Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL4488

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
107.002.146/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toerekenbare tekortkoming bij levering en installatie van airco's.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrest d.d. 16 februari 2010

Zaaknummer 107.002.146/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. A.C. Huisman, kantoorhoudende te Enschede,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats], gemeente [plaats],

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P.D. Van Gaalen-Rens, kantoorhoudende te Apeldoorn.

De inhoud van het tussenarrest d.d. 28 april 2009 wordt hier overgenomen.

Het verdere procesverloop

Ter voldoening aan de haar bij bedoeld tussenarrest gegeven bewijsopdracht heeft [geïntimeerde] een drietal getuigen doen horen, waaronder A.T. [geïntimeerde], vennoot van geïntimeerde. [appellante] heeft afgezien van contra-enqûete.

Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.

De verdere beoordeling

1. Bij bedoeld tussenarrest heeft het hof [geïntimeerde] toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat airco’s die zij van [appellante] heeft gekocht en die zij aan Citram en Fieten heeft doorgeleverd grote gebreken vertoonden, als gevolg waarvan [geïntimeerde] kosten heeft moeten maken als door haar aan [appellante] in rekening gebracht, alsmede dat zij [appellante] in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld de gebreken aan de aan Fieten doorgeleverde airco te herstellen.

2. Naast genoemde A.T. [geïntimeerde], die als partijgetuige in de zin van artikel 164 Rv moet worden aangemerkt, heeft [geïntimeerde] haar werknemer J.R. Bossche alsmede meergenoemde Fieten als getuige doen horen.

3. Bij de waardering van het bewijs staat voorop dat in artikel 164 Rv ligt besloten dat de verklaring van een partijgetuige (op wie de bewijslast rust) geen bewijs in zijn/haar voordeel kan opleveren, indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij die partijverklaring voldoende geloofwaardig maken.

4. De getuige J.P. Fieten heeft – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende verklaard:

Fieten, die zelf aannemer is, heeft uit interesse de installatiewerkzaamheden bij de aanleg van de door hem bij [geïntimeerde] bestelde airco gevolgd. Hij heeft gezien dat de monteurs van [geïntimeerde] de koperen leiding (die de binnen- en de buitenunit verbindt) op een plaats hebben verbogen. Na een paar dagen deden zich problemen voor. Fieten heeft die problemen bij [geïntimeerde] gemeld, hetgeen ertoe heeft geleid dat er een monteur is langs gekomen die gas heeft bijgevuld. De problemen deden zich na een paar dagen wederom voor en de monteur is weer langs geweest om gas bij te vullen. Toen de problemen zich na een paar dagen weer manifesteerden heeft Fieten dat weer aan [geïntimeerde] gemeld, maar nu kwam er geen monteur. Volgens [geïntimeerde] weigerde de leverancier andermaal een monteur langs te sturen. Fieten is toen boos geworden op [geïntimeerde], hetgeen ertoe heeft geleid dat [geïntimeerde] Nijmeijer heeft ingeschakeld. Deze heeft geconstateerd dat de hiervoor bedoelde koperen leiding op diverse plaatsen poreus was, niet op de plek waar deze was verbogen. De binnenunit is vervolgens in zijn geheel vervangen.

5. De getuige J.R. Bossche heeft – zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende verklaard:

Hij is sedert 1995 bij [geïntimeerde] in dienst en heeft sedert 2006 ongeveer tien airco’s geinstalleerd, meestal met dezelfde collega monteur. Bij Fieten was de installatie tamelijk eenvoudig. De koperen leiding aan de binnenunit is door hem met de hand recht naar onderen gebogen. Omdat geen extra lange leiding nodig was behoefde de installatie niet te worden afgevuld.

Bij Citram was wel een extra lange leiding nodig. Een monteur van [appellante] heeft de leidingen aangesloten en de installatie afgevuld. De buitenunit is met een hoogwerker geplaatst omdat je er met een ladder eigenlijk niet bij kon komen.

Hij is ook betrokken geweest bij de vervanging van de bij Citram geplaatste airco. Daartoe is wederom een hoogwerker gebruikt. Die vervanging heeft naar schatting een halve dag werk voor twee monteurs opgeleverd. Koperen leidingen bij airco’s worden altijd wel iets verbogen. Problemen als bij Citram en Fieten heb ik verder nooit ondervonden.

6. De (partij)getuige A.T. [geïntimeerde] heeft - zakelijk weergegeven en voor zover van belang – het volgende verklaard:

Standaard zit er bij airco’s als de onderhavige drie meter leiding. Bij Citram was extra leiding nodig. Monteurs van [geïntimeerde] hebben de binnen- en de buitenunit opgehangen. Een monteur van [appellante] heeft gezorgd voor de extra lange leiding en heeft deze ook gemonteerd en heeft gas bijgevuld. Na een paar weken kregen we van Citram een storingsmelding. Er is met [appellante] gebeld en die hebben een monteur langs gestuurd. Na een week of een paar weken deden zich bij Citram dezelfde problemen voor. Ik heb dat bij [appellante] gemeld. Die hebben een nieuwe print in het apparaat geplaatst, maar dat hielp niets. Het apparaat bleef als storingsmelding E5 (gasgebrek) opgeven. Omdat Citram bleef reclameren hebben wij besloten het apparaat te vervangen. We moesten daartoe weer met een hoogwerker op het dak. Ik kan niet precies aangeven waarin de doorberekende uren zijn gaan zitten.

Het apparaat bij Fieten heb ik geleverd en door mijn monteurs laten plaatsen en aansluiten. De bijgeleverde leiding van 3 meter was lang genoeg.

Na een paar weken kreeg ik van Fieten een storingsmelding E5 door. Ik heb dat aan [appellante] gemeld en die hebben een monteur langs gestuurd om gas bij te vullen. Na weer een paar weken herhaalde een en ander zich. [appellante] heeft weer een monteur langs gestuurd. Toen de klachten bleven aanhouden weigerde [appellante] nogmaals een monteur te sturen. Wij moesten eerst onze openstaande facturen voldoen. Wij hebben echter aangegeven daartoe bereid te zijn zodra het apparaat bij Fieten was gerepareerd. Uiteindelijk is aan [appellante] een ultimatum gesteld, hetwelk erop neerkwam dat als zij niet uiterlijk op een vrijdag een monteur zouden sturen, wij ons het recht voorbehielden een derde in te schakelen. Dat laatste is ook gebeurd. Wij hebben die maandag daarop Nijmeijer ingeschakeld. Die constateerde dat de leiding op diverse plaatsen poreus was. Nijmeijer heeft een nieuwe binnenunit geplaatst.

7. De verklaringen van de getuigen Fieten en Bossche ondersteunen de verklaring van de partijgetuige [geïntimeerde] in zodanige mate en op zodanig essentiële punten dat ook deze verklaring bij kan dragen aan het bewijs.

8. Op grond van de drie afgelegde verklaringen, in onderling verband en samenhang bezien, is naar het oordeel van het hof genoegzaam komen vast te staan dat via de koperen leidingen van de aan [geïntimeerde] ten behoeve van Fieten en Citram geleverde airco’s telkens gas is weggelekt hetgeen herhaaldelijk tot storingen van de airco’s aanleiding heeft gegeven alsmede dat [appellante] in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld de aan Fieten (door)geleverde airco te herstellen.

Gelet op hetgeen de getuigen hebben verklaard omtrent de reparatie/vervanging van de beide airco’s acht het hof de daarvoor in rekening gebrachte bedragen (totaal € 1.199,47) alleszins redelijk, zodat bedoeld bedrag voor verrekening in aanmerking komt.

9. Per saldo komt aan [appellante] derhalve nog een bedrag groot € 249, 85 toe. Dit bedrag stemt op 5 eurocent na overeen met het bedrag van de op 13 juni 2006 aan [geïntimeerde] gezonden factuur (productie 2 bij de conclusie van antwoord/eis in reconventie). Nu [appellante] echter eerst vanaf 25 augustus 2007 aanspraak maakt op de wettelijke handelsrente, zal het hof die datum aanhouden.

Slotsom

10. Het beroepen vonnis dient te worden vernietigd. De vordering van [appellante] zal alsnog worden toegewezen tot een bedrag van € 249, 85 en wordt voor het overige afgewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zal het hof de kosten in beide procedures compenseren, als na te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt het vonnis d.d. 3 juli 2007, waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling aan [appellante] van een bedrag groot € 249,85 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6: 119a BW vanaf 25 augustus 2007 tot de dag der voldoening;

wijst de vordering van [appellante] voor het overige af;

wijst de vordering van [geïntimeerde] af;

belast ieder der partijen met de eigen kosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter en Rowel-van der Linde en Kuiper, raden en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 16 februari 2010 in bijzijn van de griffier.