Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK4274

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-11-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
107.002.182/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Certificering door niet door Raad van Accreditatie geaccordeerd bedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/151

Uitspraak

Arrest d.d. 24 november 2009

Zaaknummer 107.002.182/01

HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

Nevenzittingsplaats Leeuwarden

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

ARS Schoonmaakdiensten B.V.,

gevestigd te [plaats],

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna te noemen: ARS,

advocaat: mr. J.I. Dierkx, kantoorhoudende te Almere,

tegen

1. Integrated Management Services B.V.,

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: IMS,

2. Stichting Qualitymasters,

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: de stichting,

geïntimeerden,

in eerste aanleg: eisers,

hierna gezamenlijk te noemen: IMS c.s.,

advocaat: mr. P.M. Wilmink, kantoorhoudende te Arnhem.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 11 juli 2007 door de sector kanton, locatie Lelystad van de rechtbank Zwolle-Lelystad (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 10 respectievelijk 11 oktober 2007, tezamen hersteld bij exploot van 18 oktober 2007, is door ARS hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van IMS c.s. tegen de zitting van 30 oktober 2007.

Bij de memorie van grieven zijn producties overgelegd. De conclusie van deze memorie luidt:

"bij arrest uitvoerbaar bij voorraad:

I te vernietigen het vonnis dat op 11 juli 2007 onder rolnummer 353062 CV 07-4150 door de rechtbank te Rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad, tussen partijen is gewezen;

II en de vorderingen van geïntimeerden te ontzeggen;

III met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."

Bij memorie van antwoord is door IMS c.s. verweer gevoerd met als conclusie:

"bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zonodig onder verbetering en aanvulling van gronden, te bekrachtigen het vonnis van 11 juli 2007 tussen partijen gewezen door de Rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad (met zaaknummer 353062 CV 07-4150), met veroordeling van ARS in de kosten van het hoger beroep."

Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

ARS heeft één grief opgeworpen.

De beoordeling

1. Als gesteld en erkend, dan wel niet (voldoende) betwist, alsmede op grond van de niet bestreden inhoud der overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende genoegzaam vast:

- IMS c.s. zijn actief in het certificeren van ondernemingen; IMS verzorgt het voortraject en de stichting verzorgt, na afronding van het voortraject, de certificatie.

- IMS c.s. hebben in opdracht en voor rekening van ARS certificeringswerkzaamheden verricht c.q. diensten in het kader van certificering geleverd, een en ander als nader omschreven in een tweetal in december 2004 tussen partijen gesloten overeenkomsten, waarvan schriftelijke vastlegging heeft plaatsgevonden, welke beide door partijen zijn ondertekend.

- De eerste overeenkomst is gesteld op papier van de stichting en vermeldt als kop "Qualitymasters." Onderaan die overeenkomst staat: "SRTCI ACCREDITED".

- In de eerste overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat IMS voor een periode van vijf jaren de certificering ISO 9001:2000 zou verzorgen, het certificaat in stand zou houden en drie externe audits per jaar zou verzorgen.

- De eerste overeenkomst is zijdens IMS c.s. op 24 november 2004 getekend en zijdens ARD op 21 december 2004.

- De tweede overeenkomst is gesteld op papier van IMS en houdt in dat IMS c.s. een zogenaamd "combizorg systeem" zou opzetten en documenteren.

- De tweede overeenkomst is zijdens IMS c.s. getekend op 25 november 2004 en zijdens ARS op 21 december 2004.

- De werkzaamheden als omschreven in de tweede overeenkomst zijn door IMS c.s. verricht en gefactureerd en door ARS betaald.

- De werkzaamheden voortvloeiend uit de eerste overeenkomst zijn voor de jaren 2005, 2006 en 2007 (tot het moment van de inleidende dagvaarding) verricht. De factuur voor 2005 is verzonden en betaald. De factuur voor 2006 is wel verzonden maar onbetaald gebleven.

2. IMS c.s. heeft vanwege de weigerachtige houding van ARS ook de nog resterende contractjaren gefactureerd. Zij vordert in deze procedure betaling van de facturen over 2006 en 2007. ARS stelt zich op het standpunt dat zij door IMS c.s. is misleid doordat - zoals haar naderhand is gebleken - de certificering zoals die aan haar is verkocht en geleverd geen toegevoegde waarde heeft omdat de gemeentelijke instellingen waarmee ARS wenst te contracteren een certificering verlangen van een door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccordeerd bedrijf. De kantonrechter heeft in het beroepen vonnis het verweer van ARS afgewezen wegens (kort gezegd) gebrek aan feitelijke grondslag. De grief komt tegen die verwerping en de daaraan ten grondslag gelegde motivering op. ARS heeft in hoger beroep haar verweer nader ingevuld. Zij stelt zich thans op het standpunt dat er sprake is van dwaling nu IMS c.s. (abusievelijk wordt tot twee keer gesproken van ARS waar kennelijk IMS c.s. wordt bedoeld) als professionele partij wist dan wel behoorde te weten dat de door haar verstrekte certificaten voor veel projecten van ARS niet bruikbaar zouden zijn en ARS daarvan op de hoogte had moeten stellen, nu zij " er rekening mee behoefde te houden dat die feiten voor ARS van doorslaggevende betekenis zijn."

De overeenkomst waarop IMS c.s. haar vordering baseert is in de visie van ARS vernietigbaar zodat zij niet gehouden is de openstaande facturen te voldoen.

3. IMS c.s. hebben het door ARS gestelde op alle onderdelen betwist, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Daarbij hebben zij erop gewezen dat op de eerste overeenkomst uitdrukkelijk vermeld staat dat zij geaccrediteerd zijn bij SRTCI, zijnde een van de drie organisaties (waaronder ook RvA) die in Nederland actief zijn op het gebied van accrediteren.

Met betrekking tot de grief:

4. Het hof stelt allereerst vast dat ARS haar stelling dat de accreditatie bij SRTCI niet voldoende is voor de internationale aanbestedingen en aanbestedingen bij gemeentelijke instellingen slechts heeft onderbouwd met een mailbericht van [betrokkenen]. Daargelaten dat in dit bericht slechts wordt aangegeven dat de waarde van een certificaat van QMS en SRTCI niet gelijk is aan de gebruikelijke certificerende instelling (waarmee kennelijk het RvA wordt bedoeld), wordt volstrekt niet duidelijk met welk gezag [betrokkenen] (volgens IMS c.s. een concurrerende certificerende instelling) deze uitspraak doen. Bovendien blijkt uit het mailbericht geenszins dat ARS internationaal aanbestede en/of door gemeentelijke instellingen gedane aanbiedingen heeft gemist. Nu op dit punt geen (voldoende gespecificeerd) bewijsaanbod voorligt, terwijl de bewijslast ter zake op ARS rust, gaat het hof aan deze stelling voorbij.

5. Ook aan de volgende - door IMS betwiste - stelling van ARS, te weten dat zij bij de contractshandelingen uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij de certificeringen nodig had voor grote projecten, waaronder Europese aanbestedingen en gemeentelijke aanbestedingen, dient - bij gebreke aan een daarop gericht bewijsaanbod zijdens ARS, op wie ter zake eveneens de bewijslast rust - te worden voorbijgegaan.

6. Het hof moet dan ook tot de conclusie komen dat ARS haar stelling dat IMS c.s. bij het aangaan van de overeenkomst begreep of hadden moeten begrijpen dat het voor ARS van belang was om RvA geaccrediteerd te zijn, elke deugdelijke onderbouwing mist, zodat het op misleiding/dwaling gebaseerde verweer van ARS moet worden verworpen.

7. De grief faalt.

De slotsom.

8. Het vonnis waarvan beroep dient te worden bekrachtigd met veroordeling van ARS als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (salaris advocaat: 1 punt tarief I).

De beslissing

Het gerechtshof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;

veroordeelt ARS in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van IMS c.s. tot aan deze uitspraak op € 251,-- aan verschotten en € 632,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat en verklaart die kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. Mollema, voorzitter en mrs. Rowel - Van der Linde en Kuiper, raden en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 24 november 2009 in bijzijn van de griffier.