Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK4817

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-11-2009
Datum publicatie
30-11-2009
Zaaknummer
08-00461
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Leges.

Bezwaar tijdig. Aanvraag lichte bouwaanvraag in behandeling genomen. Leges terecht geheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector belastingrecht

twaalfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 08/00461

datum uitspraak: 3 november 2009

appellant : in het principale hoger beroep X (hierna: belanghebbende) en in het incidentele hoger beroep de heffingsambtenaar van de gemeente Rheden (hierna: Ambtenaar)

verweerder in hoger beroep : in het principale hoger beroep de Ambtenaar en in het incidentele hoger beroep belanghebbende

uitspraak in eerste aanleg : van de Rechtbank Arnhem van 29 juli 2008, nummer AWB 08/1250

betreft : aanslag leges

nummer : 20070488

onderzoek ter zitting : op 22 oktober 2009 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbendes gemachtigde A ter bijstand vergezeld van belanghebbendes echtgenote X-Y, alsmede de Ambtenaar

gronden:

1. Belanghebbende heeft op 24 augustus 2007 een aanvraag voor een lichte bouwvergunning ten behoeve van de woning a-straat te Q bij de gemeente Rheden ingediend.

2. Bij een door B, manager Bouwen en Milieu, ondertekende brief van 30 augustus 2007 met als onderwerp “ Ontvangstbevestiging aanvraag bouwvergunning en aanslag leges” heeft de gemeente Rheden belanghebbende onder meer medegedeeld dat voor het in behandeling nemen van deze aanvraag leges zijn verschuldigd, de bouwaanvraag nog op volledigheid moet worden getoetst, de geschatte bouwkosten € 59.500 inclusief omzetbelasting bedragen en de leges zijn berekend op € 1.166.

Voorts is in de brief onder het kopje “bijlage(n)” vermeld: 1. Deze bijlage is een van de manager van de afdeling Administratie en Belastingen van de gemeente Rheden afkomstig, eveneens op 30 augustus 2007 gedagtekend, aanslagbiljet waarop onder meer het bedrag van de verschuldigde leges, een rechtsmiddelverwijzing, de betalingstermijn en het rekeningnummer van de gemeente Rheden is vermeld.

3. Bij brief van 11 september 2007 heeft de gemeente belanghebbende in de gelegenheid gesteld alsnog ontbrekende gegevens en bescheiden ter zake van zijn aanvraag over te leggen. In die brief wordt belanghebbende er op gewezen dat als hij niet binnen de termijn van vier weken na verzending van de brief de benodigde gegevens heeft overgelegd, de aanvraag met toepassing van artikel 4:5, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling wordt genomen. Belanghebbende heeft vervolgens de gevraagde nadere gegevens en bescheiden op 27 september 2007 bij de gemeente ingediend.

4. Bij brief van 25 oktober 2007, ontvangen door de Ambtenaar op 1 november 2007, is belanghebbende tegen de bij schriftelijke kennisgeving d.d. 30 augustus 2007 in rekening gebrachte leges ten bedrage van € 1.166 in bezwaar gekomen.

5. In geschil is of de Ambtenaar belanghebbende terecht wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet ontvankelijk in bezwaar heeft verklaard en of de Ambtenaar belanghebbende de hiervoor vermelde leges terecht in rekening heeft gebracht.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende zijn hoger beroepschrift vóór afloop van de hogerberoepstermijn ter post heeft bezorgd. Belanghebbende is ontvankelijk in zijn hoger beroep.

7. Voorts is naar belanghebbende ter zitting van het Hof nader heeft verklaard de berekening van het bedrag dat hem aan leges in rekening is gebracht niet meer in geschil.

beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaar

8. Ingevolge artikel 6 van de legesverordening van de gemeente Rheden 2002 worden leges geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur.

9. Belanghebbende herhaalt in hoger beroep zijn stelling dat hij de onder 2 vermelde bijlage waarnaar in de eveneens onder 2 vermelde brief wordt verwezen, niet heeft ontvangen en dat hem bij schriftelijke kennisgeving van 30 augustus 2007 leges ten bedrage van € 1.166 in rekening is gebracht zonder vermelding van een rechtsmiddelverwijzing.

10. Belanghebbende neemt naar het oordeel van het Hof terecht het standpunt in dat hij bij schriftelijke kennisgeving van 30 augustus 2007 ervan op de hoogte is gesteld dat hij voor een bedrag van € 1.166 was betrokken in de heffing van leges.

11. Belanghebbende betwist niet dat hij – bij brief van 25 oktober 2007 – na afloop van de bezwaartermijn in bezwaar is gekomen. Ingevolge artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht blijft een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

12. De Ambtenaar stelt in de van hem afkomstige stukken dat de aanslag leges met rechtsmiddelverwijzing (de bijlage) te allen tijde tegelijkertijd met de onder 2 vermelde brief “ontvangstbevestiging aanvraag bouwvergunning en aanslag” door de afdeling Bouw en Milieu van de gemeente Rheden worden aangemaakt en verzonden.

13. Ter zitting heeft de Ambtenaar verklaard dat belanghebbende een op 12 oktober 2007 gedagtekende aanmaning tot betaling van het verschuldigde bedrag aan leges is toegezonden en dat belanghebbende op 16 oktober 2007 het door hem verschuldigde bedrag aan leges heeft betaald. Voorts heef de Ambtenaar ter zitting nader verklaard dat hij niet op de afdeling Bouw en Milieu werkzaam is en geen inzicht heeft in de exacte gang van zaken bij het verzenden van deze stukken.

14. Gelet op hetgeen de Ambtenaar ter zitting (nader) heeft verklaard met betrekking tot de aanmaning, de betaling daarna van de leges en zijn gebrek aan inzicht in de gang van zaken met betrekking tot de verzending van schriftelijke stukken door de afdeling Bouw en Milieu, acht het Hof aannemelijk dat belanghebbende het aanslagbiljet met daarop vermeld de rechtsmiddelverwijzing, de betalingstermijn en het voor de betaling van de verschuldigde leges benodigde bankrekeningnummer, niet heeft ontvangen. Voorts is niet aannemelijk geworden dat belanghebbende anderszins wist dan wel redelijkerwijs kon weten op welke wijze en binnen welke termijn hij bezwaar kon maken.

Naar het oordeel van het hof kan onder deze omstandigheden redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat belanghebbende in verzuim is geweest door eerst op 25 oktober 2007 in bezwaar te komen tegen de hem bij wegen van de schriftelijke kennisgeving van 30 augustus 2007 in rekening gebracht leges.

Inhoudelijke beoordeling van het beroep

15. Uit de genoemde schriftelijke kennisgeving maakt het Hof op dat de afdeling Bouw en Milieu van de gemeente Rheden op aanvraag van belanghebbende, in diens individuele belang, werkzaamheden heeft verricht.

16. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 21 december 2007, nr. 41 303 (VN 2008/3.30) waarnaar in de bestreden uitspraak wordt verwezen en de beslissende overwegingen zijn aangehaald, heeft de Rechtbank op goede gronden een juiste uitspraak gedaan. Het Hof is met de Rechtbank van oordeel dat in het onderhavige geval het gemeentebestuur de aanvraag in behandeling heeft genomen in de zin van onderdeel 5.2 van de tarieventabel. Hetgeen belanghebbende overigens in zijn hoger beroepschrift heeft aangevoerd doet daaraan niet af.

slotsom:

Het hoger beroep en het incidentele hoger beroep zijn ongegrond.

kosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank

Aldus gedaan door mr. J.A. Monsma, lid van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts en G.L.J. ’t Hoen als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2009.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de enkelvoudige kamerkamer,

(J.L.M. Egberts) (J.A. Monsma)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij:

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag

(bezoekadres: Kazernestraat 52).

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

– bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

– het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.