Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL7893

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-02-2010
Datum publicatie
17-03-2010
Zaaknummer
24-001363-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

321 Sr. De benadeelde partij wordt niet ontvangen in de kosten van huur- en winstderving. Het wezenskenmerk van de verduistering is in casu niet het niet nakomen van een huurovereenkomst, maar de wederrechtelijke toe-eigening van de heftruck

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001363-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-602283-06

Verstek

Arrest van 26 februari 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, zitting houdende te Arnhem, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 oktober 2006 in de strafzaak tegen:

(verdachte),

geboren te Ankara (Turkije),

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf van 60 (zestig) uren subsidiair 30 (dertig) dagen hechtenis en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedings-maatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof komt tot een andere beslissing dan de eerste rechter.

Daarom zal het vonnis worden vernietigd en opnieuw recht worden gedaan.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na toegelaten wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd, dat:

hij in of omstreeks de periode van 07 juli 2005 tot en met 9 maart 2006 in gemeente Lelystad en/of in de gemeente Almere, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een elektrisch vorkheftruck (merk X, type SC3018-1.8) en/of een/de (bijbehorende) batterij (merk Hoppecke) en/of een/de (bijbehorende) oplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als huurder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Bewezenverklaring

Het hof is van oordeel dat de ontkenning van verdachte dat hij zich aan het ten laste gelegde heeft schuldig gemaakt wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof acht bewezen dat:

hij in of omstreeks de periode van 07 juli 2005 tot en met 9 maart 2006 in gemeente Lelystad en/of in de gemeente Almere, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een elektrisch vorkheftruck (merk X, type SC3018-1.8) en/of een/de (bijbehorende) batterij (merk Hoppecke) en/of een/de (bijbehorende) oplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als huurder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

verduistering.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Verdachte heeft door zijn handelen het noodzakelijke vertrouwen in het handelsverkeer geschaad.

Het hof acht hiervoor een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding voor materiele schade. Deze bedraagt

€ 5288,40. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.288,--. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen

De schade waarvan door de benadeelde partij vergoeding wordt gevorderd is als volgt opgebouwd.

A. De waarde van de vorkheftruck en toebehoren: € 1900,00

B. De huurderving over de maanden augustus en september 2005 € 813,60

C. Werkplaatskosten voor gereedmaking verhuur € 250,00

D. Transportkosten voor de verhuur € 100,00

E. De winstderving op het huurcontract € 2631,62

Door verdachte is contant bij de verhuur € 406,82 voldaan, zodat volgens de benadeelde partij per saldo € 5288,40 schade geleden is.

Het wezenskenmerk van de verduistering is in casu niet het niet nakomen van een huurovereenkomst, maar de wederrechtelijke toe-eigening van de heftruck. Om die reden kan de benadeelde partij in haar vordering waar het betreft de posten B tot en met E in deze procedure niet worden ontvangen en kan zij haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. De contante aanbetaling van € 406,82 staat in relatie tot het huurcontract en niet tot de wederrechtelijke toe-eigening zodat er geen reden is om dit bedrag in mindering te brengen op de wel toewijsbare schade onder post A, te weten € 1900,00. Per saldo zal een bedrag van € 1900,00 worden toegewezen en zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 36f en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van

60 (zestig) uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van 30 (dertig) dagen zal worden toegepast;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

wijst toe de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.900,-- (duizend negenhonderd euro);

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van

€ 1.900,-- (duizend negenhonderd euro) ten behoeve van de benadeelde partij;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van 29 (negenentwintig dagen) zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

Dit arrest is aldus gewezen door

mr P.A.H. Lemaire, raadsheer, als voorzitter,

mr A.G. Coumans en mr J.M. van der Vaart, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr G.W. Jansink, als griffier.

Mr Van der Vaart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.