Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL5999

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-02-2010
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
24-002162-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in de nachtelijke uren, samen met zijn drie mededaders, schuldig gemaakt aan een ramkraak in een juwelierswinkel in het centrum van [plaats]. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 24-002162-09

parketnummer eerste aanleg: 07-620178-09

Arrest van 25 februari 2010 van het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 augustus 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Flevoland, Huis van Bewaring Lelystad te Lelystad,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Sytema, advocaat te Den Haag.

Het vonnis waartegen het beroep is gericht

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het hierboven genoemde vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis is omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 22 april 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de juwelierszaak [slachtoffer] (gevestigd [adres]) heeft weggenomen diverse sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat de verdachte het aan hem ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 april 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de juwelierszaak [slachtoffer] (gevestigd [adres]) heeft weggenomen diverse sieraden, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en verbreking.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.

Strafbaarheid

Het hof acht de verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dat feit is begaan en de persoon van de verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in de nachtelijke uren, samen met zijn drie mededaders, schuldig gemaakt aan een ramkraak in een juwelierswinkel in het centrum van [plaats]. Bij deze ramkraak is niet alleen voor een groot bedrag aan sieraden ontvreemd, maar daarbij is ook aanzienlijke schade veroorzaakt aan overige in de winkel aanwezige sieraden (ongeveer € 25.000,--) alsmede aan de pui en het interieur van de juwelierswinkel (ongeveer € 50.000,--). Uit het dossier blijkt verder dat een aantal in de nabijheid van de winkel woonachtige personen door de ramkraak is gewekt en vervolgens getuige is geweest van de wijze waarop verdachte en zijn mededaders de inbraak hebben gepleegd.

Het mag als bekend worden verondersteld dat een feit als het onderhavige enorme gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving in het algemeen en bij de direct betrokkenen (slachtoffers en omwonenden) in het bijzonder.

De wijze waarop de ramkraak is uitgevoerd (met 4 personen in 2 auto's, het dragen van donkere kleding, capuchons, handschoenen en petjes, het gebruik van voorhamers/mokers en het vervoer van de sieraden in meegebrachte dekbedovertrekken) vestigt bij het hof de indruk van een tevoren zorgvuldig beraamde en geplande winkelinbraak.

Het hof stelt vast dat voor ramkraken geen oriëntatiepunten ten aanzien van de straftoemeting bestaan. Vanwege de bijzondere aard en de enorme impact van dit soort, met grof geweld gepaard gaande, misdrijven zou naar het oordeel van het hof eerder aansluiting moeten worden gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting ten aanzien van artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, dan bij die welke gelden voor "gewone" bedrijfsinbraken. Een en ander uiteraard wel met de nadrukkelijke kanttekening dat het uitgeoefende geweld zich bij ramkraken beperkt tot goederen.

Voorts blijkt uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 december 2009 ten nadele van de verdachte dat hij eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Het hof heeft voorts gelet op hetgeen de verdachte ter terechtzitting van het hof heeft aangevoerd met betrekking tot zijn persoonlijke omstandigheden en met hetgeen daaromtrent overigens uit het strafdossier is gebleken.

Mede in aanmerking nemend de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden waaronder de onderhavige ramkraak is gepleegd, is het hof van oordeel dat uit een oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van het door verdachte begane strafbare feit oplegging van een vrijheidsbenemende straf geboden is en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te noemen duur passend is.

Daarbij heeft het hof ook rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte ter terechtzitting weinig inzicht heeft getoond in de strafwaardigheid van zijn gedragingen en de verstrekkende gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

De raadsman van de verdachte heeft in het kader van het door hem gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het hof een verdere strafmatiging aangewezen acht. Ook overigens is het hof daarvan niet gebleken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waartegen het beroep is gericht, en opnieuw recht doende:

verklaart het aan de verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en de verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr H. Heins en mr. M.F.H.M. van Haastert, in tegenwoordigheid van H. Kingma als griffier. Mrs. H. Heins en M.F.H.M. van Haastert zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.