Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2010:BK9307

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
21-001401-08
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2011:BQ8008, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ8008
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan smokkel van zeven personen. In het voordeel van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het stelselmatige karakter in deze zaak ontbreekt en met de omstandigheid dat uit een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ten nadele van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zeven personen heeft gesmokkeld. Bovendien leverde de omstandigheid dat hij de zeven personen vervoerde in een personenauto bestemd voor maximaal vijf personen (inclusief bestuurder), een gevaarlijke situatie op.

Aan verdachte is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001401-08

Uitspraak d.d.: 6 januari 2010

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 26 maart 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 december 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr M.G.W.M. Geurts, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 10 december 2006 te Babberich, gemeente Zevenaar en/of

Heldenhoh (Duitsland) en/of elders in Duitsland, een of meer anderen, te weten

[slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum])

en/of [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum]), behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland en/of de Bondsrepubliek Duitsland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zeeën in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die ander daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft

terwijl hij, verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die

toegang of die doorreis wederrechtelijk was, immers heeft verdachte voornoemde

personen (vanaf een parkeerplaats in de Bondsrepubliek Duitsland) in zijn,

verdachtes auto meegenomen en/of (vervolgens, toen verdachtes auto kapot was)

een sleepwagen van [bedrijfsnaam 1] heeft geregeld (via [bedrijfsnaam 2]) en/of zijn

auto met daarin voornoemde personen heeft laten afslepen naar Nederland, en

aldus voornoemde personen de doorreis door de Bondsrepubliek Duitsland en/of toegang tot Nederland verschaft.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof voegt hier nog aan toe dat verdachte ter terechtzitting van het hof heeft verklaard dat hij wel iets heeft fout gedaan, namelijk de papieren van zijn passagiers niet gecontroleerd. Mede gezien tegen de achtergrond dat verdachte zelf vluchteling is geweest, had hij derhalve ernstige reden te vermoeden dat hij zijn passagiers wederrechtelijk door Duitsland en in Nederland vervoerde.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 december 2006 te Babberich, gemeente Zevenaar en Heldenhoh (Duitsland) anderen, te weten

[slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum])

en [slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 4] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum]) en [slachtoffer 7] (geboren [geboortedatum]), behulpzaam is geweest bij het

verschaffen van toegang tot Nederland of doorreis door de Bondsrepubliek

Duitsland

terwijl hij, verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat die

toegang of die doorreis wederrechtelijk was, immers heeft verdachte voornoemde

personen (vanaf een parkeerplaats in de Bondsrepubliek Duitsland) in zijn,

verdachtes auto meegenomen en/of (vervolgens, toen verdachtes auto kapot was)

een sleepwagen van [bedrijfsnaam 1] geregeld (via [bedrijfsnaam 2]) en zijn

auto met voornoemde personen laten afslepen naar Nederland, en

aldus voornoemde personen de doorreis door de Bondsrepubliek Duitsland en toegang tot Nederland verschaft.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

Mensensmokkel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel, een zeer ernstig feit. De personen die verdachte vervoerde, zijn hun geboorteland ontvlucht vanwege de onveilige situatie aldaar en verdachte heeft, vermoedelijk ter financiële bevoordeling van zichzelf, misbruik van die situatie gemaakt. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op zowel de Nederlandse als de internationale rechtsorde. Bekend is immers dat mensensmokkel vaak tot gevaarlijke en mensonterende situaties leidt.

Het hof heeft bij het bepalen van de strafsoort aansluiting gezocht bij jurisprudentie in soortgelijke zaken. Uit uitspraken (Gerechtshof ’s-Gravenhage 21-10-2004, LJN AR4501 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar, Gerechtshof Amsterdam, 12-08-2003, LJN AN9336 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar en Gerechtshof ’s-Gravenhage 31-03-2008, LJN BC8264 oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden) blijkt dat in dergelijke zaken de oplegging van een (onvoorwaardelijke) vrijheidsbenemende straf passend en geboden wordt geacht. Gelet op deze uitspraken en de hiervoor omschreven ernst van het feit is de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf geïndiceerd.

In het voordeel van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat het stelselmatige karakter in deze zaak ontbreekt en met de omstandigheid dat uit een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 9 december 2009, blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Ten nadele van verdachte wordt rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte zeven personen heeft gesmokkeld. Bovendien leverde de omstandigheid dat hij de zeven personen vervoerde in een personenauto bestemd voor maximaal vijf personen (inclusief bestuurder), een gevaarlijke situatie op.

Het hof is van oordeel dat de straf die de rechtbank in eerste aanleg heeft opgelegd, en die ook door de advocaat-generaal is gevorderd, voldoende rekening houdt met voormelde omstandigheden, zodat het hof geen aanleiding ziet van deze straf af te wijken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr P.A.H Lemaire, voorzitter,

mr A.P. Besier en mr R.W. van Zuijlen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr R. Salet, griffier,

en op 6 januari 2010 ter openbare terechtzitting uitgesproken.