Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BK0057

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
24-001246-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van twintig uren, subsidiair te vervangen door 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-001246-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-600113-08

Arrest van 13 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte

mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair te vervangen door 25 dagen hechtenis, waarvan 20 uren voorwaardelijk, subsidiair te vervangen door 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 1]), in en/of tegen het gezicht en/of het lichaam heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te [plaats] [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een op een mes gelijkend voorwerp gepakt in de nabijheid van die [slachtoffer 2] en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik steek je. Ik zit al de hele tijd te loeren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

hij op 18 januari 2008 te [plaats] opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 1], in het gezicht heeft geduwd, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

onder 1: mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de minderjarige dochter van zijn ex-vriendin mishandeld door haar in haar gezicht te duwen. Het slachtoffer heeft hierdoor pijn ondervonden en twee wondjes aan de binnenkant van haar lippen opgelopen. Verdachte heeft door aldus te handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 15 juni 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van enig strafbaar feit.

Nu het hof tot een beperktere bewezenverklaring komt dan de advocaat-generaal zal het hof verdachte een geheel voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur opleggen. Deze straf heeft mede ten doel verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte onder 1 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van twintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tien dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier.