Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK0254

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
21-003164-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade, met de dood tot gevolg. Vermogensdelicten. Gevangenisstraf 16 jaren.

Het kan niet worden bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd. Verdachte heeft het slachtoffer meermalen zwaar mishandeld. Verdachte heeft, nadat hij het slachtoffer gewond had achtergelaten op de bovenverdieping, de telefoonkabel los getrokken en de mobiele telefoon van het slachtoffer meegenomen opdat het slachtoffer niet meer telefonisch hulp kon inschakelen. Verdachte is kennelijk weggegaan in de veronderstelling dat het slachtoffer niet zou overlijden en nog in staat was om de telefoon te gebruiken. Naar eigen zeggen heeft verdachte een dag later via de media gehoord dat het slachtoffer was overleden en is hij daar vreselijk van geschrokken. Naar het oordeel van het hof zijn dit contra-indicaties om te kunnen oordelen dat verdachte de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer aan de door verdachte toegebrachte verwondingen zou overlijden bewust heeft aanvaard en het hof acht ook voorwaardelijk opzet niet bewezen. Het hof acht bewezen dat verdachte het slachtoffer met voorbedachten raad zwaar heeft mishandeld en dat de dood van het slachtoffer is ingetreden door het zwaar lichamelijk letsel dat verdachte heeft toegebracht.

Bij de strafoplegging heeft het hof onder meer overwogen dat het slachtoffer een aantal uren na de mishandeling aan zijn verwondingen is overleden en dat hij een gruwelijke dood moet zijn gestorven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 15

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003164-08

Uitspraak d.d.: 15 oktober 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 16 juli 2008 en de van dat vonnis deeluitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging, parketnummers 13-421238-06, 10-661268-07, in de strafzaak tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans uit anderen hoofde verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 maart 2009, 29 september 2009 en 1 oktober 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde en dat hij wegens het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren met aftrek van het voorarrest. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr J.T.C.M. Crepin, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd, zoals deze tenlastelegging in eerste aanleg en in hoger beroep is gewijzigd, dat:

1.

primair

Hij in of omstreeks de periode van 2 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Varik, gemeente Neerijnen, in elk geval in de gemeente Neerijnen, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer L] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk die [slachtoffer L] meermalen, althans eenmaal met een fles en/of een gedeelte van een (kapot) geslagen fles, althans een soortgelijk hard en/of scherp voorwerp (met kracht) tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of met een fles en/of een gedeelte van een (kapot geslagen) fles, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere )lichaamsdelenheeft geschopt en/of getrapt en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) de telefoonkabel en/of de elektriciteitskabel in de woning van die [slachtoffer L] heeft kapot getrokken/gemaakt en/of de telefoon van die [slachtoffer L] heeft meegenomen zodat die [slachtoffer L] geen (telefonische) hulpoproep kon doen ((en/of (vervolgens) [slachtoffer L] in hulpeloze toestand heeft achtergelaten)) ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer L] is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten

diefstal van een portemonnee/portefeuille met inhoud en/of een aantal sleutels en/of autosleutels en/of een startkaart (van een auto) en/of een aantal bankpassen en/of een creditcard en/of een afstandsbediening en/of een (mobiele) telefoon en/of een horloge en/of een geldbedrag (van ongeveer 50 euro), geheel en/of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer L], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren.

1.

subsidiair

Hij op of omstreeks 2 december 2007 te Varik, gemeente Neerijnen, in elk geval in de gemeente Neerijnen, althans in Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer L] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomenbesluit na die [slachtoffer L] met een fles en/of een gedeelte van een fles op het hoofd te hebben geslagen, hem een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of met geschoeide voet tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of hem vervolgens in - gezien de door [slachtoffer L] opgelopen letsels en verwondingen - hulpeloze toestand heeft achtergelaten, onder andere door een telefoonkabel en/of elektriciteitskabel in de woning van [slachtoffer L] los te trekken en/of de mobiele telefoon van [slachtoffer L] mee te nemen.

1.

meer subsidiair

Hij op of omstreeks 2 december te Varik, gemeente Neerijnen, althans in Nederland, opzettelijk [slachtoffer L] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte na die [slachtoffer L] met een fles en/of een gedeelte van een fles op het hoofd te hebben geslagen, althans met een hard voorwerp op het hoofd te hebben geslagen, hem een of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of hem vervolgens in - gezien de door [slachtoffer L] opgelopen letsels en verwondingen - hulpeloze toestand heeft achtergelaten, onder andere door een telefoonkabel en/of elektriciteitskabel in de woning van [slachtoffer L] los te trekken en/ of de mobiele telefoon van [slachtoffer L] mee te nemen.

1.

nog meer subsidiar

Hij in of omstreeks de periode van 2 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Varik, gemeente Neerijnen, in elk geval in de gemeente Neerijnen, althans in Nederland, aan een persoon genaamd [slachtoffer L] opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een of meer gebroken rib(ben) en/of een verbrijzeld aangezicht en/of een of meer hoofdwond(en)) heeft toegebracht, doordat hij die [slachtoffer L] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, althans opzettelijk meermalen, althans eenmaal met een fles en/of een gedeelte van een (kapot) geslagen fles, althans een soortgelijk hard en/of scherp voorwerp (met kracht) tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of met een fles en/of een gedeelte van een (kapot) geslagen fles, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geschopt en/of getrapt en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) de telefoonkabel en/of de elektriciteitskabel in de woning van die [slachtoffer L] heeft kapot getrokken/gemaakt en/of de telefoon van die [slachtoffer L] heeft meegenomen zodat die [slachtoffer L] geen (telefonische) hulpoproep kon doen ((en/of (vervolgens) [slachtoffer L] in hulploze toestand heeft achtergelaten)) ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer L] is overleden.

1.

meest subsidiair

Hij in of omstreeks de periode van 2 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Varik, gemeente Neerijnen, in elk geval in de gemeente Neerijnen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee/portefeuille met inhoud en/of een aantal sleutels en/of autosleutels en/of een startkaart (van een auto) en/of een aantal bankpassen en/of een creditcard en/of een afstandsbediening en/of een (mobiele) telefoon en/of horloge en/ of een geldbedrag (van ongeveer 50 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer L] en/of [benadeelde X], in elk geval aan een ander dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer L], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de woning van die [slachtoffer L] is binnen gegaan en/of die [slachtoffer L] meermalen, althans eenmaal met een fles en/of een gedeelte van een (kapot) geslagen fles, althans een soortgelijk hard en/of scherp voorwerp (met kracht) tegen en/of op het hoofd en/of lichaam en/of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of met een fles en/of gedeelte van een (kapot geslagen) fles, althans een soortgelijk scherp en/of hard voorwerp in het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geschopt en/of getrapt en/of meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt en/of (vervolgens) een telefoonkabel en/of een elektriciteitskabel in de woning van die [slachtoffer L] heeft kapot getrokken/gemaakt (zodat die [slachtoffer L] geen telefonische hulp kon inroepen) ((en/of (vervolgens) die [slachtoffer L] in hulpeloze toestand heeft achtergelaten)), terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer L] ten gevolge heeft gehad.

2.

Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 02 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (van/via een postbankkaart behorende bij een postbankrekening [nummer I]) heeft weggenomen een aantal geldbedragen (zogenaamde chip-geldbedragen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer L] en/of [benadeelde X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een wederrechterlijk verkregen postbankkaart met nummer [nummer I] betalingen te verrichten en op die wijze het zogenaamde chipgeldbedrag behorende bij die kaart te gebruiken).

3.

Hij op of omstreeks 12 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 230 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de/een winkel ([slachtoffer B]) is binnen gelopen en/of (vervolgens) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en/of getoond aan die [slachtoffer A] (die op dat moment werkzaam was in die winkel) en/of (vervolgens) die [slachtoffer A] de woorden heeft toegevoegd: "Geen rare dingen" en/of "anders schiet ik een kogel door je kop" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of "Jij doen" en/of "Alles eruit" en/of "leegmaken" althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

4.

Hij op of omstreeks 18 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 342 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een winkelpand/videotheek ([slachtoffer D]) is binnen gegaan en/of (vervolgens) heeft geroepen "dit is een overval" althans woorden van een gelijke dreigende aard en/of strekking en/of een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en/of (vervolgens) (op dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer C] (die op dat moment in die winkel/videotheek werkzaam was) en/of (vervolgens) dat pistool althans dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp heeft gericht op die [slachtoffer C] en/of (vervolgens) die [slachtoffer C] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval, doe de la open en geef al het geld" en/of "Geef de 2 euromunten" en/of "Geef de 1 euromunten", althans woorden van gelijke(dreigende) aard en/of strekking.

5.

primair

Hij op of omstreeks 20 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer E] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 600 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] en/of [slachtoffer E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat een pand/de [slachtoffer F] is binnen gegaan en/of (vervolgens) over de toonbank is gesprongen en/of (vervolgens) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en/of heeft opgehouden en/of op (dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer E] en/of (vervolgens) die [slachtoffer E] (die op dat moment in dat pand/de [slachtoffer F] werkzaam was) de woorden heeft toegeroepen/toegevoegd: "Doe open die la, dit is een overval” en/of "Dit is een overval, snel, snel" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer E] de woorden heeft toegevoegd: "Alles eruit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

5.

subsidiair

Hij op of omstreeks 20 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 600 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer E] en/of [slachtoffer G]/[slachtoffer F], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer E], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een pand/de [slachtoffer F] is binnen gegaan en/of (vervolgens) over de toonbank is gesprongen en/of (vervolgens) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en/of heeft opgehouden en/of op (dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer E] en/of (vervolgens) die [slachtoffer E] (die op dat moment in dat pand/de [slachtoffer F] werkzaam was) de woorden heeft toegeroepen/toegevoegd: "Doe open die la, dit is een overval” en/of "Dit is een overval, snel, snel" en/of woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer E] de woorden heeft toegevoegd: "Alles eruit", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

6.

primair

Hij op of omstreeks 10 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer H] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 240 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer H] en/of [benadeelde Y], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een winkel van [benadeelde Y] is binnen gegaan en/of (vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp heeft getrokken en/of (vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp (op dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer H] (die op dat moment in die winkel werkzaam was) en/of (vervolgens) die [slachtoffer H] de woorden heeft toegevoegd: "Rustig maar ik moet alleen geld hebben om boetes te betalen" en/of "Maak de kassa open" en/of woorden van gelijke aard en/of strekking.

6.

subsidiair

Hij op of omstreeks 10 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 240 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer H] en/of [benadeelde Y], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer H], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte een winkel van [benadeelde Y] is binnen gegaan en/of (vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherp voorwerp heeft getrokken en/of (vervolgens) een mes, althans een soortgelijk scherpvoorwerp (op dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer H] (die op dat moment in die winkel werkzaam was) en/of (vervolgens) die [slachtoffer H] de woorden heeft toegevoegd: "Rustig maar ik moet alleen geld hebben om boetes te betalen" en/of "Maak de kassa open" en/of woorden van gelijke aard en/of strekking.

7.

Hij op of omstreeks 14 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer J] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 40 euro) en/of een bankpas/pinpas en/of een (mobiele) telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte op die [slachtoffer J] is toegelopen en/of (vervolgens) kort in de buurt van die [slachtoffer J] is gaan staan en/of (vervolgens) een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en/of (vervolgens) op die [slachtoffer J] heeft gericht en/of (op dreigende wijze) aan die [slachtoffer J] heeft getoond en/of (vervolgens) die [slachtoffer J] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval" en/of "Niet gillen, hoeveel geld heb je bij je?" en/of "Geef ook je pincode. Ik heb een apparaatje bij me die kan kijken of je pincode klopt dus niet liegen" en/of "Nu je telefoon", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking.

8.

Hij op of omstreeks 14 december 2007 te Rotterdam, in elk geval in de gemeente Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ((in/uit/van een bankrekening (ten name van [slachtoffer J]/[nummer II])) heeft weggenomen een geldbedrag van 250 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer J], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een wederrechtelijk verkregen bankpas en/of pincode voormeld bedrag bijeen pinautomaat te pinnen).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de volgende gang van zaken afgeleid.

Verdachte is op 2 december 2007 na telefonisch contact met [slachtoffer L] naar diens woning in Varik gegaan. Voorafgaand aan zijn treinreis van Rotterdam naar Geldermalsen, waar het slachtoffer verdachte ophaalde, had verdachte cocaïne gebruikt en bier gedronken. In de trein had hij wijn gedronken.

Over de reden van het bezoek aan het slachtoffer heeft verdachte verklaard dat hij tegen betaling seks zou hebben met het slachtoffer. Het hof acht het aannemelijk dat verdachte om die reden naar Varik is gegaan. Op de computer van het slachtoffer zijn chatsessies gevonden waaruit is gebleken dat het slachtoffer erop uit was om op de bewuste dag seksueel contact te hebben. Daarnaast is het slachtoffer nagenoeg ontkleed aangetroffen.

In de woonkamer van het slachtoffer hebben seksuele handelingen plaatsgevonden tussen verdachte en het slachtoffer. Vervolgens zijn verdachte en het slachtoffer samen naar boven gegaan, met de bedoeling om de seksuele handelingen op de slaapkamer voort te zetten. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat er in de slaapkamer daadwerkelijk seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Verdachte heeft verklaard dat hij op de slaapkamer door het slachtoffer is gedrogeerd. Het slachtoffer zou iets in de wijn hebben gedaan waarvan verdachte in de slaapkamer gedronken heeft. Verdachte stelt dat hij voor korte tijd bedwelmd is geweest en dat hij mogelijk door het slachtoffer seksueel is misbruikt. Het hof acht dit niet aannemelijk. Er is op de bovenverdieping geen wijnglas aangetroffen. Dat verdachte even is ‘weggeweest’ acht het hof niet uitgesloten, met name gezien de combinatie van het gebruik van cocaïne en alcohol door verdachte. Verdachte heeft desgevraagd verklaard dat hij op zijn rug op het bed lag toen hij bijkwam en dat hij toen geen last had van zijn anus. Gelet daarop acht het hof het niet aannemelijk dat het slachtoffer verdachte anaal heeft gepenetreerd. Ook overigens acht het hof niet aannemelijk dat het slachtoffer verdachte toen seksueel heeft misbruikt.

Vaststaat dat verdachte en het slachtoffer op enig moment ruzie hebben gekregen. Of deze ruzie ontstond naar aanleiding van de door het slachtoffer verschuldigde betaling voor de seksuele handelingen, zoals verdachte heeft verklaard, heeft het hof niet kunnen vaststellen, maar het wordt door het hof niet uitgesloten geacht.

Verdachte heeft het slachtoffer met een fles op het achterhoofd geslagen. Dat was een harde klap, maar het slachtoffer is hierdoor niet en in ieder geval niet langere tijd buiten bewustzijn geraakt. Het hof acht het aannemelijk dat het slachtoffer zich tegen de aanval van verdachte heeft verdedigd.

Zeker vanaf het moment dat het slachtoffer met de fles op zijn hoofd was geslagen, was hij geen partij meer voor verdachte. Nadat verdachte het slachtoffer met de fles op zijn hoofd had geslagen zijn beiden met elkaar in gevecht geraakt. Het gevecht is gestopt toen het slachtoffer volgens verdachte was neergegaan. Verdachte is aansluitend naar beneden gegaan en het slachtoffer bleef boven. Vast staat dat verdachte vervolgens in ieder geval éénmaal terug naar boven is gegaan. Hij had inmiddels zijn veiligheidsschoenen met stalen neuzen aangetrokken. Verdachte heeft het slachtoffer vervolgens geslagen en geschopt. Uit de onderzochte bloedsporen kan worden opgemaakt dat dat slaan en/of schoppen (in elk geval) heeft plaatsgevonden toen het slachtoffer op de grond zat of lag. Of verdachte, nadat hij na de eerste confrontatie met het slachtoffer naar beneden is gegaan, nog eenmaal of tweemaal terug is gegaan naar boven, doet volgens het hof voor de beoordeling van de zaak niet ter zake.

Uiteindelijk heeft verdachte de woning verlaten waarbij hij het slachtoffer op de bovenverdieping achterliet. Alvorens hij vertrok heeft hij de telefoonkabel van de vaste telefoonaansluiting kapot getrokken om te voorkomen dat het slachtoffer de politie zou bellen. Ook heeft verdachte de mobiele telefoon van het slachtoffer meegenomen.

Het slachtoffer is uiteindelijk overleden aan een combinatie van ernstig letsel aan het achterhoofd, het gelaat en meerdere gebroken ribben, met massaal bloedverlies en daardoor weefselschade en longfunctiestoornis als gevolg. Het hof acht bewezen dat dit letsel het gevolg is van het door verdachte jegens het slachtoffer uitgeoefende geweld.

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde

Verdachte wordt onder 1 primair verweten roofmoord te hebben gepleegd.

Het hof acht met de advocaat-generaal en de raadsman roofmoord niet bewezen. Verdachte zal daarom ten zake van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging

Gelet op de tenlastelegging ligt vervolgens de vraag voor of verdachte opzettelijk en met voorbedachten rade het slachtoffer van het leven heeft beroofd.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld, zakelijk weergegeven, dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan moord en heeft in dat kader het volgende aangevoerd.

In woede heeft verdachte het slachtoffer met een fles op het hoofd geslagen. Vervolgens is verdachte naar beneden gegaan om zijn kleren aan te trekken. Hij is daarna nogmaals tweemaal naar boven naar het slachtoffer gegaan om geweld toe te passen. Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer wilde uitschakelen. Nadat hij aanvankelijk het slachtoffer had uitgeschakeld door hem zwaar te mishandelen met onder meer een fles, is hij nogmaals naar boven gegaan om het karwei af te maken. Verdachte bedoelde kennelijk met uitschakelen dat het slachtoffer tot niets meer in staat zou zijn, en hij heeft volgens de advocaat-generaal hiermee bewust de aanmerkelijke kans voor lief genomen dat het slachtoffer ten gevolge van het door verdachte uitgeoefende excessieve geweld tegen delen van het lichaam waar vitale delen van het lichaam zijn gesitueerd, zou komen te overlijden. Dit was redelijkerwijze te voorzien.

Verdachte heeft het slachtoffer zwaar bloedend en versuft achtergelaten. Hij kon, ook als leek, begrijpen dat het slecht zou kunnen aflopen met het slachtoffer als er niet snel medische hulp zou komen. Desondanks heeft verdachte het slachtoffer in hulpeloze toestand achtergelaten en heeft verdachte ervoor gekozen het voor het slachtoffer onmogelijk te maken om medische hulp in te roepen. Hieruit komt naar voren dat verdacht de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden dan nog steeds voor lief neemt.

De advocaat-generaal neemt ook aan dat de geweldpleging door verdachte in de confrontaties met het slachtoffer na het slaan met de fles met voorbedachten rade zijn gepleegd, nu er tijd en gelegenheid is geweest voor verdachte om na te denken over zijn voorgenomen gewelddadige handelingen en zich rekenschap te geven van de mogelijke gevolgen daarvan.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit voor het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. De raadsman heeft hiertoe, kort gezegd, het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij het slachtoffer heeft geslagen met een fles en dat er is gevochten. Hij ontkent echter dat het door hem toegebrachte letsel op het moment van vertrek uit de woning zodanig was dat hij wist of moest vermoeden dat het slachtoffer zou komen te overlijden. Integendeel, verdachte had de kabels van de telefoon losgetrokken en de mobiele telefoon meegenomen omdat hij bang was dat het slachtoffer de politie zou bellen. Op geen enkel moment is verdachte er van uit gegaan dat het slachtoffer geen hulp meer kon inroepen. Zo ernstig schatte hij de toestand van het slachtoffer niet in. Dat is volgens de raadsman niet onlogisch, gelet op de doodsoorzaak, welke onder meer gelegen is in het inwendig letsel.

Opzet op de dood van het slachtoffer kan volgens de raadsman niet worden bewezen, ook niet in voorwaardelijke zin. Voor voorwaardelijk opzet moet namelijk vaststaan dat verdachte de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door zijn handelen kwam te overlijden. De raadsman trekt in twijfel of de kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden aanmerkelijk te noemen was. Daarnaast heeft verdachte die kans niet bewust aanvaard. Verdachte wilde het slachtoffer niet dood hebben en was absoluut verrast en geschokt door de gevolgen van het door hem toegepaste geweld.

De raadsman betwist voorts dat verdachte gehandeld heeft met voorbedachten rade. Weliswaar zijn er twee confrontaties geweest tussen verdachte en het slachtoffer, met een korte periode daar tussen waarin verdachte naar beneden is gelopen en zich heeft aangekleed, maar in deze periode was hij niet kalm en rustig. Verdachte was erg emotioneel en woedend. De raadsman acht het onwaarschijnlijk dat er bij verdachte sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg.

Overwegingen van het hof

Het hof acht niet bewezen dat verdachte opzettelijk (kaal opzet) het slachtoffer van het leven heeft beroofd. De vraag ligt derhalve voor of verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust heeft aanvaard.

Verdachte heeft het slachtoffer te grazen genomen en hem zwaar mishandeld. Verdachte heeft, nadat hij het slachtoffer gewond had achtergelaten op de bovenverdieping, de telefoonkabel los getrokken en de mobiele telefoon meegenomen opdat het slachtoffer niet telefonisch hulp kon inschakelen. Verdachte is kennelijk weggegaan in de veronderstelling dat het slachtoffer niet zou overlijden en nog in staat was om de telefoon te gebruiken. Naar eigen zeggen heeft verdachte een dag later via de media gehoord dat het slachtoffer was overleden en is hij daar vreselijk van geschrokken. Naar het oordeel van het hof zijn dit contra-indicaties om te kunnen oordelen dat verdachte de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer aan de door verdachte toegebrachte verwondingen zou overlijden bewust heeft aanvaard en het hof acht ook voorwaardelijk opzet niet bewezen.

De dood van het slachtoffer is ingetreden door het zwaar lichamelijk letsel dat verdachte heeft toegebracht. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat verdachte het slachtoffer met voorbedachte raad zwaar heeft mishandeld. Verdachte heeft in de periode nadat hij het slachtoffer met de fles op het achterhoofd geslagen had, en de daarop volgende confrontatie waarbij het slachtoffer was neergegaan de tijd gehad voor kalm beraad en rustig overleg. Het slachtoffer was reeds gewond en verdachte is teruggegaan naar de bovenverdieping, met zijn veiligheidsschoenen aan, en heeft het slachtoffer daar nog verder ernstig mishandeld. Dit, terwijl hij tijd en gelegenheid heeft gehad om zich te beraden op het te nemen en genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan om over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven.

Het hof acht, gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen, bewezen dat verdachte het slachtoffer met voorbedachten rade zwaar mishandeld heeft, met de dood van het slachtoffer tot gevolg.

Dat verdachte, zoals door hem is aangevoerd, niet de opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer, doet daaraan niet af, nu dit niet wordt vereist in artikel 303, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De feiten 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7 en 8

Verdachte heeft bekend de feiten 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 te hebben gepleegd zoals deze feiten door de rechtbank bewezen zijn verklaard.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 nog meer subsidiair, 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

nog meer subsidiar

Hij in de periode van 2 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Varik, gemeente Neerijnen, aan een persoon genaamd [slachtoffer L] opzettelijk en met voorbedachten rade, zwaar lichamelijk letsel (gebroken ribben en een verbrijzeld aangezicht en hoofdwonden) heeft toegebracht, doordat hij die [slachtoffer L] opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, met een fles met kracht op het hoofd heeft geslagen en/of met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam en een of meer (andere) lichaamsdelen heeft geschopt en/of getrapt en/of met kracht tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en vervolgens de telefoonkabel in de woning van die [slachtoffer L] heeft kapot getrokken/gemaakt en de telefoon van die [slachtoffer L] heeft meegenomen zodat die [slachtoffer L] geen (telefonische) hulpoproep kon doen en vervolgen [slachtoffer L] in hulploze toestand heeft achtergelaten ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer L] is overleden.

2.

Hij op tijdstippen in de periode van 02 december 2007 tot en met 4 december 2007 te Rotterdam en elders in Nederland,(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (van/via een postbankkaart behorende bij een postbankrekening [nummer I]) heeft weggenomen een aantal geldbedragen (zogenaamde chip-geldbedragen), toebehorende aan [slachtoffer L] en/of [benadeelde X], waarbij verdachte de goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een wederrechterlijk verkregen postbankkaart met nummer [nummer I] betalingen te verrichten en op die wijze het zogenaamde chipgeldbedrag behorende bij die kaart te gebruiken).

3.

Hij op 12 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer A] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 230 euro), toebehorende aan [slachtoffer A] en/of [slachtoffer B], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte de winkel ([slachtoffer B]) is binnen gelopen en vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond aan die [slachtoffer A] (die op dat moment werkzaam was in die winkel) en (vervolgens) die [slachtoffer A] de woorden heeft toegevoegd: "Geen rare dingen" en "anders schiet ik een kogel door je kop” en "Jij doen" en "Alles eruit" en "leegmaken".

4.

Hij op 18 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer C] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 342 euro), toebehorende aan [slachtoffer C] en/of [slachtoffer D], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een winkelpand/videotheek ([slachtoffer D]) is binnen gegaan en (vervolgens) heeft geroepen "dit is een overval" en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en (vervolgens) (op dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer C] (die op dat moment in die winkel/videotheek werkzaam was) en (vervolgens) dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp heeft gericht op die [slachtoffer C] en (vervolgens) die [slachtoffer C] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval, doe de la open en geef al het geld" en "Geef de 2 euromunten" en "Geef de 1 euromunten".

5.

primair

Hij op 20 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer E] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 600 euro), toebehorende aan [slachtoffer F] en/of [slachtoffer G] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een pand/de [slachtoffer F] is binnen gegaan en (vervolgens) over de toonbank is gesprongen en (vervolgens) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft opgehouden en op (dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer E] en (vervolgens) die [slachtoffer E] (die op dat moment in dat pand/de [slachtoffer F] werkzaam was) de woorden heeft toegeroepen/toegevoegd: "Doe open die la, dit is een overval” en "Dit is een overval, snel, snel" en die [slachtoffer E] de woorden heeft toegevoegd: "Alles eruit".

6.

primair

Hij op 10 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer H] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal geldbedragen (totaal ongeveer 240 euro), toebehorende aan [benadeelde Y], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte een winkel van [benadeelde Y] is binnen gegaan en(vervolgens) een mes, heeft getrokken en (vervolgens) een mes, (op dreigende wijze) heeft getoond aan die [slachtoffer H] (die op dat moment in die winkel werkzaam was) en (vervolgens) die [slachtoffer H] de woorden heeft toegevoegd: "Rustig maar ik moet alleen geld hebben om boetes te betalen" en "Maak de kassa open".

7.

Hij op 14 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer J] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 40 euro) en een bankpas/pinpas en een (mobiele) telefoon, toebehorende aan [slachtoffer J], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte op die [slachtoffer J] is toegelopen en (vervolgens) kort in de buurt van die [slachtoffer J] is gaan staan en (vervolgens) een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getrokken en (vervolgens) op die [slachtoffer J] heeft gericht en (vervolgens) die [slachtoffer J] de woorden heeft toegevoegd: "Dit is een overval" en "Niet gillen, hoeveel geld heb je bij je?" en "Geef ook je pincode. Ik heb een apparaatje bij me die kan kijken of je pincode klopt dus niet liegen" en "Nu je telefoon".

8.

Hij op 14 december 2007 te Rotterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (van een bankrekening (ten name van [slachtoffer J]/[nummer II])) heeft weggenomen een geldbedrag van 250 euro, toebehorende aan [slachtoffer J], waarbij verdachte zich het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (te weten door met een wederrechtelijk verkregen bankpas en pincode voormeld bedrag bijeen pinautomaat te pinnen).

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 nog meer subsidiair bewezenverklaarde:

Zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade, de dood ten gevolge hebbend.

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3, 4, 5 primair, 6 primair en 7 bewezenverklaarde, telkens:

Afpersing.

ten aanzien van het 8 bewezenverklaarde:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens gekwalificeerde doodslag (feit 1 primair), gekwalificeerde diefstal (feit 2 en 8) en afpersing (feit 3, 4, 5 primair, 6 primair en 7) tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren met aftrek van het voorarrest.

De rechtbank Arnhem heeft de verdachte veroordeeld wegens moord (feit 1 subsidiair), gekwalificeerde diefstal (feit 2 en 8) en afpersing (feit 3, 4, 5 primair, 6 primair en 7) tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren met aftrek van het voorarrest.

De verdachte is in hoger beroep gekomen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens dezelfde feiten als door de rechtbank bewezen zijn verklaard tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren met aftrek van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het navolgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft een medemens zwaar mishandeld, tengevolge waarvan deze medemens is overleden. Verdachte is naar de woning van het slachtoffer gegaan naar aanleiding van een afspraak met het slachtoffer om seks te hebben tegen betaling. In de woning is ruzie ontstaan tussen verdachte en het slachtoffer. Daarbij heeft verdachte het slachtoffer meermalen met grof geweld mishandeld. Verdachte is daarna uit de woning vertrokken en heeft het slachtoffer daar gewond en bloedend achtergelaten zonder hulp in te schakelen terwijl hij de telefoonaansluiting van het slachtoffer onklaar had gemaakt en met medeneming van diens mobiele telefoon. Het slachtoffer is een aantal uren na de mishandeling aan zijn verwondingen overleden. Hij moet een gruwelijke dood zijn gestorven.

Verdachte heeft door zijn handelen aan de echtgenoot van het slachtoffer, andere familieleden en vrienden groot en onherstelbaar leed toegebracht. Het bewezenverklaarde en de toedracht van het bewezenverklaarde, dragen een voor de rechtsorde schokkend karakter en dragen bij aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

Het hof is van oordeel dat dit feit op zichzelf al een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van lange duur rechtvaardigt.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een groot aantal vermogensdelicten. Verdachte heeft onder meer vijf overvallen gepleegd met gebruikmaking van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dan wel een mes. Deze overvallen hebben op de slachtoffers een enorme indruk gemaakt. Verdachte heeft zich noch tijdens het plegen van deze delicten noch achteraf op enige wijze rekenschap gegeven van de consequenties van zijn gedrag voor anderen. Naar de ervaring leert zullen de slachtoffers nog lange tijd psychische gevolgen kunnen ondervinden van wat hun is overkomen.

Het hof rekent verdachte zwaar aan dat hij de overvallen heeft gepleegd kort nadat hij uit detentie was ontslagen.

De bewezenverklaarde feiten betreffen ernstige feiten, waarop in de wet hoge maximumstraffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feiten die zo ernstig zijn en voor de direct betrokkenen en de samenleving zo verontrustend zijn dat in beginsel alleen een vrijheidsbenemende straf van lange duur recht doet.

Wat de persoon van verdachte betreft heeft het hof acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 9 september 2009, waaruit is gebleken dat verdachte in het verleden bij herhaling is veroordeeld wegens strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten. Aan verdachte is ook al meerdere malen een (langdurige) gevangenisstraf opgelegd. Ten tijde van het plegen van de onderhavige delicten liep verdachte nog in de proeftijd van twee voorwaardelijke straffen. Desondanks heeft verdachte zich opnieuw schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de Triple Rapportage Pro Justitia die onder meer omvat het psychiatrisch onderzoek door J.M.J.F. Offermans en het psychologisch onderzoek van drs. P.K. Kristensen, gedateerd 23 juni 2008.

De deskundigen concluderen in hun rapportage dat er bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van cannabis- en cocaïnegebruik, waarbij de mogelijkheid van afhankelijkheid niet valt uit te sluiten. Voorts is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestesvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met daarnaast narcistische kenmerken. Tevens scoort verdachte zeer hoog op de psychopathieschaal. Volgens de deskundigen kan verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd voor het tenlastegelegde.

Volgens de deskundigen Offermans en Kristensen is er slechts sprake van een beperkt verband tussen de persoonlijkheidsstoornis van verdachte en het tenlastegelegde, in de zin dat verdachte in staat moet worden geacht zijn eigen keuzes te maken en er grotendeels verantwoordelijk voor kan worden geacht. Een behandelings- of begeleidingsadvies in een juridisch kader wordt dan ook niet geïndiceerd geacht.

Op grond van de bevindingen van voornoemde deskundigen neemt het hof de conclusie met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid over en maakt die tot het zijne, in die zin dat het hof verdachte aanmerkt als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. Het hof ziet gelet op de bevindingen van de deskundigen ook geen aanknopingspunten voor behandeling in een juridisch kader.

Het hof ziet in het feit dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar wordt aangemerkt geen omstandigheid die tot een substantiële strafvermindering zou moeten leiden.

Nu het hof tot een bewezenverklaring van onder andere het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit komt, op welk feit een lagere maximumstraf is gesteld dan het feit waarvoor verdachte in eerste aanleg is veroordeeld en waarop de vordering van de advocaat-generaal is gebaseerd, zal het hof een lagere straf opleggen dan gevorderd.

Al met al acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde X]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 10.000,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 11.230,90. De rechtbank heeft bij de beslissing tot toekenning ten onrechte de kosten van rechtsbijstand onder de vordering tot schadevergoeding begrepen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 nog meer subsidiair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof zal voor de geleden materiële schade, bestaande uit kosten voor de uitvaart, de begrafenisrechten, de grafmonumenten en de reiniging van het slaapkamertapijt, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van EUR 8.725,14 toewijzen.

Voor wat betreft de gestelde materiële schade, bestaande uit de kosten voor een nieuw autoslot, is onvoldoende gebleken dat deze door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in haar vordering niet worden ontvangen.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde materiële schade, bestaande uit de vervanging van een horloge van het merk Armani, zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in haar vordering niet worden ontvangen.

De vordering van de gestelde materiële schade, bestaande uit de inkomstenderving van de partner van het slachtoffer, is niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan daarom in zoverre thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De vordering van de door de benadeelde gemaakte kosten van rechtsbijstand worden thans begroot op nihil. Het bedrag is naar aanleiding van een conceptdeclaratie aan een schadefonds geweldsmisdrijven vastgesteld en gevorderd en het hof kan op grond hiervan niet vaststellen of er daadwerkelijk kosten zijn gemaakt.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde Y]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 240,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het hierna te noemen bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 22 november 2007 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 18 augustus 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 24c, 36f, 57, 303, 310, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1 nog meer subsidiair, 2, 3, 4, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde X]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [benadeelde X], te betalen een bedrag van EUR 8.725,14 (achtduizend zevenhonderdvijfentwintig euro en veertien cent).

Verklaart de benadeelde partij, [benadeelde X], in haar vordering voor het overige niet ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde X], een bedrag te betalen van EUR 8.725,14 (achtduizend zevenhonderdvijfentwintig euro en veertien cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 78 (achtenzeventig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde Y]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [benadeelde Y], te betalen een bedrag van EUR 240,00 (tweehonderdveertig euro).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde Y], een bedrag te betalen van EUR 240,00 (tweehonderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Rotterdam van 22 november 2007, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) dagen.

Tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 18 augustus 2006, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Aldus gewezen door

mr G. Mintjes, voorzitter,

mr A. van Waarden en mr W.R. Rosingh, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder, griffier,

en op 15 oktober 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.