Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK1256

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2009
Datum publicatie
03-11-2009
Zaaknummer
21-001925-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een man, met wie hij ruzie dacht te hebben, voor een café temidden van omstanders van dichtbij neergeschoten. Het slachtoffer is na een maand in comatueuze toestand te hebben verkeerd aan zijn verwondingen overleden.

Verdachte heeft welbewust een negenentwintigjarige man, die binnen afzienbare tijd vader zou worden, het leven ontnomen. Hij heeft aan de nabestaanden onbeschrijfelijk en onherstelbaar leed toegebracht, dat zij rest van hun leven met zich meedragen.

Het feit dat verdachte bijna twee jaar heeft gezwegen en daardoor de nabestaanden in het ongewisse heeft gelaten over de toedracht van de schietpartij, moet voor de nabestaanden vreselijk zijn geweest. De kans is groot dat dit voor hen de verwerking van hetgeen is gebeurd, heeft belemmerd of vertraagd.

Ook voor de omstanders moet het een zeer ingrijpende en huiveringwekkende ervaring zijn geweest. Geweld in het uitgaansleven schokt de rechtsorde en veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-001925-08

Uitspraak d.d.: 26 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 23 april 2008 in de strafzaak tegen

[NAAM VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 26 februari 2009 en 12 oktober 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr W.J. Ausma, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Primair

hij in of omstreeks de periode van 4 november 2007 tot en met 4 december 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg

op of omstreeks 4 november 2007 te Utrecht (na zich van een vuurwapen te hebben voorzien)

- zich begeven naar de plaats waar die [naam slachtoffer] zich bevond en/of

(vervolgens) die [naam slachtoffer] uit café [naam café] gehaald / gewenkt;

- (vervolgens) van korte afstand en/of gericht met genoemd vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op en/of in de richting van die [naam slachtoffer], waardoor die [naam slachtoffer] door (één of meerdere van) die kogel(s) in zijn borst, althans in zijn lichaam werd getroffen,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] op 4 december 2007 te Utrecht is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 4 november 2007 tot en met 4 december 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk

op of omstreeks 4 november 2007 te Utrecht (na zich van een vuurwapen te hebben voorzien)

- zich begeven naar de plaats waar die [naam slachtoffer] zich bevond

en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] uit café [naam café] gehaald / gewenkt;

- (vervolgens) van korte afstand en/of gericht met genoemd vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op en/of in de richting van die [naam slachtoffer], waardoor die [naam slachtoffer] door (één of meerdere van) die kogel(s) in zijn borst, althans in zijn lichaam werd getroffen,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] op 4 december 2007 te Utrecht is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij op of omstreeks 4 november 2007

te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven te beroven, immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg

- zich begeven naar de plaats waar die [naam slachtoffer] zich bevond

en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] uit café [naam café] gehaald / gewenkt;

- (vervolgens) van korte afstand en/of gericht met genoemd vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op en/of in de richting van die [naam slachtoffer], waardoor die [naam slachtoffer] door (één of meerdere van) die kogel(s) in zijn borst, althans in zijn lichaam werd getroffen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meest subsidiair

hij op of omstreeks 4 november 2007

te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, immers heeft / hebben verdachte en / of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk

- zich begeven naar de plaats waar die [naam slachtoffer] zich bevond

en/of

- (vervolgens) die [naam slachtoffer] uit café [naam café] gehaald / gewenkt;

- (vervolgens) van korte afstand en/of gericht met genoemd vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op en/of in de richting van die [naam slachtoffer], waardoor die [naam slachtoffer] door (één of meerdere van) die kogel(s) in zijn borst, althans _in zijn lichaam werd getroffen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder.

Op 4 november 2007 om 2.02 uur komt bij de meldkamer van de politie de melding binnen dat een persoon zou zijn neergeschoten voor café “[naam café]” te Utrecht. Het slachtoffer, genaamd [naam slachtoffer], wordt naar het ziekenhuis overgebracht. Het slachtoffer is door een kogel in de borst geraakt. Op 4 december 2007 wordt na overleg met de familie besloten het medisch handelen te staken. Op 4 december 2007 overlijdt [naam slachtoffer] aan de gevolgen van de verwondingen die hij op 4 november 2007 heeft opgelopen.

Verdachte is op 10 november 2007 aangehouden. Verdachte heeft tot de terechtzitting van het hof van 12 oktober 2009 geen verklaring willen afleggen.

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof op 12 oktober 2009 alsnog onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Op 4 november 2009 ben ik, na ruzie te hebben gehad met mijn vriendin, naar café “[naam café]” in Utrecht is gegaan. In dat café heb ik ruzie gekregen en door de portier ben ik naar buiten geleid. Ik ben naar mijn auto gegaan en ik heb bij mijn dealer cocaïne gehaald. Ik heb in mijn auto cocaïne gesnoven en bier gedronken. Ik ben teruggegaan naar café “[naam café]”. Een man, waarvan ik dacht dat ik met hem eerder die avond ruzie had gehad, wenkte mij en ik heb hem gewenkt om mee naar buiten te komen. Ik was een beetje doorgedraaid. Hij is achter mij aan naar buiten gelopen. Tijdens het naar buiten lopen werd er “kankerkamper” of “kutkamper” of iets dergelijks geroepen. Toen heb ik het wapen uit mijn zak gepakt. Ik wilde me niet laten vernederen. Ik heb de revolver met mijn arm gestrekt voor me gehouden. Het wapen ging af. De man stond ongeveer anderhalve meter van mij af.

Het hof is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vast is komen te staan.

Op 4 november 2007 parkeert verdachte, na eerder die nacht ruzie te hebben gehad in café “[naam café]” in Utrecht, zijn auto voor voornoemd café. Verdachte is onder invloed van alcoholhoudende drank en verdovende middelen. Hij stapt uit, praat met mensen, verplaatst de auto tot voor het café en gaat, terwijl de motor van de auto nog draait, gewapend het café binnen. In het café bestelt hij een biertje. Verdachte ziet op dat moment de man aan de bar zitten, waarvan hij denkt dat hij met hem eerder die avond in hetzelfde café ruzie heeft gehad. Terwijl het biertje wordt getapt, wenkt verdachte de man om mee naar buiten te gaan. De man loopt achter verdachte aan mee naar buiten. Zodra de man buiten komt, wordt hij door verdachte neergeschoten. Verdachte stapt in de auto en rijdt weg.

Uit voorgaande feiten en omstandigheden leidt het hof af dat het neerschieten van het slachtoffer het gevolg is geweest van een, zij het kort tevoren, daartoe genomen besluit. Het hof is van oordeel dat verdachte met voorbedachte raad het slachtoffer van het leven heeft beroofd.

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat het slachtoffer zelf contact heeft gezocht met verdachte door hem te wenken. Het slachtoffer en verdachte kenden elkaar niet en geen van de getuigen verklaart hier anders over. Dat tegen verdachte is geroepen “kankerkamper” of “kutkamper” acht het hof eveneens niet aannemelijk geworden. Door geen van de getuigen, die korte tijd na het schietincident zijn gehoord, wordt bevestigd dat dergelijke woorden zijn gebezigd.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Primair

hij in de periode van 4 november 2007 tot en met 4 december 2007 te Utrecht opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg

- op 4 november 2007 te Utrecht die [naam slachtoffer] uit café [naam café] gehaald / gewenkt ;

- (vervolgens) van korte afstand en gericht met een vuurwapen één kogel afgevuurd in de richting van die [naam slachtoffer], waardoor die [naam slachtoffer] door die kogel in zijn borst werd getroffen,

tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] op 4 december 2007 te Utrecht is overleden;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het primair bewezenverklaarde:

Moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 15 jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld voor het primair bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens het primair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een man, met wie hij ruzie dacht te hebben, voor een café temidden van omstanders van dichtbij neergeschoten. Het slachtoffer is na een maand in comatueuze toestand te hebben verkeerd aan zijn verwondingen overleden.

Verdachte heeft welbewust een negenentwintigjarige man, die binnen afzienbare tijd vader zou worden, het leven ontnomen. Hij heeft aan de nabestaanden onbeschrijfelijk en onherstelbaar leed toegebracht, dat zij rest van hun leven met zich meedragen.

Het feit dat verdachte bijna twee jaar heeft gezwegen en daardoor de nabestaanden in het ongewisse heeft gelaten over de toedracht van de schietpartij, moet voor de nabestaanden vreselijk zijn geweest. De kans is groot dat dit voor hen de verwerking van hetgeen is gebeurd, heeft belemmerd of vertraagd.

Ook voor de omstanders moet het een zeer ingrijpende en huiveringwekkende ervaring zijn geweest. Geweld in het uitgaansleven schokt de rechtsorde en veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

Verdachte is reeds vele malen veroordeeld.

Op een dergelijk feit kan niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Ten voordele van verdachte is dat hij tenslotte toch opening van zaken heeft gegeven, waarmee het hof rekening zal houden bij het bepalen van de duur van de op te leggen vrijheidsstraf.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 7.687,55. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Verdachte heeft ter terechtzitting geen verweer gevoerd en toegezegd de vordering te zullen betalen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het hierna te noemen bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 63 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De in beslag genomen voorwerpen

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

zie bijlage II.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [naam benadeelde partij], te betalen een bedrag van EUR 7.687,55 (zevenduizend zeshonderdzevenentachtig euro en vijfenvijftig cent).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [naam benadeelde partij], een bedrag te betalen van EUR 7.687,55 (zevenduizend zeshonderdzevenentachtig euro en vijfenvijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 73 (drieënzeventig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr A.W.M. Elders, voorzitter,

mr H. Abbink en mr M. Otte, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr S.G.M. Schellekens, griffier,

en op 26 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.