Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM3201

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-04-2010
Datum publicatie
03-05-2010
Zaaknummer
24-000604-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich op 5 april 2007 schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Hij heeft zich een paar damesschoenen - toebehorende aan Scapino - toegeëigend. Het hof veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000604-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-480495-07

Arrest van 29 april 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 februari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1967] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 31 mei 2007 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] (vestiging [straat]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] één of meermalen heeft/hebben geduwd en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] één of meermalen in/tegen het gezicht, althans tegen het hoofd, en/of de keel heeft/hebben geslagen/gestompt en/of

- één of meermalen slaande/stompende bewegingen gemaakt naar die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3].

Verweer raadsvrouw

De raadsvrouw van verdachte stelt zich ter terechtzitting op het standpunt dat de diefstal door de medewerkers van [slachtoffer 1] in scène is gezet. De raadsvrouw voert ter ondersteuning de volgende argumenten aan. Er zijn geen getuigen die verdachte de schoenen hebben zien stelen en het alarm is niet afgegaan, terwijl er wel detectiepoortjes in de winkel aanwezig zijn. De getuigen die belastend voor verdachte hebben verklaard zijn niet betrouwbaar. Er zijn twee verklaringen waaruit volgt dat de schoenen in de IJssel zijn gegooid, maar de locatie waar gegooid is verschilt in de verklaringen. Verder zijn de schoenen niet aangetroffen. Gelet op het voorgaande kan het ten laste gelegde niet bewezen worden verklaard, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

[getuige], filiaalmanager van de [bedrijf] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte in de winkel heeft staan kijken naar damesschoenen, maat 37. Voorts heeft hij verklaard dat verdachte met een paar damesschoenen naar de achterkant van de winkel is gelopen. Onmiddellijk daarna is in de winkel een lege schoenendoos aangetroffen, waarin damesschoenen, maat 37, hadden gezeten.

Zowel [slachtoffer 2] als [slachtoffer 3], beiden medewerkers van [bedrijf], hebben verklaard dat zij verdachte, nadat hij de winkel was uitgegaan, hebben aangesproken/aangehouden op verdenking van diefstal. Nadat verdachte geweld tegen hen had gebruikt, is hij er vandoor gegaan. Terwijl verdachte werd gevolgd door de medewerkers van [bedrijf], zagen zij dat verdachte witte damesschoenen achter zijn jas vandaan haalde en deze in de IJssel gooide. [getuige], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben tegenover de rechter-commissaris hun eerder afgelegde verklaringen bij de politie bevestigd. Gelet hierop en de omstandigheid dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] het aandeel van [slachtoffer 3] in het geweld in hun verklaringen ook benoemen, acht het hof deze verklaringen betrouwbaar. Dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] verschillend hebben verklaard over de plaats alwaar verdachte de schoenen in de IJssel heeft gegooid, doet geen afbreuk aan de betrouwbaarheid, nu de getuigen gelijkluidend verklaren over de door verdachte gepleegde handeling.

Het verweer van de raadsvrouw dat geen sprake is geweest van diefstal, gepleegd door verdachte, omdat het alarm niet is afgegaan, terwijl er detectiepoortjes aanwezig zijn, wordt door het hof verworpen. Het enkele feit dat er detectiepoortjes aanwezig zijn die niet zijn afgegaan, sluit diefstal door verdachte niet uit.

Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 31 mei 2007 in de gemeente [gemeente] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen, toebehorende aan [bedrijf] (vestiging [straat]), welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] meermalen heeft geduwd en

- die [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3] meermalen in/tegen het gezicht of de keel heeft geslagen

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 31 mei 2007 schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Hij heeft zich een paar damesschoenen - toebehorende aan [bedrijf] - toegeëigend. Toen verdachte hierop werd aangesproken heeft hij geweld gebruikt tegen de medewerkers van [bedrijf]. Winkeldiefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor winkeliers hinder en schade oplevert. Daarnaast heeft verdachte door het gebruik van geweld een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister d.d. 2 februari 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Op grond van het vorengaande acht het hof de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde werkstraf voor de duur van tachtig uren passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde feit.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij,

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. G.M. van der Meer en mr. S.J. van der Woude, in tegenwoordigheid van S. van Krugten als griffier, zijnde mr. S.J. van der Woude buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.