Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL5008

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-02-2010
Datum publicatie
22-02-2010
Zaaknummer
08-00376
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Leges.

Bouwkosten in goede justitie vastgesteld door het hof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/403 met annotatie van Redactie
FutD 2010-0555
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

nummer 08/00376

uitspraakdatum: 2 februari 2010

Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

X B.V. te Z (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen (hierna: de Rechtbank) van 19 juni 2008, nummer 07/639 LEGGW, in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Apeldoorn (hierna: de Ambtenaar).

1. Loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is met dagtekening 29 december 2006 een bedrag van € 137.093,75 aan bouwleges in rekening gebracht.

1.2. Belanghebbende heeft tegen de legesheffing bezwaar gemaakt. De Ambtenaar heeft de heffing bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.

1.3. Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. Bij uitspraak van 19 juni 2008, verzonden 26 juni 2008, heeft de Rechtbank het beroep on-gegrond verklaard.

1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is ingekomen ter griffie van het Hof op 30 juli 2008. De Ambte-naar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2009 te Arnhem. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Ambtenaar.

1.6. Ter zitting heeft de Ambtenaar, op verzoek van het Hof en zonder bezwaar van de wederpartij, een deel van de tarieventabel 2005 behorende bij de Legesverordening 2005 van de gemeente Apeldoorn ingebracht. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht.

1.7. Op verzoek van het Hof heeft de Ambtenaar op 12 januari 2010 de volledige Le-gesverordening 2005 van de gemeente Apeldoorn en de daarbij behorende tarieventabel 2005 ingebracht. Een afschrift hiervan heeft de griffier aan belanghebbende gezonden.

2. Vaststaande feiten

2.1. Op 21 december 2005 is bij de Ambtenaar ingekomen de aanvraag reguliere bouw-vergunning van belanghebbende voor de bouw van commerciële ruimten, appartementen en een parkeergarage aan de A-straat te Apeldoorn (hierna: het project). In de aanvraag heeft belanghebbende als bouwkosten vermeld een bedrag van € 4.414.125 (exclusief omzetbelasting).

2.2. Belanghebbende heeft op 11 december 2006 een offerte van A BV ontvangen voor de uitvoering van het project. Deze offerte is gebaseerd op het bestek en de tekeningen. De aanneemsom bedraagt € 4.675.000 (exclusief omzetbelasting). Tot de offerte behoren niet de wijzigingen naar aanleiding van de bouwvergunning en een aantal andere, nader aangeduide werkzaamheden.

2.3. De Ambtenaar heeft de bouwkosten van het project geraamd op € 7.288.464,40 en op grond daarvan de nota voor de bouwleges voor het in behandeling nemen van de aanvraag van de bouwvergunning vastgesteld op een bedrag van € 127.593,75. Daarnaast heeft de Ambtenaar een bedrag aan rechten van € 9.500 vastgesteld voor de procedure-vrijstelling ingevolge artikel 19, lid 2 van de Wet Ruimtelijke Ordening.

2.4. Belanghebbende heeft tot op de dag van de zitting het werk niet aanbesteed.

3. Geschil, standpunten en conclusies van partijen

3.1. In geschil is de rechtmatigheid van de geheven bouwleges en de hoogte daarvan.

3.2. Belanghebbende stelt dat de Ambtenaar de bouwleges ten onrechte op de Leges-verordening 2006 heeft gebaseerd en dat hij ten onrechte voorbij is gegaan aan het door belanghebbende opgegeven bedrag aan bouwkosten.

3.3. De Ambtenaar is van mening dat hij terecht de Legesverordening 2006 heeft toege-past. Hij heeft de bouwkosten geraamd, omdat belanghebbende de door haar opgegeven bouwkosten onvoldoende heeft onderbouwd.

3.4. Elk van de partijen heeft verder voor haar standpunten aangevoerd wat is vermeld in de van haar afkomstige stukken.

3.5. Daaraan is mondeling toegevoegd hetgeen is vermeld in het proces-verbaal van de zitting.

3.6. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en van de Ambtenaar, en tot verlaging van de bouwleges tot een bedrag dat behoort bij de bouwkosten van € 5.252.808,75 (inclusief omzetbelasting).

3.7. De Ambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. De raad van de gemeente Apeldoorn heeft voor de jaren 2005 en 2006 Legesveror-deningen met daarbij behorende tarieventabellen vastgesteld en gepubliceerd.

4.2. Ingevolge artikel 2 van deze verordeningen worden onder de naam "leges" rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in de verordeningen en in de tarieventabellen. Artikel 5 van de veror-deningen bepaalt, dat de leges geheven worden naar de tarieven zoals vermeld in de tarieventabel.

4.3. De hier van belang zijnde bepalingen van de Legesverordening 2006, die gelijklui-dend zijn aan de bepalingen van de Legesverordening 2005, luiden als volgt:

“Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'leges' worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en in de daarbij be-horende tarieventabel.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtige is de aanvrager van de dienst, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend.

4.4. De tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2006, luidt, voor zover hier van belang:

5.1. Bouwvergunningen

5.1.1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning, als be-doeld in artikel 40 van de Woningwet: € 45,00

vermeerderd met € 8,75 voor elke € 500,- bouwkosten

5.1.2. De leges ingevolge het bepaalde onder 5.1.1. worden bepaald op de bouwkosten, die naar boven worden afgerond op € 500,-.

5.1.3. In de bouwkosten is begrepen de omzetbelasting (…)

5.8. Bijzondere procedures

(…)

5.8.5.4. Indien de beschikking wordt afgegeven met toepassing van een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en er met het oog op het bouwplan nog geen ruimtelijke onderbouwing voorhanden is en de bouw-kosten hoger zijn dan € 450.000,- met € 9.500,00”

4.5. In de tarieventabel leges 2006 is volgens de Ambtenaar abusievelijk een bepaling inzake de definitie van de bouwkosten weggevallen, die nog wel in een onderdeel 5.1.4. van de tarieventabel leges 2005 was opgenomen. De Ambtenaar stelt dat de raad van de gemeente Apeldoorn geen andere invulling aan het begrip bouwkosten heeft willen geven dan voorheen. Deze bepaling luidt als volgt:

“5.1.4. Onder bouwkosten wordt in dit hoofdstuk verstaan de aanne-mingssom als bedoeld in par. 1, eerste lid, van de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken 1989 (U.A.V. 1989) voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten als bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dat normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd.”

4.6. Belanghebbende stelt dat de verkeerde tarieventabel is toegepast. De aanvraag voor de bouwvergunning is in 2005 ontvangen door de Ambtenaar en in behandeling geno-men, zodat de Legesverordening 2005 toegepast zou moeten worden. De Ambtenaar brengt hier tegen in dat de Legesverordening 2006 is toegepast, omdat de aanvraag rond de feestdagen is binnengekomen en dat daarom de aanvraag eerst in 2006 in behandeling is genomen. Het Hof is van oordeel dat de Ambtenaar met zijn geloofwaardige verklaring aannemelijk heeft gemaakt dat de aanvraag eerst in 2006 in behandeling is genomen. Nu de tarieven in de jaren 2005 en 2006 aan elkaar gelijk zijn, wordt belanghebbende in die zin ook niet benadeeld door de toepassing van de Legesverordening 2006 en de tarieven-tabel leges 2006.

4.7. Overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 6 oktober 1982, nr. 21.332, BNB 1982/289, heeft geoordeeld moet op grond van het objectieve karakter van de onderhavige heffing onder bouwkosten in de zin van onderdeel 5.1 van de tarieventa-bel worden verstaan: de prijs welke aan een derde in het economische verkeer zou moe-ten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarvoor de vergun-ning wordt verleend.

4.8. De Ambtenaar stelt dat belanghebbende het in de aanvraag opgenomen bedrag onvoldoende heeft onderbouwd, omdat een onderbouwing daarvan en een begroting ontbreken. Daarom heeft hij een raming van de bouwkosten gemaakt aan de hand van taxatieboekjes van Reed Business Information die zien op het jaar 2007.

4.9. Belanghebbende is van mening dat zij met de offerte van A BV, waarbij over de geoffreerde prijs nog onderhandeld moest worden, de bouwkosten voldoende heeft on-derbouwd. De kosten die niet in de offerte zijn opgenomen, betreffen kosten die normaal gesproken ook niet in de bouwsom worden meegenomen. De gemachtigde van belang-hebbende schat desgevraagd ter zitting de bouwkosten van de niet in de offerte begrepen werkzaamheden op ongeveer € 200.000.

4.10. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende de in de bouwaanvraag opgegeven bouwsom, bij het ontbreken van een aanneemsom, onvoldoende heeft onderbouwd. De offerte van A BV maakt dit niet anders, nu in deze offerte bepaalde kosten niet zijn be-grepen. Of de niet geoffreerde kosten normaliter niet tot de bouwkosten worden gere-kend, kan het Hof, mede gelet op de algemene omschrijving van deze kosten, niet vast-stellen. De Ambtenaar heeft daarom naar het oordeel van het Hof terecht de voor het bepalen van de leges te hanteren bouwkosten geraamd. De raming van de bouwkosten aan de hand van taxatieboekjes is echter niet in overeenstemming met de hiervoor onder 4.5 opgenomen definitie van bouwkosten zoals die door de Ambtenaar wordt gehanteerd in het jaar 2006. De Ambtenaar heeft nagelaten het bestek en de tekeningen van het bouwproject bij belanghebbende op te vragen teneinde tot een voldoende onderbouwde raming te komen. Voorts heeft hij geen afdoende verklaring gegeven voor het grote verschil tussen de uit de taxatieboekjes voortvloeiende bouwkosten en de aan belangheb-bende door A BV geoffreerde bouwkosten, nog daargelaten dat de taxatieboekjes zien op een ander jaar. Naar het oordeel van het Hof heeft de Ambtenaar de door hem geraamde bouwkosten dan ook niet aannemelijk gemaakt.

4.11. Nu de Ambtenaar de door hem geraamde bouwkosten niet aannemelijk maakt en de door belanghebbende aangedragen bouwkosten onvoldoende zijn onderbouwd, stelt het Hof, gelet op al hetgeen partijen dienaangaande naar voren hebben gebracht, in goede justitie de bouwkosten vast op € 6.000.000 (inclusief omzetbelasting). De bouwleges bedragen dan € 105.045, te verhogen met € 9.500 op grond van onderdeel 5.8.5.4. van de tarieventabel.

Slotsom

Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond.

5. Kosten

Het Hof acht termen aanwezig de Ambtenaar te veroordelen in de proceskosten van belanghebbende. De proceskosten van belanghebbende zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 1 (punt) ? € 322 ? 1 (wegingsfactor) ofwel € 322 aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

6. Beslissing

Het Gerechtshof

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;

– verklaart het tegen de uitspraak van de Ambtenaar ingestelde beroep gegrond;

– vernietigt de uitspraak van de Ambtenaar;

– vermindert het aan leges gevorderde bedrag tot € 114.545;

– veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 322, en

– gelast de gemeente Apeldoorn aan belanghebbende te vergoeden het door haar gestor-te griffierecht bij de Rechtbank van € 285 en bij het Gerechtshof van € 433.

Aldus gedaan door mr. R.F.C. Spek, voorzitter, mr. J.P.M. Kooijmans en mr. A.J. Krom-hout in aanwezigheid van mr. A. Vellema als griffier.

De beslissing is op 2 februari 2010 in het openbaar uitgesproken.

De griffier, De voorzitter,

(A. Vellema) (R.F.C. Spek)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

postbus 20303, 2500 EH Den Haag

(bezoekadres: Kazernestraat 52).

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.