Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL5991

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
09-02-2010
Datum publicatie
01-03-2010
Zaaknummer
200.028.471
Rechtsgebieden
Civiel recht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beloning professioneel bewindvoerder. Art. 1:460 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.028.471

(zaaknummers rechtbank 578455 en 578461)

beschikking van de familiekamer van 9 februari 2010

inzake

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster in hoger beroep, verder te noemen "de mentor",

advocaat: mr. Y.L.L. van Zutphen te Nijmegen,

Als overige belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen “[belanghebbende]”.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Wageningen van 10 december 2008, uitgesproken onder voornoemde zaaknummers.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 9 maart 2009, is de mentor in hoger beroep gekomen van voormelde beschikking met zaaknummers 578455 en 578461. De mentor verzoekt het hof die beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende machtiging te verlenen voor haar begroting over 2009.

2.2 Op 25 november 2009 is ingekomen ter griffie van het hof een brief van mr. Van Zutphen van 24 november 2009. Op 5 januari 2010 is op verzoek van het hof ingekomen een brief van mr. Van Zutphen van 5 januari 2010 met bijlagen.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 7 januari 2010 plaatsgevonden. De mentor is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Van Zutphen. [belanghebbende] is hoewel behoorlijk opgeroepen niet verschenen.

3. De vaststaande feiten

3.1 De mentor maakt haar beroep van het uitvoeren van werkzaamheden als mentor in het mentorschap als bedoeld in titel 20 boek 1 BW. Zij is sedert 1 januari 2005 werkzaam als professioneel mentor.

3.2 Bij beschikking van 15 juli 2005 heeft de rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht, [verzoekster] tot mentor benoemd ten behoeve van betrokkene [betrokkene], hierna te noemen “[betrokkene]”, en bij beschikking van 22 mei 2006 heeft de rechtbank Utrecht, sector kanton, locatie Utrecht [verzoekster] tot mentor benoemd ten behoeve van [belanghebbende].

3.3 Bij brief van 28 oktober 2008 heeft de mentor bij de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Wageningen, een begroting voor het jaar 2009 ingediend betreffende haar kosten als professioneel mentor voor betrokkenen [betrokkene] en [belanghebbende] en daarbij goedkeuring van de begroting van deze betrokkenen verzocht van € 5.494,23 inclusief BTW.

3.4 Bij brief van 17 november 2008 heeft de kantonrechter de mentor om een nadere toelichting gevraagd. De mentor heeft bij brief van 21 november 2008 gereageerd.

3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter de beloning voor de door de mentor te verrichten mentoraatswerkzaamheden, inclusief niet nader te specificeren onkosten, vastgesteld op € 2.205,- inclusief BTW, een verantwoordingsplicht opgelegd te vervullen op enig jaar voor 1 april, telkens over het voorafgaande kalenderjaar, voor de eerste maal voor 1 april 2009 over het jaar 2008 en het verzoek van de mentor voor het overige afgewezen.

3.7 Betrokkene [betrokkene] is op 26 juni 2009 overleden.

4. De motivering van de beslissing

4.1 In geschil is uitsluitend de hoogte van de door de mentor bij de kantonrechter ingediende begroting voor het jaar 2009 betreffende haar kosten als professioneel mentor van betrokkenen. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de mentor toegelicht dat haar beroep zich niet richt tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij een jaarlijkse verantwoordingsplicht is opgelegd.

4.2 Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de mentor haar verzoek gewijzigd in dier voege dat zij verzoekt de begroting voor 2009 aan te passen aan de feitelijke declaraties en werkelijke kosten over 2009 en deze nader vast te stellen op € 2.750,66.

4.3 Ingevolge artikel 1:460 lid 1 BW mag de mentor bij de vervulling van zijn taak de noodzakelijk gemaakte kosten aan de betrokkene in rekening brengen. Artikel 1:460 lid 2 BW bepaalt dat de rechter aan de mentor ten laste van de betrokkene een beloning kan toekennen indien hij zulks redelijk acht, de financiële draagkracht van de betrokkene in aanmerking genomen.

4.4 De “aanbevelingen mentorschap” van het Landelijk Overleg Kantonrechters (verder te noemen: “het LOK”), gepubliceerd op 1 juni 2004, houden onder meer in dat het vercommercialiseren van het mentorschap niet dient te worden bevorderd en dat, indien benoeming van een professionele mentor onvermijdelijk is, eerst tot benoeming zal worden overgegaan nadat de beroepsmentor een begroting heeft ingediend, die kan worden goedgekeurd, waarbij de kantonrechter in het bijzonder let op de financiële draagkracht van de betrokkene. Aanbevolen wordt te bepalen dat die begroting niet zonder voorafgaande toestemming van de kantonrechter ten laste van de betrokkenen kan worden overschreden.

4.5 Het hof overweegt als volgt. Uit de brieven van 10 oktober 2006, 28 november 2006 en 4 december 2006 en de toelichting bij de mondelinge behandeling is gebleken dat de mentor op voorhand beloningsafspraken heeft gemaakt met de kantonrechter te Wageningen over de door haar te verrichten mentoraatswerkzaamheden. Deze afspraken luiden als volgt.

De mentor werkt in alle zaken op uurtarief. Als haar verwachting is dat haar uren

onder het drempelbedrag blijven zal zij haar werkelijke tijdsbesteding in rekening

brengen en behoeft zij geen begroting in te dienen. In zaken waarin is te voorzien dat

het drempelbedrag niet toereikend zal zijn zal zij een begroting indienen. Het

drempelbedrag is gelijk aan het forfait dat het LOK hanteert als vergoeding bij

professionele bewindvoerders en bedroeg in 2006 € 970,75, exclusief BTW, reis-

en andere kosten.

Het uurtarief heeft de mentor afgeleid uit dit forfait en leidt tot een bedrag van € 48,- per uur in 2006 en € 51,- per uur in 2009.

Op basis van deze afspraken heeft de mentor voor de jaren 2006 tot en met 2008 begrotingen ingediend bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft deze begrotingen steeds volledig goedgekeurd. Voor 2009 heeft de mentor op grond van dezelfde afspraken een begroting ingediend. De kantonrechter heeft deze slechts gedeeltelijk goedgekeurd.

Ter mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de mentor de begroting voor 2009 aangepast aan de feitelijke declaraties en werkelijke kosten over 2009 en verzocht de beloning inclusief kosten voor 2009 nader vast te stellen op € 2.750,66.

Bij gebreke aan een andersluidende nieuwe afspraak tussen de kantonrechter en deze mentor dient naar het oordeel van het hof de aldus aangepaste begroting te worden goedgekeurd.

4.6 Op grond van het hiervoor overwogene dient het hof de bestreden beschikking voor zover het de hoogte van de beloning voor de door de mentor ten behoeve van betrokkenen in 2009 te verrichten mentoraatswerkzaamheden betreft te vernietigen en te beslissen als na te melden.

5. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Wageningen, van 10 december 2008, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en in zoverre opnieuw beschikkende:

stelt de beloning voor door de mentor ten behoeve van de betrokkenen in 2009 verrichtte mentoraatswerkzaamheden inclusief niet nader te specificeren onkosten vast op € 2.750,66;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.W.P. van Gelder, B.M. Mens en R. Prakke-Nieuwenhuizen, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 9 februari 2010 uitge-sproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.