Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ8152

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
21-09-2009
Datum publicatie
23-09-2009
Zaaknummer
24-000898-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, wegens het op grote schaal plegen van winkeldiefstallen en deelname aan een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-000898-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-440238-08

Arrest van 21 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 maart 2009 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1984] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans verblijvende in PI Tilburg, Gevangenis te Tilburg,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.H. van Meurs, advocaat te Kampen.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf en heeft voorts beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, verbeurdverklaring van een mobiele telefoon en een personenauto, toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1455,21 waarbij de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard in het overige gevorderde alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel tot een bedrag van € 1455,21 subsidiair 28 dagen vervangende hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

1.

hij op of omstreeks 18 oktober 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een grote hoeveelheid) dagcreme(s) en/of nachtcreme(s) en/of mascara(s) en/of Color adapt en/of lasting performance make-up en/of miracle touche poeder(s) en/of face finity compact, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2.

hij op of omstreeks 2 oktober 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijfenveertig, althans een of meer, potten dagcreme, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

3.

hij op of omstreeks 30 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 3] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen honderdacht, althans een of meer, L'Oreal artikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

4.

hij in of omstreeks de periode van 27 juni 2008 tot en met 26 november 2008 in de gemeente [gemeente 1] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie die werd gevormd door [naam] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van (gekwalificeerde) diefstal(len) als bedoeld in artikel 310 en/of 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 18 oktober 2008 in de gemeente [gemeente 1] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid dagcremes en nachtcremes en mascara's en Color adapt en lasting performance make-up en miracle touche poeders en face finity compact, toebehorende aan [benadeelde];

2.

hij op 2 oktober 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente 2] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijfenveertig potten dagcreme, toebehorende aan [benadeelde];

3.

hij op 30 augustus 2008 in de gemeente [gemeente 3] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen honderdacht, L'Oreal artikelen, toebehorende aan [benadeelde],

4.

hij in de periode van 27 juni 2008 tot en met 26 november 2008 in de gemeente [gemeente 1] en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie die werd gevormd door [naam] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van (gekwalificeerde) diefstallen als bedoeld in artikel 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1, 2 en 3 telkens: diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen,

4: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het op grote schaal plegen van diefstallen bij winkelketen [benadeelde] over een periode van vijf maanden. Verdachte pleegde deze diefstallen in georganiseerd verband waarbij er sprake was van een duidelijke taakverdeling. Verdachtes taak binnen de organisatie was het feitelijk wegnemen van de goederen.

Verdachte heeft verklaard te hebben deelgenomen aan de winkeldiefstallen om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien alsmede om zijn drugsverslaving te kunnen bekostigen.

Het hof heeft bij de oplegging van de straf in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens een uittreksel justitiële documentatie van 27 juli 2009 niet eerder (in Nederland) is veroordeeld.

Verdachte heeft ter zitting van het hof erkend zich ook schuldig te hebben gemaakt aan de op de dagvaarding vermelde soortgelijke, ad informandum gevoegde, feiten, opgenomen onder parketnummer 07/440238-08.

Op grond van het vorenstaande is het hof, met de advocaat-generaal, van oordeel dat, gelet op de stelselmatigheid en professionaliteit van handelen van verdachte, een passende bestraffing slechts gevonden kan worden in het opleggen van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur.

Het hof is van oordeel dat daarnaast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, mede om verdachte er van te weerhouden zich in de toekomst wederom schuldig te maken aan strafbare feiten

Verbeurdverklaring

De door het hof verbeurd te verklaren inbeslaggenomen mobiele telefoon is daarvoor vatbaar. Immers met betrekking tot dat voorwerp zijn de hiervoor onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten begaan, terwijl uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat dit voorwerp toebehoorde aan verdachte.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen personenauto van het merk Mercedes met kenteken [kenteken], overweegt het hof het volgende.

Uit het proces-verbaal van de Regiopolitie IJsselland, district Zuid, [nummer] pagina 11 en 13, alsmede de foto's op pagina 50 en 51 van het dossier onder nr. [nummer], is gebleken dat voornoemde auto door verdachte en zijn medeverdachten is gebruikt bij de door hen gepleegde diefstallen. Onder de bodem van voornoemde auto was een ruimte aangebracht waarin cosmetica is aangetroffen.

Uit het proces-verbaal van de Regiopolitie IJsselland, district Zuid, [nummer], pagina 53 e.v. van voormeld dossier is gebleken dat degene op wiens naam de auto gesteld was, te weten [naam], op de hoogte is gesteld van de inbeslagname. Uit de door [naam] afgelegde verklaring blijkt dat hij zich zelf niet beschouwt als eigenaar van de auto en geen rechten daarop laat gelden.

Derhalve kan voormelde personenauto, nu de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten met behulp van deze auto zijn begaan, verbeurd worden verklaard.

Benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter 's hofs terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat haar vordering in eerste aanleg deels wel en deels niet is toegewezen en dat zij zich binnen de grenzen van haar eerste vordering in het geding in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.

Vaststaat dat door de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden, voor welke schade verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.455,21 niet betwist. De vordering van de benadeelde partij ad € 8.709,88 is dan ook tot een bedrag van € 1.455,21 toewijsbaar, één en ander in dier voege, dat indien dit bedrag door één of meer van de mededaders geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, de verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Het hof acht het passend dit bedrag tevens toe te wijzen in de vorm van een schadevergoedingsmaatregel.

Het hof overweegt ten aanzien van de overige door de benadeelde partij geleden schade dat alleen die schade voor vergoeding in aanmerking komt die rechtstreeks het gevolg is van een feit of feiten zoals in de tenlastelegging omschreven. Nu die overige geleden schade betrekking heeft op feiten die niet in de tenlastelegging zijn opgenomen, doch ad informandum zijn gevoegd, zal het hof bepalen dat de benadeelde partij dat gedeelte van haar vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk is en dat dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Gelet op het vorenstaande dient verdachte, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 140 en 310, 311, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden;

beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van zes maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

verklaart verbeurd:

mobiele telefoon Samsung type SGHC 170 serienummer 3[nummer] personenauto merk Mercedes A 170 kleur grijs, ten tijde van inbeslagneming voorzien van kenteken [kenteken];

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van duizend vierhonderdvijfenvijftig euro en eenentwintig cent;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend vierhonderdvijfenvijftig euro en eenentwintig cent ten behoeve van [benadeelde], [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van achtentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

met dien verstande, dat indien één of meer van de mededaders van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermeld bedrag, de verplichting om te voldoen aan de vordering van de benadeelde partij komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vordering van de benadeelde partij heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. G.J. Niezink voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.