Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9962

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
24-001717-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tweemaal een auto bestuurd terwijl hem een rijontzegging was opgelegd, hij heeft driemaal een auto bestuurd terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, hij heeft een vordering van een politieagent genegeerd en hij heeft een politieagent beledigd.

Het hof legt, naast een voorwaardelijke gevangenisstraf, aan verdachte een werkstraf op. Het hof verklaart tevens twee auto's verbeurd waarmee verdachte vier van de feiten pleegde.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 8
Wegenverkeerswet 1994 9
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 184
Wetboek van Strafrecht 304
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2009/109

Uitspraak

Parketnummer: 24-001717-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-461494-07, 07-490026-08, 07-490082-08 en

07-460565-08

Arrest van 12 oktober 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 26 juni 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-461494-07, 07-490026-08, 07-490082-08 en 07-460565-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A, zaak B, zaak C en zaak D tegen:

[verdachte],

geboren op [1969] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. W.J.A. Wichers Hoeth, advocaat te Zwolle.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot straffen en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens zaak A, feiten 1 en 2, zaak B, zaak C, feiten 1 en 2 en zaak D, feiten 1 en 2 zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van honderdtwintig uren, subsidiair zestig dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van een maand, met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat het hof de beide onder verdachte in beslag genomen personenauto's zal verbeurdverklaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

zaak A, feit 1:

hij op of omstreeks 15 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 1], een motorrijtuig, (auto), heeft bestuurd;

zaak A feit 2:

hij op of omstreeks 15 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AL en/of AZ en/of B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 1], als bestuurder een motorrijtuig, (auto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

zaak B:

hij op of omstreeks 08 november 2007 te [plaats 2] gemeente [gemeente 2]terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 2], een motorrijtuig, (auto), heeft bestuurd;

zaak C feit 1:

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 1], een motorrijtuig, (personenauto), heeft bestuurd;

zaak C feit 2:

hij op of omstreeks 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 1], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

zaak D feit 1:

hij op of omstreeks 01 mei 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.1.1.1 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordering van de gemeente [gemeente 1], in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Midden, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd het [straat 3] te verlaten, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

zaak D feit 2:

hij op of omstreeks 01 mei 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 2], hoofdagent van politie, regio IJsselland district Midden, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Hey Nigger, wanneer mag ik gaan, hoe zit dat.", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Overweging ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van zaak A onder 1, zaak B en zaak C onder 1:

Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof aangevoerd dat hij moet worden vrijgesproken van het rijden tijdens een ontzegging.

Volgens verdachte was het hem niet duidelijk dat de aan hem opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid ook daadwerkelijk liep. De politierechter die hem op 13 juli 2007 deze rijontzegging oplegde zou daarbij, volgens verdachte, hebben gezegd dat hij van de ontzegging geen last zou hebben, omdat de periode dat het rijbewijs ingevorderd was geweest van de periode van de opgelegde ontzegging zou worden afgetrokken.

In het dossier bevindt zich een fotokopie van een brief van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad d.d. 21 september 2007, welke brief is gericht aan verdachte. In deze brief stelt de officier van justitie verdachte op de hoogte van de omstandigheid dat de hem opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid is ingegaan op 21 september 2007 en loopt tot en met 17 juni 2008. Verdachte heeft ter zitting erkend deze brief te hebben ontvangen. Hieruit blijkt dat verdachte wist dat de bevoegdheid tot rijden hem was ontzegd.

Voor zover de brief van de officier van justitie, in het licht van de opmerking van de politierechter, ruimte voor onduidelijkheid liet omtrent de looptijd van de aan verdachte opgelegde rijontzegging, lag het naar het oordeel van het hof op de weg van verdachte om, voordat hij een motorrijtuig zou gaan besturen, te onderzoeken waar hij met betrekking tot zijn rijbevoegdheid aan toe was. Dat verdachte zonder een dergelijk onderzoek in te stellen in een auto is gaan rijden komt daarom geheel voor zijn eigen rekening en risico. Dit geldt temeer voor zijn gedragingen op 8 november 2007 en 30 januari 2008, omdat hem toen onmiskenbaar duidelijk moet zijn geweest dat hij voor het rijden tijdens een ontzegging vervolgd zou worden.

Ten aanzien van zaak D onder 1:

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het hem in zaak D onder 1 ten laste gelegde.

Het in de tenlastelegging aangehaalde artikel 2.1.1.1 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordering van de gemeente [gemeente 1] ziet, volgens de raadsman, slechts op situaties waarin sprake is van een samenscholing. Omdat verdachte in het onderhavige geval alleen was, en er dus geen sprake was van een samenscholing, kan een bevel op grond van dat artikel niet gelden als grondslag voor de vordering van de betreffende verbalisant. Omdat er ook overigens geen bewijs is voor de grond waarop een dergelijke vordering gedaan kan zijn, moet verdachte worden vrijgesproken.

Artikel 2.1.1.1, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordering van de gemeente [gemeente 1] luidt: "Het is verboden op de weg zich samen met anderen te begeven naar of al dan niet samen met anderen deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden."

Op grond van de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte ter zitting van het hof stelt het hof vast dat de gang van zaken als volgt is geweest:

Verdachte bevond zich in de nacht van 30 april 2008 op 1 mei 2008 in een tent op het [straat 3] te [plaats 1]. Op 1 mei 2008 is verdachte door medewerkers van de beveiliging de tent uit gezet. Verdachte, die zich toen op de openbare weg bevond, bleef terugkomen, waarna de beveiligers de politie hebben ingeschakeld. Brigadier [verbalisant 1]eeft, om te voorkomen dat op het [straat 3] te [plaats 1] wanordelijkheden zouden ontstaan, herhaaldelijk van verdachte gevorderd dat hij het [straat 3] zou verlaten. Verdachte voldeed niet aan die vorderingen. Hij liet de agenten onder meer weten dat hij niets met hen te maken had en dat hij terug de tent in zou gaan.

Door aldus te handelen heeft verdachte "door uitdagend gedrag aanleiding gegeven tot wanordelijkheden" als bedoeld in voormeld artikel 2.1.1.1, lid 1 van de APV van de gemeente [gemeente 1]. De stelling van de raadsman dat dit artikel slechts ziet op gedragingen van groepen (samenscholing) vindt geen steun in deze bepaling gelet op de bewoordingen in dit artikel "al dan niet samen met anderen". De vordering die op grond van deze bepaling werd gedaan was aldus bevoegd gegeven.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

zaak A, feit 1:

hij op 15 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 1], een motorrijtuig (auto), heeft bestuurd;

zaak A feit 2:

hij op 15 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten AL en AZ en B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 1], als bestuurder een motorrijtuig (auto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

zaak B:

hij op 08 november 2007 te [plaats 2] gemeente [gemeente 2] terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 2], een motorrijtuig (auto), heeft bestuurd;

zaak C feit 1:

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, de [straat 1], een motorrijtuig (personenauto), heeft bestuurd;

zaak C feit 2:

hij op 30 januari 2008 in de gemeente [gemeente 1] terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat 1], als bestuurder een motorrijtuig (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

zaak D feit 1:

hij op 01 mei 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens artikel 2.1.1.1, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordering van de gemeente [gemeente 1] gedaan door [verbalisant 1], brigadier van politie, regio IJsselland district Midden, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar van hem had gevorderd het [straat 3] te verlaten, geen gevolg gegeven aan die vordering;

zaak D feit 2:

hij op 01 mei 2008 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 2], hoofdagent van politie, regio IJsselland district Midden, gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Hey Nigger, wanneer mag ik gaan, hoe zit dat.".

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A onder 1 en 2, in zaak B, in zaak C onder 1 en 2 en in zaak D onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

zaak A feit 1, zaak B en zaak C feit 1 telkens:

overtreding van artikel 9, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;

zaak A feit 2 en zaak C feit 2 telkens:

overtreding van artikel 9, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;

zaak D feit 1:

opzettelijk niet voldoen aan een vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast;

zaak D feit 2:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straffen gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 15 oktober 2007, op 8 november 2007 en op 30 januari 2008 een personenauto bestuurd terwijl hij wist dat aan hem door de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid was opgelegd. Daarnaast heeft verdachte op 15 oktober 2007 en op 30 januari 2008 een personenauto bestuurd terwijl hij wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Verdachte heeft daarmee een tegen hem genomen administratieve maatregel en een rechterlijke uitspraak bij herhaling genegeerd. Zowel de administratieve maatregel als de rechterlijke uitspraak zijn bedoeld om de algemene verkeersveiligheid te bevorderen.

Verdachte trekt zich klaarblijkelijk niets aan van de jegens hem genomen (rechterlijke) beslissingen en hij blijft hardnekkig in herhaling vallen. Verdachte pleegde immers niet alleen de onderhavige feiten, maar uit het verdachte betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 juni 2009 blijkt dat verdachte ook nadien ter zake van een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld.

Verdachte heeft voorts op 1 mei 2008 geen gevolg gegeven aan een vordering van een politieagent en hij heeft, nadat hij was aangehouden, een politieagent beledigd.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede de werkstraf, passend en geboden zijn.

Verbeurdverklaring

De door het hof verbeurd te verklaren voorwerpen zijn daarvoor vatbaar. Immers met betrekking tot die voorwerpen zijn de hiervoor in zaak A onder 1 en 2 (Toyota met kenteken [kenteken]) en in zaak C onder 1 en 2 (Toyota met kenteken [kenteken]) bewezenverklaarde feiten begaan, terwijl uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat deze voorwerpen toebehoren aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 63, 184, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A onder 1 en 2, in zaak B, in zaak C onder 1 en 2 en in zaak D onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A onder 1 en 2, in zaak B, in zaak C onder 1 en 2 en in zaak D onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;

verklaart verbeurd:

- een Toyota Landcruiser Estate, kenteken [kenteken];

- een Toyota Estate, kenteken [kenteken].

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. G. Dam, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.