Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BM1908

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
22-04-2010
Zaaknummer
24-001024-09
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZLY:2009:BI0898, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

werkstraf van 20 uren voor openlijk geweldpleging.

schending van de openbare orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001024-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-410040-08

Arrest van 2 april 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 14 april 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1975] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 dagen met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 01 juni 2008 te [plaats], althans in de gemeente

[gemeente], met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de

[straat], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3],

welk geweld bestond uit

- het naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] toelopen en/of

- het insluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het ten val brengen van die [slachtoffer 1] en/of

- het ??n of meermalen (krachtig) slaan en/of stompen en/of duwen en/of

trekken tegen/op/aan en/of in de richting van het lichaam en/of het hoofd

van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het ??n of meermalen (krachtig) schoppen en/of trappen tegen/op en/of in de

richting van het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 3];

althans

hij op of omstreeks 01 juni 2008 te [plaats], althans in de gemeente

[gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk mishandelend ??n of meer personen (te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3])

- ??n of meermalen (krachtig) tegen/op/aan het lichaam en/of het hoofd

heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geduwd en/of getrokken en/of

- ??n of meermalen (krachtig) tegen/op het lichaam en/of het hoofd

heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of

- ([slachtoffer 1]) ten val heeft/hebben gebracht,

waardoor voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] letsel heeft/hebben

bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft ter zitting aangevoerd dat verdachte zich niet heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging omdat er op het moment dat hij zich bemoeide met de dreigende ruzie tussen [medeverdachte] en de jongens op het bankje er nog geen geweld aan de orde was.

Het hof is van oordeel dat er een dreigende sfeer van geweld was ontstaan door duw- en trekwerk tussen medeverdachte [medeverdachte] en de andere jongens, waaronder [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Derhalve was sprake van geweld als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Hierdoor was immers sprake van schending van de openbare orde, welk belang door artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht juist wordt beschermd. Verdachte heeft zich desondanks fysiek met dat geweld bemoeid en zich daarom schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

primair

hij op 1 juni 2008 te [plaats], met een ander, op de openbare weg, de

[straat], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 3], welk geweld bestond uit

- het naar die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toelopen en

- het krachtig duwen tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] en

- het slaan in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 2].

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte] op 1 juni 2008 schuldig gemaakt aan openlijk geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Zowel verdachte als zijn mededader [medeverdachte] verkeerden onder invloed van alcohol.

Het hof heeft gelet op het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 januari 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten.

Daarnaast heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze ter terechtzitting door en namens verdachte zijn aangevoerd.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat een werkstraf een passende straf is.

Gezien de rol van verdachte ten opzichte van zijn mededader, wiens rol het hof ziet als de aanstichter in het gebeuren, kan worden volstaan met oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 20 uren. Daarop dient in mindering te worden gebracht de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, naar de maatstaf van twee uur werkstraf per dag hechtenis. Dit zal ertoe leiden dat verdachte de hem opgelegde uren werkstraf niet meer daadwerkelijk zal hoeven te verrichten.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte primair ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. J.F. Aalders, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. J.F. Aalders buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.