Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BL6620

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
05-03-2010
Zaaknummer
104.000.627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaren tegen uitgebracht deskundigenbericht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 104.000.627

(zaaknummer rechtbank 221145 CV EXPL 03-11267)

arrest van de vijfde civiele kamer van 27 oktober 2009

inzake

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. P.A.C. de Vries,

tegen:

de stichting

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen,

gevestigd te Emmeloord, gemeente Noordoostpolder,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.F.H.M. van Haastert.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1 Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 18 december 2007. Ingevolge dat tussenarrest heeft de door het hof benoemde deskundige een schriftelijk deskundigenbericht opgemaakt, dat aan partijen en het hof is toegezonden.

1.2 Daarna heeft NAK een conclusie na deskundigenbericht genomen. [appellante] heeft vervolgens een memorie van antwoord na deskundigenbericht genomen.

1.3 Vervolgens zijn de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest en heeft het hof arrest bepaald.

2. De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1 Het hof blijft bij hetgeen in het tussenarrest is overwogen.

2.2 In het tussenarrest zijn deskundigen benoemd en zijn aan de deskundigen vragen voorgelegd. De deskundigen hebben een op 8 april 2008 gedateerd rapport uitgebracht.

2.3 In het rapport beantwoorden de deskundigen de aan hen gestelde vragen als volgt:

“1. Welke is de diagnose van de klachten en/of stoornissen waaraan [appellante] lijdt?

Chronische effecten van acute en langdurige blootstelling aan concentraties organisch stof, zeer hoge concentraties endotoxinen en wrsch mycotoxinen. (…)

2. Is met betrekking tot deze klachten en/of stoornissen een eindstadium bereikt of zijn nog veranderingen in gunstige danwel ongunstige zin te verwachten?

Het eindstadium lijkt te zijn bereikt, de laatste jaren zijn de gezondheidsklachten stabiel.

3. In welke mate hebben de omstandigheden in de laboratoria van NAK in de periode november 1997 tot mei 1998 en vervolgens tot 14 september 1998 bijgedragen aan de geconstateerde klachten en/of stoornissen?

De omstandigheden in de laboratoria in de omschreven en voorafgaande periode zijn verantwoordelijk voor de geconstateerde klachten en stoornissen. De effecten van de procesverandering na 1996 (…) waardoor de grasmonsters vochtiger bleven hadden als gevolg schimmelvorming waaronder de mycotoxine producerende schimmel fusarium dit werd versterkt door de minder effectief werkende droogkasten in Emmeloord (na juli 1998). Dit laatste had tevens als gevolg dat endotoxinen producerende bacteriën zich konden vermenigvuldigen, de temperatuur van de kasten was namelijk boven de 25 °C. Daarnaast functioneerde de afzuiging niet zoals gewenst (…) De endotoxinen concentraties konden hierdoor tot zeer grote hoogten oplopen (tot max. 5000 x de door de Gezondheidsraad geadviseerde concentratie). De metingen van de endotoxinen concentraties dateren (…) van november 1999. Bovendien waren in het laboratorium endotoxinen bevattende (…) organische stof concentraties aanwezig. Metingen van een aantal organisch stof concentraties gaven concentraties boven de MAC waarde voor organisch stof.

4. Welke mate van functieverlies bij [appellante] kan worden vastgesteld en in hoeverre is dit veroorzaakt door de omstandigheden in de laboratoria van NAK in de hiervoor genoemde periode?

Uitgaande van de richtlijnen van de American Medical Association (…) wordt de mate van functiestoornissen/functieverlies als volgt uitgedrukt:

Hoofdstuk 13 tabel 9.1/2 0-10%

Tabel 13.5/6 1-14%

tabel 16.1-3 2-4%

Whole person impairment 1-22%

Zie voor de omstandigheden antwoord bij vraag 3

5. Welke beperkingen ondervindt [appellante] in het dagelijkse leven (bij het eventueel verrichten van loonvormende arbeid, huishoudelijke werkzaamheden en vrijetijdsbesteding) en in hoeverre zijn deze veroorzaakt door de omstandigheden in de laboratoria van NAK in de hiervoor genoemde periode?

De sterke vermoeidheid, stoornissen in de concentratie en in het met name korte termijn geheugen betekenen dat alleen overzichtelijke en niet-onverwachte (huishoudelijke) taken kunnen worden uitgevoerd.

Zie voor de omstandigheden antwoord bij vraag 3.

6. Zijn dit functieverlies en deze beperkingen blijvend of zijn hierin nog veranderingen in gunstige of ongunstige zin te verwachten en, zo ja, welke?

Ten aanzien van de onder 5 genoemde beperkingen lijkt een eindstadium bereikt te zijn; veranderingen in gunstige of ongunstige zin worden niet verwacht.

7. Welke overige op- en of aanmerkingen heeft u, die voor de beoordeling van deze kwestie van belang kunnen zijn?

De werkgever kon weten dat endotoxinen, stof en mycotoxinen bij de handelingen, onder de beschreven omstandigheden, vrijkwamen en schadelijk zijn voor de gezondheid van de werknemers. Al sinds in ieder geval 1986 is bekend dat het werken met endotoxinen en stof schade voor de gezondheid oplevert (ODTS). De publicatie uit 1986 gaat over graan maar dit werd tevens verwerkt in het NAK Laboratorium. Zie hoofdstuk 13”

2.4 Het hof dient bij beantwoording van de vraag of de conclusies waartoe de deskundigen in hun rapport zijn gekomen zullen worden gevolgd, alle terzake door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen en op basis van die aangevoerde stellingen in volle omvang te toetsen of er aanleiding is van de in het rapport geformuleerde conclusies af te wijken. Het hof dient daarbij in te gaan op door partijen naar voren gebrachte specifieke, deugdelijk naar voren gebrachte bezwaren als deze een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de zienswijze van de deskundige. Het hof oordeelt dat, onder meer gezien de bijzondere kennis van de deskundige, het deskundigenoordeel hem deskundig voorkomt, zodat de conclusies worden gevolgd, en wel om de navolgende redenen.

2.5 NAK concludeert, samengevat weergegeven, dat het deskundigenbericht van 5 maart 2008 (het hof neemt aan dat NAK 8 april 2008 bedoelt: de door NAK genoemde datum duidt op het conceptrapport dat door de deskundigen aan partijen is verzonden) niet bruikbaar is, subsidiair niet zonder meer kan worden gebruikt en dat aanvullend onderzoek (door een neuroloog en een longarts) is aangewezen. [appellante] heeft een en ander gemotiveerd betwist.

2.6 Een bezwaar van NAK is dat de deskundigen buiten het debat van partijen zijn getreden, omdat de discussie van partijen zich richt op de (gevolgen van) blootstelling aan endotoxinen, mycotoxinen in het geheel niet zijn gemeten maar de deskundigen het bij voortduring hebben over “endotoxinen, mycotoxinen en organische stof”. Dit bezwaar treft geen doel, nu de vordering van [appellante] zich niet beperkt tot de gevolgen van de specifieke blootstelling aan endotoxinen, doch aan stoffen die in de laboratoria aanwezig waren, waaronder endotoxinen. Dit blijkt uit de -bewoordingen doch ook de strekking- van haar processtukken zowel in eerste aanleg als in hoger beroep (zie onder andere haar grief 5 onder A).

2.7 Een volgend bezwaar van NAK betreft passages in een brief, die de deskundigen aan partijen sturen naar aanleiding van de conceptrapportage. NAK stelt dat deze tegenstrijdig en onjuist zijn. Voorts stelt zij dat in die brief nieuwe, eenzijdig aangevoerde stellingen staan. Deze brief vormt echter geen onderdeel van het deskundigenrapport. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan dit bezwaar NAK derhalve niet baten. Voorzover het bezwaar ook zou zien op hetgeen in punt d) op bladzijde 5 van het deskundigenrapport staat, treft het evenmin doel, nu het hier een (deels) feitelijke beschrijving van de werkwijze binnen NAK betreft.

2.8 Als bezwaar brengt NAK eveneens naar voren dat twee wetenschappelijke artikelen, die door de deskundigen zijn aangehaald, niet aan de rapportage zijn toegevoegd. Wat daar verder ook van zij, de twee artikelen zijn wel toegevoegd aan het deskundigenrapport dat aan het hof (en [appellante], zo blijkt uit haar memorie na deskundigenbericht) is overgelegd, welk exemplaar NAK bij de deskundigen of ter griffie had kunnen opvragen, terwijl uit haar memorie blijkt dat zij daarvan uiteindelijk wel kennis heeft gekregen. Het hof kan voorts de stelling van NAK niet volgen dat de artikelen niet relevant zijn omdat deze schimmelvorming in “ondergelopen huizen” zou betreffen, nu het hof na lezing van die artikelen niet is gebleken dat de artikelen daartoe beperkt zouden zijn.

2.9 NAK stelt voorts dat als de deskundigen zich werkelijk hadden verdiept in de technische realiteit van het zaaizaadonderzoek, eenvoudig zou zijn gebleken dat op grond van Europese verkeersrichtlijnen vochtnormen voor zaaizaadmonsters zijn vastgesteld van circa 15%. Zonder nadere toelichting over de feitelijke situatie of andere omstandigheden van de zijde van NAK, die ontbreekt, is niet duidelijk dat deze stelling tot een ander oordeel van de deskundigen zou hebben geleid.

2.10 Een volgend bezwaar van NAK is dat het medisch rapport van [appellante] niet ter beschikking is gesteld. Het hof oordeelt als volgt. Het gehele procesdossier van [appellante], dat gelijkluidend is aan dat van NAK, is aan de deskundigen ter beschikking gesteld. Hierin bevindt zich medische informatie betreffende [appellante], waaronder het rapport van longarts P.M.M. Roelofs (productie 1 bij de inleidende dagvaarding) van 27 maart 2000, de “beoordeling medisch dossier” van de arts-medisch adviseur drs J.A. Ribbens (productie II bij de memorie van grieven) van 13 januari 2005 en de rapportage van klinisch psycholoog en neuropsycholoog drs A. Bons van november 2004 (productie III bij de memorie van grieven). Voorts hebben de deskundigen een eigen medisch onderzoek uitgevoerd alsmede een laboratoriumonderzoek laten uitvoeren. Tegen deze achtergrond had NAK specifieker moeten stellen dat en op welke grond de voorhanden medische informatie onvoldoende was, hetgeen zij heeft nagelaten. Dit klemt temeer nu beide partijen beschikken over dezelfde informatie, zodat van enige strijd met “equality of arms” geen sprake is en rekening dient te worden gehouden met de privacy van [appellante].

2.11 Voorts voert NAK aan dat de conclusies van de deskundigen niet worden onderschreven door medisch adviseur drs. R.M. Wiersma en professor D. Heederik. Behoudens bijzondere omstandigheden, die gesteld noch gebleken zijn, betekent dit niet dat het hof de conclusies van de door het hof benoemde deskundigen niet zou mogen volgen.

2.12 Ook stelt NAK dat de beschrijving “in belangrijke mate uitsluitend gebaseerd” is op hetgeen [appellante] kennelijk heeft verklaard. Het hof kan deze stelling niet volgen. De deskundigen hebben -uiteraard- uit monde van [appellante] vernomen welke haar klachten zijn. Daarnaast is het gehele dossier bestudeerd en heeft een medisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis daarvan komen de deskundigen tot hun conclusies. Het hof ziet niet in dat een en ander onjuist zou zijn. Tegen deze achtergrond acht het hof het niet noodzakelijk dat (alsnog) nader medisch onderzoek - zoals bijvoorbeeld naar de longfunctie - wordt verricht.

2.13 Vervolgens maakt NAK bezwaar tegen het navolgende. In het conceptrapport staat bij vraag 3 een termijn genoemd. Deze termijn correspondeert niet met de termijn die uit het laatste tussenarrest voortvloeit. De termijn is aangepast, doch de conclusie van de deskundigen is hetzelfde gebleven. Voorts staat in het antwoord van de deskundigen de termijn genoemd, maar daar staat tussen haakjes “en voorafgaande” bij. Aldus nemen de deskundigen ook een andere periode dan door het hof bepaald, in hun beoordeling mee. Het hof oordeelt als volgt. Ten aanzien van [appellante] is de termijn in het conceptrapport dezelfde als de termijn in het definitieve rapport. Het bezwaar treft dan ook geen doel. Daarbij volgt uit het antwoord van de deskundigen dat “de omstandigheden in de laboratoria in de omschreven (en voorafgaande) periode” sterk hebben bijgedragen aan de geconstateerde klachten en stoornissen. De conclusie van de deskundigen wordt dan ook niet anders, indien hetgeen tussen haakjes staat zou vervallen.

2.14 Het hof ziet aanleiding de vordering van [appellante] betreffende het voorschot toe te wijzen conform haar eis, onder meer nu [appellante] al daadwerkelijk kosten heeft gemaakt, waaronder die ter zake van een medische rapportage. Het hof overweegt hierbij dat het voorshands aannemelijk is dat de schade niet minder beloopt dan € 15.000,-.

Slotsom

De grieven slagen, zodat het bestreden vonnis moet worden vernietigd. NAK zal worden veroordeeld tot betaling van een voorschot aan [appellante], op de nader bij staat op te maken schade. NAK zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van beide instanties worden veroordeeld. De kosten die NAK ter zake van de deskundigen heeft voorgeschoten, blijven conform de begrotingsbeslissing van 27 mei 2008 voor haar rekening. De vordering betreffende de wettelijke rente over de in de schadestaatprocedure aan de orde zijnde schade (waar het voorschot een onderdeel van is) dient in die procedure aan de orde te komen.

3. De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter (rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad) van 7 juli 2004 en doet opnieuw recht;

1) veroordeelt NAK tot betaling aan [appellante] van een voorschot van € 15.000,- voor vergoeding van materiele en immateriële schade;

2) veroordeelt NAK tot betaling aan [appellante] van de (overige) schade, zoals bedoeld in de artikelen 6:95, 6:96 en 6:106 BW als gevolg van de door [appellante] geleden gezondheidsschade ten gevolge van de werkzaamheden bij NAK, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3) veroordeelt NAK in de kosten van beide instanties, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellante] wat betreft de eerste aanleg begroot op € 250,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op € 162,- voor griffierecht en € 81,16 voor explootkosten en wat betreft het hoger beroep begroot op € 2.682,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, op € 241,- voor griffierecht en € 83,78 voor explootkosten;

4) verklaart dit arrest, voorzover het de veroordelingen als bedoeld onder 1), 2) en 3) betreft, uitvoerbaar bij voorraad;

5) wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.B. Knottnerus, H. van Loo en R. Prakke-Nieuwenhuizen en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2009.