Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL9545

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-03-2010
Datum publicatie
31-03-2010
Zaaknummer
24-001546-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8 WVW 1994 en is veroordeeld tot een geldboete van € 260,00, te vervangen door 5 dagen vervangende hechtenis.

Gelet op de financiële draagkracht van verdachte mag de geldboete worden voldaan in twee termijnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001546-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-605226-07

Arrest van 29 maart 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 september 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1962] te [geboorteplaats],

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

bij het instellen van het hoger beroep en ter terechtzitting van het hof opgegeven postadres: [postadres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 260,00 subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 9 december 2006 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 270 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 december 2006 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 270 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 9 december 2006 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 door in een personenauto door [plaats] te rijden, terwijl hij meer alcohol had genuttigd dan voor de bestuurder van een dergelijk voertuig is toegestaan. Door aldus te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.

Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justiti?le documentatie d.d. 30 december 2009, waaruit blijkt dat verdachte in het recente verleden niet is veroordeeld voor strafbare feiten.

Voorts heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die door hem ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gebracht.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde- en door de advocaat-generaal gevorderde straf, te weten een geldboete van € 260,00, een passende bestraffing is.

Gelet op de financiële draagkracht van verdachte zal het hof daarbij bepalen dat verdachte deze geldboete in termijnen kan voldoen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdzestig euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in twee opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderddertig euro.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld voorzitter, mr. K. Lahuis en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. L.W. van Campen als griffier. Mr. Niezink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.