Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL1588

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
01-02-2010
Datum publicatie
02-02-2010
Zaaknummer
24-002405-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Partiële nietigheid van inleidende dagvaarding omdat de feitelijke uitwerking in de tenlastelegging niet is toegesneden op de beoogde wettelijke delictsomschrijving.

Bewezenverklaring van poging tot een overval op een supermarkt en een (voltooide) bedrijfsinbraak.

Het hof rekent het verdachte en zijn medeplegers met name aan dat een en ander op doordachte en welhaast professionele wijze is voorbereid, hun jeugdige leeftijd daarbij mede in aanmerking nemend.

Veroordeling tot vier maanden voorwaardelijke jeugddetentie, met bijzondere voorwaarde, en 200 uren werkstraf. Toewijzing vorderingen benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002405-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-430006-08

Arrest van 1 februari 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 25 september 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1990] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Volckmann, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij voornoemd vonnis vrijgesproken van het onder 3 ten laste gelegde en voor de onder 1 en 2 ten laste gelegde misdrijven veroordeeld tot een straf, beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen en daarbij maatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Omvang van het hoger beroep

De verdachte heeft verklaard geen hoger beroep te hebben willen instellen tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde. Het hof zal het hoger beroep aldus beperkt opvatten, in die zin dat verdachte in zoverre niet ontvankelijk zal worden verklaard.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte voor het onder 1 (zowel voor de poging tot afpersing als de cumulatief ten laste gelegde poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld) en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan de proeftijd dient de bijzondere voorwaarde te worden verbonden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof verdachte daarnaast een werkstraf zal opleggen van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.200,- en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 220,-, beide met hoofdelijkheid en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 24 respectievelijk 5 dagen jeugddetentie.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover voor dit hoger beroep van belang - ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 30 november 2007 te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 1] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of geld, in elk geval van enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, (gekleed in het zwart en/of met een bivakmuts op) opzettelijk gewelddadig en/of dreigend (met een snelle pas) (met een mes in de handen) naar die [benadeelde 1] is toegelopen en/of voor die [benadeelde 1] is gaan staan en/of (vervolgens) een mes naar en/of in de richting van die [benadeelde 1] heeft gehouden en/of (vervolgens) dreigend tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben geroepen "Geld, geld, geld, kom op met de portemonnee", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 30 november 2007 te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel aan de [adres] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of verdachtes mededaders, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, (gekleed in het zwart en/of met een bivakmuts op) gewelddadig en/of dreigend (met een snelle pas) (met een mes in de handen) naar die [benadeelde 1] is toegelopen en/of voor die [benadeelde 1] is/zijn gaan staan en/of (vervolgens) een mes naar en/of in de richting van die [benadeelde 1] heeft/hebben gehouden en/of (vervolgens) dreigend tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben geroepen "Geld, geld, geld, kom op met de portemonnee", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 27 oktober 2007 tot en met 28 oktober 2007 te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (gelegen aan de [adres]) heeft/hebben weggenomen 50,- euro en/of een kluis (met daarin (blanco) APK-keuringspapieren en/of RDW-documenten) en/of diverse afstandsbedieningen (van autoradio's), in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of garagebedrijf "[benadeelde 2]", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Partiële nietigheid van de dagvaarding met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde

Het strafrechtelijk verwijt dat verdachte onder 1 wordt gemaakt is in twee delictsomschrijvingen ten laste gelegd, welke - kort gezegd - kunnen worden gekwalificeerd als poging tot afpersing en/of poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld, beide in deelnemingsvorm. Gelet op het "en/of"-tussenvoegsel is het aan het hof om bij een bewezenverklaring deze ten aanzien van beide varianten te doen gelden dan wel ten aanzien van één van beide. Het hof stelt evenwel vast dat er sprake is van een innerlijke tegenstrijdigheid in het tweede deel van het onder 1 ten laste gelegde, nu de feitelijke uitwerking ("Geld, geld, geld, kom op met de portemonnee") van de aldaar ten laste gelegde gekwalificeerde diefstal niet is toegesneden op artikel 312 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht, maar een herhaling is van de feitelijke uitwerking van de in het eerste deel ten laste gelegde afpersing, zoals bedoeld in artikel 317 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof zal derhalve het tweede deel van het onder 1 ten laste gelegde nietig verklaren.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 30 november 2007 te [plaats 1], in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde 1] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan [benadeelde 1], opzettelijk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), gekleed in het zwart en met een bivakmuts op, opzettelijk dreigend met een snelle pas en met een mes in de handen naar die [benadeelde 1] is toegelopen en voor die [benadeelde 1] is gaan staan en een mes in de richting van die [benadeelde 1] heeft gehouden en dreigend tegen die [benadeelde 1] heeft geroepen "Geld, geld, geld, kom op met de portemonnee", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 27 oktober 2007 tot en met 28 oktober 2007 te [plaats 2], gemeente [gemeente 2], tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen 20 euro en een kluis met daarin blanco APK-keuringspapieren en RDW-documenten en diverse afstandsbedieningen van autoradio's, toebehorende aan garagebedrijf "[benadeelde 2]", waarbij verdachte en zijn mededaders zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2.

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, tezamen met een tweetal anderen, schuldig gemaakt aan een poging een supermarkt te overvallen. Dat dit (ernstige) strafbare feit niet kon worden voltooid is louter gelegen in de adequate reactie van de eigenaar. Verdachte en zijn zich eveneens in de winkel bevindende mededader werden verbaal en met behulp van door de eigenaar gegooide frisdrankflessen uit de supermarkt verjaagd. Het hof rekent het verdachte met name aan dat deze overval op een doordachte en welhaast professionele wijze is voorbereid, de jeugdige leeftijd van verdachte daarbij mede in aanmerking nemende. De winkel werd als doelwit gekozen vanwege de afgelegen ligging in een klein dorp en het feit dat het een eenmanszaak betrof. Verdachte en zijn medeverdachten/-daders hebben enkele weken tevoren de supermarkt en de directe omgeving verkend. Hierbij is onder meer vastgesteld dat de supermarkt niet was voorzien van beveiligings- camera's. Zij hebben vervolgens messen en bivakmutsen aangeschaft en een tijdstip gekozen dat de minste risico's meebracht. Verdachte is enkele weken na deze verkenning, tezamen met zijn medeverdachte, een tweede maal nabij de supermarkt geweest met de bedoeling het voornemen tot de overval uit te voeren. Hij durfde dat echter op dat moment om hem en zijn medeverdachte moverende redenen niet aan. Bij een derde bezoek is verdachte echter wel tot daden overgegaan. Verdachte heeft derhalve alle tijd gehad om over het grensoverschrijdend karakter van zijn plannen na te denken en daarop terug te komen.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan een diefstal met braak in een garagebedrijf, waar hij als stagiaire werkzaam was geweest, hetgeen (tevens) aangemerkt kan worden als misbruik van vertrouwen. Toen de eerste inbraak niet het gewenste resultaat bleek te hebben opgeleverd - de ontvreemde kluis bevatte slechts voor verdachte en zijn medeverdachten/-daders waardeloze bescheiden - zijn zij diezelfde nacht teruggekeerd naar het bedrijf voor een tweede inbraak.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 23 november 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.

De hiervoor summier weergegeven strafbare feiten alsmede de omstandigheden waaronder deze zijn begaan rechtvaardigen zonder meer oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie, temeer daar verdachte - ondanks de door hem betoonde spijt - niet volledig doordrongen lijkt te zijn van de ernst daarvan. Uit de toelichting op zijn vordering als benadeelde partij blijkt dat het slachtoffer van het onder 1 bewezen verklaarde - ondanks zijn assertieve optreden - te kampen heeft met herbeleving, visioenen van het op hem gerichte mes en verlies van zijn gevoel van veiligheid, zowel in zijn winkel als in de openbare ruimte.

De door de raadsman naar voren gebrachte twijfels over de detentiegeschiktheid van verdachte met het oog op zijn - inderdaad - kwetsbare gezondheid deelt het hof vooralsnog niet. Ook meent het hof, anders dan de raadsman, dat aan de schorsing van de voorlopige hechtenis geen verwachtingen kunnen worden ontleend met betrekking tot de uiteindelijke strafrechtelijke afdoening.

Dat het hof de jeugddetentie niettemin in voorwaardelijke vorm zal opleggen is gelegen in de omstandigheid dat het om een jeugdige verdachte gaat en de feiten ruim twee jaar geleden hebben plaatsgevonden. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat verdachte zich naar behoren heeft gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. Aan de gebruikelijk bij een voorwaardelijke straf behorende proeftijd van twee jaren zal het hof, naast de algemene voorwaarde dat verdachte niet opnieuw zal overgaan tot het plegen van strafbare feiten, de bijzondere voorwaarde verbinden dat hij zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering. Hoewel de reclassering blijkens haar rapport van 15 januari 2010 toezicht niet ge?ndiceerd acht, worden in genoemd rapport tevens zodanige risicofactoren genoemd, gelegen in de persoon van verdachte, dat dit toezicht door het hof toch noodzakelijk wordt geacht. Gelet op het feit dat verdachte inmiddels 19 jaar oud is, dient de voor volwassenen bestemde reclassering belast te worden met de uitvoering van deze bijzondere voorwaarde, daarbij tevens in aanmerking nemende dat deze instelling reeds over verdachte heeft gerapporteerd. Het feit dat de duur van de aan verdachte op te leggen voorwaardelijke jeugddetentie korter is dan door de advocaat-generaal is gevorderd, wordt door het hof gecompenseerd door daarnaast een werkstraf op te leggen van een langere duur dan gevorderd, te weten de voor jeugdigen wettelijk bepaalde maximale duur.

Benadeelde partij I

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 1.200,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

De vordering is door en namens verdachte niet weersproken. Nu de vordering betrekking heeft op schade, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde en deze het hof ook overigens niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 1.200,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door een of meer van zijn mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Benadeelde partij II

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij Garagebedrijf "[benadeelde 2]", gevestigd te [plaats 2], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering ad € 433,82 in eerste aanleg gedeeltelijk is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

De vordering is door en namens verdachte slechts in zoverre weersproken, dat de verdediging zich akkoord heeft verklaard met het volgens de vordering van de advocaat-generaal toe te wijzen bedrag van € 220,-. Overigens is de vordering niet weersproken. Het hof ziet evenwel geen aanleiding om af te wijken van het door de benadeelde partij begrote bedrag, met dien verstande dat de hoogte van het gestolen geldbedrag, dat bewezen is verklaard, niet € 50,- maar € 20,- bedraagt. Nu de vordering betrekking heeft op schade, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde en deze het hof ook overigens niet als onrechtmatig voorkomt, kan de vordering derhalve worden toegewezen tot het bedrag van € 403,82,-, met dien verstande dat indien dit bedrag door een of meer van zijn mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Het hof zal het hiervoor genoemde bedragen tevens toewijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

verklaart verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 3 ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, voor zover onderworpen aan hoger beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot jeugddetentie voor de duur van vier maanden;

bepaalt, dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd:

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, dat wil zeggen: het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van tweehonderd uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door honderd dagen jeugddetentie;

bepaalt dat de taakstraf dient te worden verricht binnen een jaar nadat dit arrest onherroepelijk is geworden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de hiervoor vermelde taakstraf bestaande uit werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid geheel in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren onbetaalde arbeid per dag in verzekering doorgebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van duizend tweehonderd euro, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend tweehonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende jeugddetentie voor de duur van vierentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, Garagebedrijf "[benadeelde 2]", gevestigd te [plaats 2], tot een bedrag van vierhonderddrie euro en tweeëntachtig cent, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van vierhonderddrie euro en tweeëntachtig cent ten behoeve van het slachtoffer Garagebedrijf "[benadeelde 2]", gevestigd te [plaats 2];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van acht dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermelde bedragen, de verplichting om te voldoen aan de vorderingen van de benadeelde partijen komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vorderingen van de benadeelde partijen heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, H.J. Deuring en mr. B.F. Keulen, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. B.F. Keulen buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.