Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK6076

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
10-12-2009
Zaaknummer
000948- 05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voorzetting voorlopige hechtenis op grond van art. 72 lid 2 Sv na hoger beroep tegen onbevoegdverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

pkn: 10-600108-09

avnr: 000948- 05

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in de [P.I.].

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Arnhem van 1 oktober 2009, houdende de onbevoegdverklaring van de rechtbank Arnhem om over de verlenging gevangenhouding te oordelen van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr W.A. Monster, advocaat te Amsterdam, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 6 oktober 2009.

OVERWEGINGEN:

Het hof is na onderzoek gebleken dat de gronden waarop de rechtbank het bevel tot gevangenhouding van verdachte heeft gegeven ook thans nog bestaan, zodat de beschikking van de rechtbank met overneming van de gronden dient te worden bevestigd.

Het hof is van oordeel dat, nu door verdachte hoger beroep is ingesteld tegen de einduitspraak van de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Arnhem, waarin de onbevoegdheid van de rechtbank is uitgesproken alsmede toepassing is gegeven aan artikel 72 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, de rechtbank Arnhem zich terecht en op goede gronden onbevoegd heeft verklaard van de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de voorlopige hechtenis kennis te nemen. Dat, zoals de raadsvrouw heeft betoogd, die onbevoegdheid door de rechtbank Arnhem niet had mogen worden uitgesproken aangezien het hoger beroep namens de verdachte eerst na de raadkamerbehandeling is ingesteld mist ten eerste goede grond, aangezien de onbevoegdheid uit het stelsel van de wet voortvloeit. Daarenboven geldt dat het ten overstaan van het hof op dit punt gevoerde verweer is strijd is met een goede procesorde, aangezien de raadsvrouw ten tijde van de behandeling in raadkamer bij de rechtbank reeds had aangegeven een dergelijk appel in te gaan stellen. Dat verweer wordt dus verworpen.

Voorts stelt het hof vast dat, in afwachting van de behandeling door het gerechtshof

’s Gravenhage, zitting houdende te Arnhem van het door verdachte ingestelde hoger beroep tegen de door de rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Arnhem gegeven einduitspraak van 25 september 2009, de voorlopige hechtenis van rechtswege voortduurt op grond van artikel 72 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering tot zes dagen nadat op dat beroep onherroepelijk is beslist, tenzij de einduitspraak eerder door intrekking van het hoger beroep onherroepelijk is geworden. In verband daarmee, en gelet op het feit dat, hangende het hoger beroep, de vervolging niet bij de rechtbank Arnhem kan plaatsvinden, zal het genoemde hof trachten de behandeling van dat hoger beroep zo spoedig mogelijk te doen aanvangen.

Het hof heeft gelet op het bepaalde in de artikelen 65, 66, 67, 67a, 71 en 72 van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING:

Het hof bevestigt de beschikking waarvan beroep.

Aldus gegeven op 14 oktober 2009 door mrs A.E. Harteveld, voorzitter, A.G. Coumans en

G.C. Gillissen, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.M.W. van de Lagemaat, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.