Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8860

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-09-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
24-00634-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren. Verdachte wordt tevens veroordeeld tot een geldboete van € 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000634-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-601072-06

Arrest van 29 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 april 2007 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1977] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren, alsmede een geldboete van € 200,00, subsidiair 4 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 13 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), in/tegen het gezicht/hoofd heeft gestompt/geslagen/gekrabt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

hij op 13 augustus 2006 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], in het gezicht heeft geslagen waardoor deze pijn heeft ondervonden.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

mishandeling.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof het volgende in het bijzonder in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 13 augustus 2006 een medewerker van [horecagelegenheid] te [plaats] mishandeld, nadat een woordenwisseling had plaatsgevonden tussen de verdachte en die medewerker over het gebruik van een net door die medewerker schoongemaakt toilet. Verdachte die zich eerst na die woordenwisseling liet verwijderen uit de bar, is kort daarna teruggekomen en heeft die medewerker - die nog bezig was met schoonmaakwerkzaamheden - in het gezicht geslagen. Door zo te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.

Bij bepaling van de straf houdt het hof er rekening mee dat verdachte blijkens een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 juni 2009 in het recente verleden niet wegens soortgelijke feiten is veroordeeld.

De door de advocaat-generaal gevorderde en door de politierechter opgelegde straf, te weten een geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf, acht het hof gelet op het voorgaande een passende sanctie.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

veroordeelt verdachte tevens tot een geldboete van tweehonderd euro;

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. M. Koers-van der Linden, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Koers-van der Linden voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.