Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK1417

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-10-2009
Datum publicatie
03-11-2009
Zaaknummer
24-001632-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van opzetheling en diefstal in vereniging door middel van braak veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact. Daarnaast verklaart het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001632-07

Parketnummers eerste aanleg: 07-607225-06, 07-607006-05 en 07-607018-06

Arrest van 27 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 22 juni 2007 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-607225-06, 07-607006-05 en 07-607018-06 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. H. Seton, advocaat te Amersfoort.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, vrijgesproken van een tweetal ten laste gelegde feiten, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en heeft beslist op een tweetal vorderingen van benadeelde partijen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het in zaak A onder 1 en 2 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het in zaak A onder 3, in zaak B subsidiair en in zaak C onder 1 subsidiair, onder 2 en onder 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 333 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal afwijzen en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van € 16.895,73 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot een bedrag van € 8.000,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover aan hoger beroep onderworpen, ten laste gelegd, dat:

Zaak A

3.

hij in of omstreeks de periode van 30 juli 2005 tot en met 5 augustus 2005 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [ straat 1] heeft weggenomen een televisie en/of een DVD-speler en/of een videorecorder en/of een radio en/of een CD-speler en/of een cassetterecorder en/of een stereotoren en/of een computer en/of een videocamera en/of een of meer fotocamera(s) en/of een mobiele telefoon en/of een of meer horloge(s) en/of een grote hoeveelheid sieraden en/of een grote hoeveelheid munten en/of een vreemdelingendocument, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Zaak B

hij op of omstreeks 02 januari 2005 in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het gemeentehuis heeft weggenomen een beeldscherm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de gemeente [gemeente 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 januari 2005 in de gemeente [gemeente 2], in elk geval in Nederland, een computerbeeldscherm heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van computerbeeldscherm wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 januari 2005 in de gemeente [gemeente 2], in elk geval in Nederland, een computerbeeldscherm heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van een computerbeeldscherm redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Zaak C

1.

hij op of omstreeks 31 mei 2005 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een flatscreen televisie (merk Samsung), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 31 mei 2005 tot en met 10 januari 2006 in de gemeente [gemeente 1], in elk geval in Nederland, een flatscreen televisie (merk Samsung) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die televisie wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2005 tot en met 25 augustus 2005 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand, gelegen aan de [straat 2] heeft weggenomen twee, in elk geval een of meer kluisjes, inhoudende ondermeer een aantal (bank)passen en/of een geldbedrag van ongeveer 650 Euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [stichting], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming;

3.

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 9 mei 2005 tot en met 10 mei 2005 te [plaats 1], gemeente [gemeente 3], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (zwarte Volkswagen Golf) heeft weggenomen een rijbewijs en/of een radio/CD-speler (merk Pioneer) en/of een navigatiesysteem (merk Vdo Daiton), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [bedrijf], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Vrijspraak

Het hof heeft op grond van het wettig bewijs niet de overtuiging gekregen dat verdachte het hem in zaak A onder 3 en in zaak C onder 1 en onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Voorts acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem in zaak B primair ten laste gelegde heeft begaan. Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van hetgeen aan verdachte zaak A onder 3, in zaak B primair en in zaak C onder 1 en onder 3 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

Zaak B, subsidiair

hij op 02 januari 2005 in de gemeente [gemeente 2] een computerbeeldscherm heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven van het computerbeeldscherm wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Zaak C, onder 2

hij in de periode van 24 augustus 2005 tot en met 25 augustus 2005 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (bedrijfs)pand, gelegen aan de [straat 2] heeft weggenomen kluisjes, inhoudende ondermeer een aantal (bank)passen en een geldbedrag van ongeveer 650 euro toebehorende aan de [stichting], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak B subsidiair en in zaak C onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

in zaak B, subsidiair: opzetheling;

in zaak C, onder 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een computerscherm in zijn bezit gehad waarvan hij wist dat het gestolen was. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een inbraak in vereniging. Hij heeft hierdoor niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betrokkenen, maar heeft bij de inbraak ook schade toegebracht aan het gebouw en de kluis waarin de goederen zich bevonden.

Het hof heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 8 juli 2009 veelvuldig is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Als uitgangspunt geldt dat de berechting van de zaak in hoger beroep behoort te zijn afgerond met een einduitspraak binnen twee jaren nadat het rechtsmiddel is ingesteld. Namens verdachte is op 27 juni 2007 hoger beroep ingesteld en de onderhavige zaak behoorde derhalve op 27 juni 2009 te zijn afgerond. Nu dit niet het geval is, is er gerekend vanaf die datum sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van vier maanden. Het hof zal volstaan met het constateren van voormelde overschrijding.

Het hof ziet in het feit dat zij tot een beperktere bewezenverklaring komt dan waartoe de advocaat-generaal concludeert, aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd. Gelet op de ernst van de strafbare feiten, is het hof van oordeel dat verdachte een - deels voorwaardelijke - gevangenisstraf, van kortere duur dan door de advocaat-generaal gevorderd, dient te worden opgelegd. Een andere, lichtere, strafmodaliteit is - gelet op verdachtes justitiële verleden - niet meer aan de orde. Het hof zal hierbij verplicht reclasseringscontact opleggen om te waarborgen dat verdachte de begeleiding krijgt waar hij naar eigen zeggen behoefte aan heeft.

Het voorwaardelijke deel van de straf dient tevens als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich nogmaals schuldig maakt aan (soortgelijke) strafbare feiten.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat hij in zijn vordering in eerste aanleg niet-ontvankelijk is verklaard en dat hij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in zijn vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Benadeelde partij [benadeelde 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg niet is toegewezen en dat zij zich in het geding in hoger beroep niet opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep niet voort en kan het hof niet op die vordering beslissen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het in zaak A onder 1 en 2 ten laste gelegde;

verklaart het verdachte in zaak A onder 3, in zaak B primair en in zaak C onder 1 en onder 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak B subsidiair en in zaak C onder 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak B subsidiair en in zaak C onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van honderdtwintig dagen;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zestig dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling;

draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart de benadeelde partij, N. Stockhofe-Zurwierden, niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. J.J. Beswerda en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. G.J. Niezink buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-