Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8430

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
000192-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om vergoeding kosten ex artikel 591a Sv. Het overleggen van een specificatie van kosten na het verstrijken van de drie-maanden-termijn, terwijl het verzoek als zodanig wel tijdig is gedaan, hoeft op zichzelf niet te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring. Dit laat evenwel onverlet dat op grond van beginselen van een goede procesorde van de verzoeker mag worden gevergd dat deze zo spoedig mogelijk zal overgaan tot overlegging van alle gegevens die de rechter nodig heeft om het verzoek te kunnen beoordelen en daarna een beslissing te kunnen nemen, en daartoe aantoonbaar de nodige inspanningen aan de dag te leggen. Schiet de verzoeker hierin tekort dan kan dit onder omstandigheden aanleiding geven tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker dan wel afwijzing van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
O&A 2009, 106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE ARNHEM

nevenzittingsplaats Leeuwarden

Raadkamernummer: 000192-07

Parketnummer hoger beroep: 24-000623-06

Parketnummer eerste aanleg: 07-440092-05 en 08-025142-04 (tul)

Beschikking d.d. 23 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van

[verzoekster]

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon, bijgestaan door mr. N.F. Hoogervorst, advocaat te Amsterdam.

Het verzoek

Verzoekster vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten en/of geleden schade in een strafzaak tegen verzoekster ten bedrage van € 15.540,-, zoals nader in het verzoekschrift en de daaropvolgende specificatie is aangegeven.

De behandeling in raadkamer

Het hof heeft in openbare raadkamer van 10 september 2009 gezien de stukken, waaronder het verzoekschrift, de kostenspecificatie en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken. Het hof heeft voorts de advocaat-generaal, alsmede de advocaat van verzoekster en verzoekster gehoord.

De beoordeling van het verzoek

Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het hof het navolgende gebleken:

- tegen verzoekster is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld in eerste aanleg onder parketnummers 07-440092-05 en 08-025142-04 (tul) door de meervoudige kamer in de rechtbank te Zwolle en vervolgens in hoger beroep onder parketnummer 24-000623-06 door dit hof op 18 januari 2007;

- verzoekster is bij arrest van 1 februari 2007 vrijgesproken van de algehele tenlastelegging;

- het arrest van het hof d.d. 1 februari 2007 is onherroepelijk geworden op 15 februari 2007;

- de strafzaak tegen verzoekster is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht;

- verzoekster heeft het verzoek tijdig ingediend.

- verzoekster heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat zij tengevolge van de strafzaak kosten heeft gemaakt en/of schade heeft geleden, te weten:

Kosten raadsman strafzaak € pro memorie

Kosten van het verzoek € het forfaitaire bedrag

- Op 6 augustus 2007 is een raadkamer, die voor die datum stond gepland, op verzoek van de raadsvrouw aangehouden vanwege het ontbreken van een nadere specificatie van het verzoekschrift;

-Op 23 mei 2008 heeft verzoekster het verzoekschrift gespecificeerd, te weten:

Kosten raadsman € 15.000,-

(waarvan € 10.000,- gemaakt in eerste aanleg en € 5.000,- in hoger beroep)

De advocaat-generaal heeft in openbare raadkamer primair de niet-ontvankelijkheid van verzoekster gevorderd in haar verzoek om vergoeding van de kosten van de raadsman, daar verzoekster buiten de termijn van drie maanden de kostenspecificatie heeft ingediend.

Het hof overweegt op dit punt het volgende.

Vooropgesteld moet worden dat de wet niet dwingt tot het standpunt van de advocaat-generaal. Het hof is van oordeel dat het overleggen van een specificatie van kosten na het verstrijken van de drie-maanden-termijn, terwijl het verzoek als zodanig wel tijdig is gedaan, op zichzelf niet hoeft te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring. Dit laat evenwel onverlet dat op grond van beginselen van een goede procesorde van de verzoeker mag worden gevergd dat deze zo spoedig mogelijk zal overgaan tot overlegging van alle gegevens die de rechter nodig heeft om het verzoek te kunnen beoordelen en daarna een beslissing te kunnen nemen, en daartoe aantoonbaar de nodige inspanningen aan de dag zal leggen. Schiet de verzoeker hierin tekort dan kan dit onder omstandigheden aanleiding geven tot niet-ontvankelijkheid van verzoeker dan wel afwijzing van het verzoek.

In de onderhavige zaak is - alle omstandigheden, waaronder het procesverloop, in aanmerking genomen - nog geen sprake van zodanig tekortschieten dat het hof een dergelijk gevolg aan het verzoek zal verbinden.

Subsidiair heeft de advocaat-generaal gevorderd het verzoek toe te wijzen tot een bedrag van € 5.000,-, en het verzoek voor het overige af te wijzen. Verdachte had recht op een raadsman op basis van toevoeging. Nu zij tijdens de behandeling in eerste aanleg is overgestapt van een toegevoegde raadsman naar een gekozen raadsman, dienen de kosten van de raadsman die in eerste aanleg zijn gemaakt voor rekening van verzoekster te blijven, aldus de advocaat-generaal.

Het hof overweegt hieromtrent, dat het feit, dat verzoekster op enig moment terwijl zij werd bijgestaan door een raadsman die op basis van een toevoeging werkte, voor een andere raadsman (die niet op toevoeging werkte) heeft gekozen, niet voortvloeit dat de kosten van de gekozen raadsman niet voor vergoeding in aanmerking zouden komen.

De kosten van het verzoekschrift zal het hof vergoeden overeenkomstig het ter zake geldende landelijke

standaardbedrag van € 540,-

Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om verzoekster de navolgende vergoeding toe te kennen:

a. kosten raadsman á € 15.000,-

b. kosten indienen verzoek á € 540,- +

in totaal: € 15.540,-

Beslissing

kent aan verzoekster [verzoekster] toe een vergoeding uit 's Rijks kas ten bedrage van € 15.540,-

Aldus gegeven door mrs. P. Koolschijn, voorzitter, G. Dam en W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. M. Zevenhuizen als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

Griffier Voorzitter

Beveelt de tenuitvoerlegging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op de derdenrekening van Moszkowicz Advocaten (Stichting beheer Derdengelden, postbus 15680) rekeningnummer [rekeningnummer]8 o.v.v. [verzoekster].

Voorzitter