Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK1059

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-10-2009
Datum publicatie
22-10-2009
Zaaknummer
21-003055/08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

tussenarrest SNEEP-zaak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003055-08

Uitspraak d.d.: 20 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 11 juli 2008 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-963016-07 en 08-963004-08, tegen

S.B. [verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 oktober 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen advocaat-generaal en van hetgeen namens verdachte, door zijn raadsman, mr J.H. van Dijk advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

Verzoeken tot het horen van getuigen

Door de raadsman van verdachte is ter terechtzitting verzocht om de verwijzingsopdracht aan de rechter-commissaris in zoverre uit te breiden dat aan de nog te horen teamleiders van het Sneep-onderzoek en Caravan-onderzoek wordt gevraagd of er in deze zaak meerdere vrouwen/slachtoffers zijn gehoord waarvan de verklaringen niet zijn opgenomen in de dossiers en of dit ontlastende verklaringen betreffen dan wel dat dit verklaringen zijn die niet van belang zijn voor een eventuele te nemen beslissingen.

Tevens is door de raadsman verzocht de naam bekend te maken van “de persoon” die aan [opsporingsambtenaar], één van de teamleiders van het Sneep-onderzoek, telefonisch heeft gemeld dat de [verdachte], tijdens de aan [verdachte] verleende schorsing van de voorlopige hechtenis, naar alle waarschijnlijkheid zou vluchten naar Turkije met opgave van de redenen waarom deze persoon betrouwbaar werd geacht.

Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal.

Het hof overweegt het navolgende:

- Het verzoek om te bepalen om de naam bekend te maken van “de persoon” die aan één van de teamleiders telefonisch heeft gemeld dat verdachte zou willen vluchten naar Turkije, wordt afgewezen omdat het hof daartoe de noodzaak niet aanwezig acht en omdat het bekend maken van de naam van “de persoon” ook niet van belang is voor enige te nemen beslissing in deze zaak.

Wel zal het hof het desbetreffende proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [opsporingsambtenaar], inspecteur van politie, en gesloten op 8 september 2009 toevoegen aan de stukken in de zaak van verdachte, nu daaruit een passage is aangehaald door de advocaat-generaal.

- Door de advocaat-generaal is - na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting - bij brief van 14 oktober jongstleden, met betrekking tot het verzoek van mr Balemans in de zaak tegen de medeverdachte tot het horen van de getuige [getuige], aan het hof kennisgegeven dat bij nader onderzoek is gebleken dat de naam van deze getuige voorkomt in het rechtshulpverzoek, in het dossier opgenomen in ordner 6B, bladzijde 2644 e.v., en dat de resultaten van dat rechtshulpverzoek op verschillende plaatsen in het dossier zijn gevoegd. De advocaat-generaal bericht tevens dat zij van de officieren van justitie van het Landelijk Parket heeft begrepen dat de verklaring van [getuige] uiteindelijk niet in het proces-verbaal is opgenomen omdat van haar geen slachtofferdossier is opgemaakt en zij niet voorkomt op de tenlastelegging. Door de advocaat-generaal is hiervan ook kennis gegeven aan de raadsman van medeverdachte.

Nu deze informatie beschikbaar is gekomen na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting is het hof van oordeel dat, voordat het hof een beslissing kan nemen op het verzoek tot het horen van [getuige] in de zaak tegen de [medeverdachte] en in het verlengde daarvan om aan de teamleiders aanvullende vragen te stellen (hierbij heeft de raadsman in deze zaak zich aangesloten.), de verdediging in de gelegenheid gesteld moet worden om ter terechtzitting van het hof (mondeling dan wel schriftelijk) te reageren op de brief van de advocaat-generaal. De beslissing op het verzoek om de teamleiders aanvullende vragen te stellen wordt in zoverre aangehouden.

BESLISSING

Het hof:

Heropent het onderzoek.

Wijst af het verzoek om de naam bekend te maken van “de persoon” die aan [opsporingsambtenaar] telefonisch heeft gemeld dat één van de medeverdachten zou willen vluchten.

Houdt voor wat betreft het overige de beslissing aan.

Bepaalt dat het onderzoek, uitsluitend voor wat betreft het overige verzoek, zal worden hervat ter terechtzitting van maandag 2 november 2009 te 13.30 uur.

Beveelt de oproeping van de verdachte en een tolk in de Duitse taal tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partijen.

Aldus gewezen door

mr J.A.W. Lensing, voorzitter,

mr J.I.M.W. Bartelds en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 20 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

.