond bij zich hadden, kan niet worden vastgesteld dat de woorden "woef, woef, woef, teringlijders" tegen één of beide van de in de tenlastelegging genoemde verbalisanten waren gericht. Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van hetgeen aan hem in zaak A ten laste is gelegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

Zaak B primair

hij op 27 juli 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (personen)auto (Opel Astra, zilvergrijs met kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder zaak B primair: diefstal.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is in een auto, die met draaiende motor op de weg geparkeerd stond, weggereden en heeft zich hierdoor schuldig gemaakt aan de diefstal van deze auto. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar van de gestolen auto.

Het hof houdt bij de straftoemeting rekening met een verdachte betreffend 21 pagina's tellend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 8 maart 2010 waaruit blijkt dat verdachte vaker is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten.

Gelet op de ernst van het feit, de recidive van verdachte en de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting - die indicatief zijn voor de straffen die het hof in soortgelijke zaken pleegt op te leggen - acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven weken in beginsel passend en geboden. De eis van de advocaat-generaal alsmede de in eerste aanleg opgelegde straf doet onvoldoende recht aan dit uitgangspunt. Het hof komt daarom tot een zwaardere strafoplegging.

Het hof houdt echter rekening met de door de raadsman ter terechtzitting geschetste persoonlijke omstandigheden van verdachte (verdachte woont inmiddels samen met zijn vriendin en heeft een kindje van één jaar), die voldoende aannemelijk maken dat gevangenisstraf onevenredig zwaar zou zijn. Het hof zal verdachte derhalve in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een werkstraf van na te melden duur opleggen.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 februari 2008, is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 121 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 26 februari 2008. De proeftijd is eveneens ingegaan op 26 februari 2008. De officier van justitie heeft gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu is gebleken dat verdachte het hiervoor bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof - gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de hoofdstraf - in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van voormelde straf te geven, een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 22c, 22d, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak B primair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak B primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderd uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

gelast (in plaats van het geven van een last tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 11 februari 2008) een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.