Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BL0238

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-01-2010
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
200.046.869
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hof bevoegd te beslissen op verzoek tot vervanging bijzondere curator wanneer hoofdzaak bij hof aanhangig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking d.d. 12 januari 2010

Zaaknummer 200.046.869

HET GERECHTSHOF ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Beschikking in de zaak van

[de vrouw],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. H.C.L. Crozier,

kantoorhoudende te Sneek,

tegen

[de man],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: de man.

Belanghebbende:

Mr. J. Burema,

advocaat te Almere,

in de hoedanigheid van bijzonder curator over

[het kind], geboren op [geboortedatum],

hierna ook te noemen: de bijzondere curator.

Het geding in eerste aanleg

Bij beschikking van 1 juli 2009 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, - voor zover hier thans van belang - de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van [het kind] voornoemd.

Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 29 september 2009, heeft de vrouw verzocht mr. D. Velthuis-Leutenegger te benoemen als bijzondere curator en een last tot toevoeging op haar naam af te geven, alsmede de beschikking van 1 juli 2009 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, locatie Lelystad, te vernietigen en opnieuw rechtdoende de vervangende toestemming tot erkenning alsnog te weigeren.

Bij brieven van 3 december 2009 heeft het hof aan bovengenoemde partijen, alsmede aan mr. Velthuis-Leutenegger, verzocht binnen twee weken nadien schriftelijk hun standpunt te laten weten met betrekking tot het verzoek om mr. Velthuis-Leutenegger tot bijzonder curator te benoemen in de plaats van mr. Burema.

Het hof heeft kennisgenomen van de daarop binnengekomen reacties van mr. Velthuis-Leutenegger d.d. 4 december 2009, mr. Crozier d.d. 7 december 2009 en mr. Burema d.d. 17 december 2009. Van de vader is binnen de gestelde termijn geen reactie ontvangen.

De beoordeling

1. Alvorens het verzoek tot vernietiging van de verleende vervangende toestemming tot erkenning kan worden behandeld dient vast te staan wie de belangen van [het kind] in hoger beroep als bijzonder curator dient te behartigen. Om die reden heeft het hof partijen verzocht zich daarover uit te laten, alsmede over de vraag welke rechter bevoegd is om op dit punt een oordeel te geven.

2. Mr. Velthuis-Leutenegger heeft meegedeeld bereid te zijn om als bijzonder curator op te treden. Zij stelt dat op grond van artikel 1:212 BW het hof bevoegd is tot benoeming van de bijzondere curator, nu de zaak bij het hof aanhangig is.

3. Mr. Crozier heeft gesteld dat de vertegenwoordiging van [het kind] niet in haar belang is geweest, nu mr. Burema een advies heeft gegeven zonder overleg met de vrouw en [het kind]. Ook hij is van mening dat het hof bevoegd is een bijzondere curator te benoemen en verzoekt mr. Velthuis-Leutenegger als zodanig te benoemen.

4. De bijzondere curator heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn benoeming voortduurt, ook tijdens het hoger beroep. Hij wijst erop dat de moeder een eigen belang heeft bij de uitkomst van het geschil en dat zij daarom geen rol behoort te hebben in de benoeming van de bijzondere curator. Naar zijn mening is overigens de kantonrechter op grond van artikel 1:250 BW bevoegd om eventueel een nieuwe bijzondere curator te benoemen.

5. Het hof is van oordeel dat vervanging van de eerder door de rechtbank benoemde bijzondere curator, nu het om een zaak van afstamming gaat, beheerst wordt door artikel 1:212 BW. Hoewel de tekst van dat artikel luidt dat de benoeming - en naar in de praktijk wordt aangenomen tevens de vervanging - van de bijzondere curator plaatsvindt door de rechtbank die over de zaak beslist, is het hof van oordeel dat een redelijke wetstoepassing meebrengt dat in een geval als het onderhavige het hof bevoegd is te beslissen over het verzoek tot vervanging van de bijzondere curator. De wet regelt slechts de benoeming van de bijzondere curator, niet de vervanging. Deze benoeming dient kennelijk om praktische redenen plaats te vinden door de rechter die ook de hoofdzaak behandelt, ter voorkoming van de noodzaak om een afzonderlijke procedure te voeren ter benoeming van een bijzondere curator. Zaken van afstamming worden in eerste aanleg steeds door de rechtbank behandeld, hetgeen verklaart waarom de wet spreekt van "de rechtbank" als benoemende rechter. Nu de wet niet voorziet in de vervanging van een bijzondere curator moet, gelet op de bovenbedoelde bedoeling van de regeling, worden aangenomen dat het hof bevoegd is over die vervanging te beslissen waanneer de zaak bij het hof aanhangig is.

6. Uit de stukken blijkt dat de bijzondere curator, alvorens de rechtbank te adviseren, meermalen heeft geprobeerd in contact te komen met de vrouw, maar dat deze daarop niet gereageerd heeft. Aldus kan de bijzondere curator er geen verwijt van worden gemaakt dat hij de rechtbank geadviseerd heeft zonder de vrouw en [het kind] gesproken te hebben.

7. Voor het overige ziet het hof in hetgeen aangevoerd is geen aanleiding om tot vervanging van de bijzondere curator over te gaan. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de vrouw thans wel op uitnodigingen van de bijzondere curator zal ingaan.Het Voor het overiV

De slotsom

8. Het verzoek tot vervanging van de bijzondere curator moet worden afgewezen en er dient te worden voortgeprocedeerd als hierna te melden.

De beslissing

Het gerechtshof:

wijst af het verzoek tot vervanging van de bijzondere curator;

verstaat dat mr. J. Burema, advocaat te Almere, in deze procedure als bijzondere curator zal optreden;

stelt de man en de bijzondere curator in de gelegenheid om binnen zes weken na heden, dus uiterlijk op 23 februari 2010, een verweerschrift in te dienen en bepaalt dat de zaak mondeling zal worden behandeld op een nader te bepalen dag en tijd;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven door mrs. Bosch, voorzitter, Melssen en M├╝nzebrock, raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 12 januari 2010 in bijzijn van de griffier.