Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7547

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
14-09-2009
Datum publicatie
14-09-2009
Zaaknummer
21-002797-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van tweemaal mensenhandel, tweemaal bedreiging, mishandeling, verkrachting en verboden wapenbezit. Gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-002797-08

Uitspraak d.d.: 14 september 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 24 juni 2008 in de strafzaak met parketnummer 16-510825-06, tegen

[VERDACHTE],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

thans verblijvende in [detentieadres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 4 december 2008 en 31 augustus 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,

mr R. Malewicz, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2004 tot en met 31 augustus 2004 te

Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland,

een ander, genaamd [slachtoffer 1], (telkens) door geweld of één of meer

andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld of bedreiging met één of

meer andere feitelijkheden (telkens) heeft gedwongen of door misbruik van uit

feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding heeft

bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling of onder voornoemde

omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist,

althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het

verrichten van die (sexuele) handelingen beschikbaar stelde, en/of haar heeft

bewogen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een

derde te bevoordelen,

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bovenomschreven misbruik en/of die misleiding en/of die handelingen en/of dat

bevoordelen (telkens) hieruit dat verdachte

- die [slachtoffer 1] meerdere malen onderdak heeft geboden en/of haar bij hem thuis heeft laten slapen en/of

- meerdere malen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd problemen te hebben omdat hij geen geld had en/of dat zij, [slachtoffer 1], voor hem moest gaan werken en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen heeft geconfronteerd met haar achtergrond(en)

(namelijk haar problemen thuis en/of het door haar als prostituee werken en/of

dat ze niets waard was en/of dat ze een slet was en/of dat niemand respect

voor haar had) en/of

- dat hij verdachte, die [slachtoffer 1] (meerdere malen) heeft meegenomen naar Amsterdam alwaar hij een kamer voor haar had geregeld en/of haar heeft voorzien van condooms en keukenrollen en/of

- dat hij meerdere malen buiten in de buurt van die door hem geregelde kamer

is blijven staan en/of aldus die kamer en/of die [slachtoffer 1] in de gaten heeft

gehouden en/of

- dat hij meerdere malen het door haar verdiende geld op kwam halen en/of

- haar opdracht heeft gegeven en/of onder druk heeft gezet en/of haar ertoe

heeft aangezet om een (groot) aantal dagen per week als prostituee te werken

en/of

- heeft gedreigd haar, die [slachtoffer 1]’s, broertje, wat aan te doen en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen (hardhandig) bij haar haren heeft gepakt en/of

een of meerdere ma(a)l(en) de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en/of

- die [slachtoffer 1] (met kracht) op het hoofd heeft geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] meerdere malen (anaal) heeft verkracht en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen, althans heeft bewogen, tot het (blijven) werken als prostituee en/of tot afgifte aan hem, van (een deel van) het geld dat die [slachtoffer 1] als prostituee verdiende en/of

- die [slachtoffer 1] in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie heeft gehouden.

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 april 2006 tot en met 31 oktober 2006 te

Utrecht en/of te Amsterdam en/of te Nijmegen, althans in Nederland en/of

Belgie, meermalen een ander, genaamd [slachtoffer 2],

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden of door

dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding danwel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van

betalingen, heeft gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van

die ander en/of

die ander ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander en/of

door voornoemde dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden of

door voornoemde dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding

danwel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of

ontvangen van betalingen heeft gedwongen danwel heeft bewogen hem, verdachte,

te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een

derde,

bestaande die dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden of

door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding danwel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van kwetsbare positie door het geven of ontvangen van

betalingen hieruit dat verdachte (onder meer)

- een relatie is aangegaan met die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, heeft gehuisvest en/of heeft

opgenomen, althans heeft laten wonen (nadat ze van haar ouderlijke woning was weggegaan/weggelopen) en/of

- voor die [slachtoffer 2] (een) kamer(s) in Amsterdam en/of Utrecht en/of

Nijmegen en/of in België heeft geregeld/gehuurd en/of heeft laten

regelen/huren en/of die [slachtoffer 2] (aldaar) (een) kamer(s) heeft laten

huren, alwaar zij haar prostitutiewerkzaamheden moest/kon verrichten en/of

- die [slachtoffer 2] naar voornoemde plaats(en) en/of kamer(s) heeft gebracht

en/of heeft laten brengen en/of heeft gestuurd en/of

- gedurende de tijd dat die [slachtoffer 2] in die/deze kamer(s) verbleef en/of

haar prostitutiewerkzaamheden verrichtte, in de directe nabijheid van

die/deze kamer(s) verbleef en/of aldus deze/die kamers en/of die [slachtoffer 2]

in de gaten heeft gehouden en/of laten houden en/of

- iedere dag, althans regelmatig (het door [slachtoffer 2] met haar

prostitutiewerkzaamheden verdiende) geld heeft opgehaald en/of heeft laten

ophalen en/of

- het aan die [slachtoffer 2] doen voorkomen dat hij, verdachte, samen met haar

met dat door haar verdiende geld, een toekomst kon opbouwen en/of

- die [slachtoffer 2] opdracht heeft gegeven en/of onder druk heeft gezet, in elk

geval haar ertoe heeft aangezet om een (groot) aantal dagen per week en/of een

(groot) aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- (meermalen) op het moment dat die [slachtoffer 2] aangaf te willen stoppen met

bovengenoemde werkzaamheden, tegen haar heeft gezegd dat ze moest doorwerken

en/of haar aldus (vaak) niet kwam ophalen en/of

- die [slachtoffer 2] constant, in elk geval meermalen (per dag) heeft gebeld

om te vragen naar het aantal klanten en/of het reeds verdiende geld en/of

- meermalen, althans eenmaal geweld heeft gebruikt tegen die [slachtoffer 2]

door haar (onder meer) te stompen en/of te slaan tegen haar hoof en/of haar

lichaam en/of door een vuurwapen (op korte afstand) tegen haar/op haar hoofd

te zetten/drukken/richten (als zij niet voldoende geld had verdiend en/of haar

verdiensten niet aan hem, verdachte, wilde afstaan) en/of

- die [slachtoffer 2] diverse telefoonabonnementen heeft laten afsluiten op haar

naam, waarmee hij, verdachte, vervolgens (veelvuldig) heeft gebeld,

tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] diverse schulden op haar naam heeft

gekregen en/of

- (door bovengenoemde handelingen) die [slachtoffer 2] in een door hem,

verdachte, gecontroleerde situatie heeft gehouden.

3.

hij in of omstreeks de periode van 03 mei 2006 tot en met 04 mei 2006 te

Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans

met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (op 03 mei 2006) voornoemde [slachtoffer 3] dreigende de woorden toegevoegd: "Vieze vuile kankerhoer met je vieze vuile kankerkind, er komt een dag dat ik je dood ga maken"

en/of

(op 04 mei 2006) opzettelijk dreigend een slaande beweging gemaakt naar het

hoofd van voornoemde [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) de/een (zonne)bril van het

hoofd/gezicht van [slachtoffer 3] afgetrokken/gerukt en/of (daarbij) voornoemde [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden toegevoegd : "Jij gaat door tot ik je dood maak" en/of "Ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van mei 2004 tot en

met 16 januari 2006 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht,

(telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3]

(hardhandig) bij haar buik heeft opgetild (terwijl zij zwanger was) en/of

heeft meegesleurd, althans getrokken en/of

een klap in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft gegeven en/of

(meermalen) heeft geduwd,

waardoor voornoemde [slachtoffer 3] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden.

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van oktober 2004 tot

en met 16 januari 2006 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht

(telkens) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk

- een mes aan die [slachtoffer 3] voorgehouden terwijl hij voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toevoegde: ‘Ik steek je dood', althans woorden van dergelijke dreigende aard of strekking, en/of

- dreigend de woorden toegevoegd: ’Jij stopt niet voordat ik je dood maak'

en/of ‘ik maak je dood, ik pak je', althans woorden van dergelijke dreigende

aard of strekking.

6.

hij in of omstreeks de periode van 2 september 2006 tot en met 23 september

2006 te Amersfoort, althans in het arrondissement Utrecht, door geweld en/of

een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere

feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, (onder andere)

- zijn been over haar been gelegd, althans tussen haar benen gelegd en/of haar

arm vastgepakt en/of gehouden (zodat zij niet meer weg kon en/of waardoor zij

haar benen niet meer bij elkaar kon doen) en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 4] bij haar borsten en/of tussen haar benen betast en/of (vervolgens)

- is hij, verdachte, (boven-) op die [slachtoffer 4] gaan liggen (terwijl hij veel groter

en/of zwaarder was dan die [slachtoffer 4]) en/of (vervolgens)

- heeft hij haar string uitgetrokken en/of (vervolgens)

- heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina van voornoemde [slachtoffer 4]

gebracht/geduwd en/of (vervolgens)

- (hardhandig) op en neergaande bewegingen gemaakt.

7.

hij op of omstreeks 31 oktober 2006 te Utrecht,

tezamen en in vereniging met (een) ander(eren), althans alleen,

een pistool (merk FN, type Browning 1910)

zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, categorie III van de Wet Wapens

& Munitie

en/of

een (scherpe) patroon (van het merk S & B, kaliber 7.65 mm),

zijnde munitie in de zin van artikel 2, categorie III van de Wet Wapens &

Munitie voorhanden heeft/hebben gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Gevoerde verweren

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de onder 1, 2 en 6 tenlastegelegde feiten vrijspraak bepleit en heeft hiertoe in het bijzonder het volgende aangevoerd.

Het wordt verdachte verweten dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen om in de prostitutie te werken. Verdachte betwist dit. Volgens de raadsman is er onvoldoende overtuigend bewijs dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn gedwongen en hij verwijst ter onderbouwing naar verschillende verklaringen, waaruit kan worden begrepen dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vrijwillig in de prostitutie werkten.

De raadsman betwist voorts de betrouwbaarheid van een aantal belastende verklaringen, nu zij mogelijk onder invloed van anderen zijn afgelegd, teneinde verdachte als concurrent van het toneel, in casu De Wallen, te laten verdwijnen.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De enige bron van bewijs zijn de verklaringen van [slachtoffer 4]. De excuses die in latere afgeluisterde telefoongesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 4] zijn gehoord, worden in de bewijsoverweging van de rechtbank in een verkeerde context geplaatst. Het is echter niet duidelijk waarom deze excuses door verdachte werden gemaakt. De excuses leveren in ieder geval geen ondersteunend bewijs op voor de beschuldiging dat verdachte [slachtoffer 4] verkracht heeft, aldus de raadsman.

Ten aanzien van het onder 3, 4 en 5 tenlastegelegde wijst de raadsman erop dat de agressie in de relatie tussen verdachte en [slachtoffer 3] van twee kanten kwam. Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 3] in haar buik heeft geraakt en heeft meegesleurd, dan wel dat hij haar een klap heeft gegeven.

Oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.

Het hof acht zowel de aangifte van [slachtoffer 1] als de beschuldigende verklaring van betrouwbaar. Zij zijn gedetailleerd en helder en worden ondersteund door diverse getuigenverklaringen, met name voor wat betreft het door verdachte gehanteerde geweld. Zelfs als derden uit concurrentieoogpunt belang zouden hebben bij een aangifte tegen verdachte, maakt dat nog niet dat de beschuldigingen daardoor vals of onbetrouwbaar anderszins zouden zijn. Op de door het hof gebezigde bewijsmiddelen stuit het met betrekking tot de vrijwilligheid aangevoerde af.

Het hof acht ook de aangifte van [slachtoffer 4] betrouwbaar. Deze wordt onder meer ondersteund door de tapgesprekken. Het hof overweegt hierbij dat, hoewel door de verdediging wordt betwijfeld dat de door verdachte aangeboden excuses zien op de verkrachting, geen andere aannemelijke verklaring is gegeven voor de excuses. Het hof acht op grond van de wettige bewijsmiddelen ook de verkrachting van [slachtoffer 4] overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 01 juni 2004 tot en met 31 augustus 2004 te

Utrecht en te Amsterdam, een ander, genaamd [slachtoffer 1], door geweld of andere feitelijkheden of door bedreiging met geweld heeft gedwongen of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft

bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling of onder voornoemde

omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte wist,

althans redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor tot het

verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar stelde, en haar heeft

bewogen hem uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met of voor een

derde te bevoordelen, bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld en bovenomschreven misbruik en die handelingen en dat

bevoordelen hieruit dat verdachte

- die [slachtoffer 1] meerdere malen onderdak heeft geboden en/of haar bij hem thuis heeft laten slapen en

- meerdere malen tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd problemen te hebben omdat hij geen geld had en dat zij, [slachtoffer 1], voor hem moest gaan werken en

- die [slachtoffer 1] meerdere malen heeft geconfronteerd met haar achtergrond

(namelijk haar problemen thuis en het door haar als prostituee werken en

dat ze niets waard was en dat ze een slet was en dat niemand respect

voor haar had) en

- dat hij verdachte, die [slachtoffer 1] meerdere malen heeft meegenomen naar Amsterdam alwaar hij een kamer voor haar had geregeld en haar heeft voorzien van condooms en keukenrollen en

- dat hij meerdere malen buiten in de buurt van die door hem geregelde kamer

is blijven staan en aldus die kamer en die [slachtoffer 1] in de gaten heeft

gehouden en

- dat hij meerdere malen het door haar verdiende geld op kwam halen en

- haar opdracht heeft gegeven en onder druk heeft gezet en haar ertoe

heeft aangezet om een (groot) aantal dagen per week als prostituee te werken

en

- heeft gedreigd haar, die [slachtoffer 1]’s, broertje, wat aan te doen en

- die [slachtoffer 1] meerdere malen (hardhandig) bij haar haren heeft gepakt en

meerdere malen de keel van die [slachtoffer 1] heeft dichtgeknepen en

- die [slachtoffer 1] (met kracht) op het hoofd heeft geslagen en

- die [slachtoffer 1] meerdere malen (anaal) heeft verkracht en

- die [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het (blijven) werken als prostituee en tot afgifte aan hem, van (een deel van) het geld dat die [slachtoffer 1] als prostituee verdiende en

- die [slachtoffer 1] in een door hem, verdachte, gecontroleerde situatie heeft gehouden.

2.

hij in de periode van 01 april 2006 tot en met 31 oktober 2006 te

Utrecht en te Amsterdam en

Belgie, een ander, genaamd [slachtoffer 2],

door dwang en geweld en andere feitelijkheden of door

dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding danwel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van

betalingen, heeft gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van

die ander,

die ander ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander en

door voornoemde dwang en geweld en andere feitelijkheden of

door voornoemde dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding,

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of

ontvangen van betalingen heeft gedwongen danwel heeft bewogen hem, verdachte,

te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een

derde, bestaande die dwang en geweld en andere feitelijkheden of

door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, misleiding, door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door

misbruik van kwetsbare positie door het geven of ontvangen van

betalingen hieruit dat verdachte (onder meer)

- een relatie is aangegaan met die [slachtoffer 2] en

- die [slachtoffer 2] bij hem, verdachte, heeft gehuisvest (nadat ze van haar ouderlijke woning was weggegaan/weggelopen) en

- voor die [slachtoffer 2] kamers in Amsterdam en/of in België heeft geregeld/gehuurd en heeft laten

regelen/huren en/of die [slachtoffer 2] (aldaar) (een) kamer(s) heeft laten

huren, alwaar zij haar prostitutiewerkzaamheden moest/kon verrichten en

- die [slachtoffer 2] naar voornoemde plaats(en) en/of kamer(s) heeft gebracht

en/of heeft laten brengen en/of heeft gestuurd en

- gedurende de tijd dat die [slachtoffer 2] in die/deze kamers verbleef en/of

haar prostitutiewerkzaamheden verrichtte, in de directe nabijheid van

die/deze kamers verbleef en/of aldus deze/die kamers en/of die [slachtoffer 2]

in de gaten heeft gehouden en/of laten houden en

- iedere dag, althans regelmatig (het door [slachtoffer 2] met haar

prostitutiewerkzaamheden verdiende) geld heeft opgehaald en/of heeft laten

ophalen en

- het aan die [slachtoffer 2] doen voorkomen dat hij, verdachte, samen met haar

met dat door haar verdiende geld, een toekomst kon opbouwen en

- die [slachtoffer 2] opdracht heeft gegeven en onder druk heeft gezet, in elk

geval haar ertoe heeft aangezet om een (groot) aantal dagen per week en een

(groot) aantal uren per dag als prostituee te werken en

- meermalen op het moment dat die [slachtoffer 2] aangaf te willen stoppen met

bovengenoemde werkzaamheden, tegen haar heeft gezegd dat ze moest doorwerken

en/of haar aldus vaak niet kwam ophalen en

- die [slachtoffer 2] constant, in elk geval meermalen (per dag) heeft gebeld

om te vragen naar het aantal klanten en/of het reeds verdiende geld en

- meermalen geweld heeft gebruikt tegen die [slachtoffer 2]

door haar (onder meer) te stompen en te slaan tegen haar hoof en haar

lichaam en door een vuurwapen (op korte afstand) tegen haar hoofd

te zetten als zij niet voldoende geld had verdiend en

- die [slachtoffer 2] diverse telefoonabonnementen heeft laten afsluiten op haar

naam, waarmee hij, verdachte, vervolgens (veelvuldig) heeft gebeld,

tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] diverse schulden op haar naam heeft

gekregen en

- (door bovengenoemde handelingen) die [slachtoffer 2] in een door hem,

verdachte, gecontroleerde situatie heeft gehouden.

3.

hij in de periode van 03 mei 2006 tot en met 04 mei 2006 te

Utrecht,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte op 03 mei 2006 voornoemde [slachtoffer 3] dreigende de woorden toegevoegd: "Vieze vuile kankerhoer met je vieze vuile kankerkind, er komt een dag dat ik je dood ga maken"

en

op 04 mei 2006 opzettelijk dreigend een slaande beweging gemaakt naar het

hoofd van voornoemde [slachtoffer 3] en vervolgens een (zonne)bril van het

hoofd van [slachtoffer 3] afgetrokken/gerukt en voornoemde [slachtoffer 3]

meermalen, dreigend de woorden toegevoegd : "Jij gaat door tot

ik je dood maak" en "Ik ga je dood maken".

4.

hij op tijdstippen in de periode van mei 2004 tot en

met 16 januari 2006 te Utrecht,

opzettelijk mishandelend [slachtoffer 3] hardhandig bij haar buik heeft opgetild terwijl zij zwanger was en heeft meegesleurd, en een klap in het gezicht en tegen het hoofd heeft gegeven en heeft geduwd, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] pijn heeft ondervonden.

5.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van oktober 2004 tot

en met 16 januari 2006 te Utrecht, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft verdachte opzettelijk

- een mes aan die [slachtoffer 3] voorgehouden terwijl hij voornoemde [slachtoffer 3] dreigend de woorden toevoegde: ‘Ik steek je dood', althans woorden van dergelijke dreigende aard of strekking, en

- dreigend de woorden toegevoegd: ’Jij stopt niet voordat ik je dood maak'

en‘ik maak je dood, ik pak je'.

6.

hij in de periode van 2 september 2006 tot en met 23 september

2006 te Amersfoort, door geweld en

een andere feitelijkheid, [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel

binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte,

- zijn been over haar been gelegd en haar

arm vastgepakt en gehouden zodat zij niet meer weg kon en waardoor zij

haar benen niet meer bij elkaar kon doen en

- die [slachtoffer 4] bij haar borsten en tussen haar benen betast en

- is hij, verdachte, boven- op die [slachtoffer 4] gaan liggen terwijl hij veel groter

en zwaarder was dan die [slachtoffer 4] en

- heeft hij haar string uitgetrokken en

- heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina van voornoemde [slachtoffer 4]

gebracht en

- hardhandig op en neergaande bewegingen gemaakt.

7.

hij op 31 oktober 2006 te Utrecht,

een pistool (merk FN, type Browning 1910)

zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, categorie III van de Wet Wapens

& Munitie

en

een (scherpe) patroon (van het merk S & B, kaliber 7.65 mm),

zijnde munitie in de zin van artikel 2, categorie III van de Wet Wapens &

Munitie voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde, telkens:

Mensenhandel.

ten aanzien van het onder 3 en 5 bewezenverklaarde, telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Mishandeling, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Verkrachting.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

en

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Verdachte is onderworpen aan een onderzoek van het Pieter Baan Centrum. In het op grond daarvan opgestelde rapport van 4 juni 2008, opgemaakt door I. Schilperoord (psycholoog) en S. Went (psychiater), beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum te Utrecht, wordt geconcludeerd dat verdachte weliswaar ten tijde van het plegen van de hem tenlastegelegde feiten lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens, doch dat deze feiten -indien bewezen- hem in volledige mate kunnen worden toegerekend.

Het hof neemt de conclusie van de deskundigen Schilperoord en Went over, in die zin dat verdachte met betrekking tot het bewezenverklaarde volledig toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld wegens mensenhandel (feiten 1 en 2), bedreiging (feiten 3 en 5), mishandeling (feit 4), verkrachting (feit 6) en wapenbezit (feit 7) tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van het voorarrest.

De rechtbank Utrecht heeft de verdachte veroordeeld wegens de ook thans bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

De verdachte is in hoger beroep gekomen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld wegens dezelfde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van het voorarrest.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het navolgende in beschouwing genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden.

Verdachte heeft [slachtoffer 1] gedurende een periode van drie maanden gedwongen te werken en te blijven werken als prostituee en hij heeft van de opbrengsten van die werkzaamheden geprofiteerd. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van een combinatie van geweld en bedreiging met geweld. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 2] gedwongen tot prostitutie gedurende een periode van een halfjaar. Naast geweld en bedreiging met geweld heeft verdachte hiervoor gebruik gemaakt van de afhankelijkheid van [slachtoffer 2] die door de "liefdes-"relatie tussen verdachte en haar was ontstaan.

Door aldus te handelen heeft verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de vrijheid van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] om over hun eigen lichaam te beschikken. Verdachte heeft beide slachtoffers financieel uitgebuit en afhankelijk gemaakt, door te verlangen dat zij (het merendeel van) hun opbrengsten uit de prostitutie aan verdachte moesten afstaan. Verdachte heeft zijn persoonlijk gewin daarbij gesteld boven de vrijheid van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

Het (voor beide, jonge, slachtoffers) onvrijwillig in de prostitutie brengen en houden en het vervolgens financieel uitbuiten van beide slachtoffers zijn zeer ernstige feiten, waarbij misbruik is gemaakt van hun kwetsbaarheid en afhankelijke positie. Door aldus te handelen, in combinatie met het haast structureel uitgeoefende ernstige geweld, heeft verdachte in ieder geval aan [slachtoffer 1] ernstige en blijvende psychische schade toegebracht. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1], ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd, heeft het hof begrepen dat zij nog steeds dagelijks de gevolgen ondervindt van wat verdachte haar heeft aangedaan. Ook haar familie en vrienden hebben veel leed ondervonden.

Het hof is van oordeel dat, mede met het oog op generale preventie, deze vorm van mensenhandel met gedurende geruime tijd gepleegd excessief geweld en volstrekte respectloosheid in de richting van de twee jonge vrouwen, op zichzelf al een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van lange duur rechtvaardigt.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de verkrachting van [slachtoffer 4]. Door het plegen van dit feit heeft verdachte op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer.

Behalve voornoemde feiten heeft verdachte [slachtoffer 3], zijn toenmalige vriendin, meermalen bedreigd en mishandeld, zelfs toen zij zwanger was. Verdachte heeft hiermee een grote mate van angst teweeggebracht bij [slachtoffer 3].

Uit de wijze waarop verdachte met alle slachtoffers is omgegaan leidt het hof af dat verdachte vrouwen met volstrekte minachting behandelt. De bewezenverklaarde feiten zijn feiten waarvan de slachtoffers gedurende lange tijd, en wellicht zelfs voor altijd, nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden en, zoals [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] hebben aangegeven, daadwerkelijk hebben ondervonden. Het vertrouwen dat men in een medemens moet kunnen stellen is door verdachte ernstig geschaad.

De bewezenverklaarde feiten betreffen ernstige feiten, waarop in de wet hoge maximumstraffen zijn gesteld. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feiten die zo ernstig zijn en voor de direct betrokkenen en de samenleving zo verontrustend zijn dat in beginsel alleen een vrijheidsbenemende straf van lange duur recht doet.

Wat de persoon van verdachte betreft heeft het hof acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 14 augustus 2009, waaruit is gebleken dat verdachte in het verleden bij herhaling is veroordeeld wegens strafbare feiten. Aan verdachte is ook al meerdere malen een gevangenisstraf opgelegd.

De officier van justitie heeft in eerste aanleg een langdurige gevangenisstraf geëist.

De rechtbank heeft in eerste aanleg, naast een langdurige gevangenisstraf, ook de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd. De reden van het door verdachte ingestelde hoger beroep is onder meer gericht tegen de oplegging van deze maatregel.

Uit de eerder genoemde rapportages blijkt dat het bewezenverklaarde verdachte volledig kan worden toegerekend. Volgens de deskundigen is er geen sprake van een causaal verband tussen de bij verdachte geconstateerde stoornis en de door hem gepleegde feiten. Ter terechtzitting in hoger beroep zijn de psychiater mevrouw Went en de psycholoog mevrouw Schilperoord als deskundigen gehoord. Ter zitting hebben zij, in navolging van de conclusie in hun rapportage, bevestigd dat verdachte lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis en dat er bij verdachte sprake is van psychopathie. Ten tijde van de tenlastegelegde feiten was hiervan ook sprake. De deskundigen zien de stoornissen van verdachte weliswaar terug in de tenlastegelegde feiten, maar zij komen in hun rapport en ter zitting in hoger beroep tot de conclusie dat verdachte door zijn stoornis niet werd beperkt in het maken van afwegingen ten aanzien van de tenlastegelegde feiten. Verdachte heeft zijn wil in vrijheid kunnen bepalen en gaat daarbij berekend te werk. De deskundigen achten verdachte dan ook voor alle tenlastegelegde feiten volledig toerekeningsvatbaar.

Gelet op het bovenstaande is het hof, dat deze conclusie overneemt en tot de zijne maakt, van oordeel dat voor een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege geen plaats is.

Het hof acht de door de advocaat-generaal gevorderde straf te hoog. De officier van justitie heeft in eerste aanleg een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren geëist en het hof vindt dit, met inachtneming van het bovenstaande, een passende straf.

Beslag

Het onder 7 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van een hierna te noemen inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de veroordeelde toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde.

Een aantal hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen kon door veroordeelde geheel of ten dele ten eigen bate worden aangewend. Deze voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard aangezien zij geheel of grotendeels door middel van het onder 1 en 2 tenlastgelegde en bewezenverklaarde zijn verkregen.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Een aantal hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit aangetroffen. Zij behoren aan verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 2.499,=. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor lager bedrag dan haar oorspronkelijke vordering, namelijk voor een bedrag voor EUR 2.000,= wegens immateriële schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De hoogte van de vordering komt het hof niet onredelijk of ongegrond voor. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het volledige bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt EUR 1.623,70. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van EUR 1.000,=. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Het hof zal voor de geleden immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van EUR 750,00 toewijzen.

Voor wat betreft de gestelde materiële schade wijst het hof de vergoeding van gemaakte benzinekosten en belkosten, door de benadeelde partij geraamd op EUR 10,80, toe. Voor het overige, te weten de gestelde materiële schade bestaande uit therapiekosten en de gevorderde immateriële schade voor zover deze het toegewezen bedrag overstijgt, is de vordering naar het oordeel van het hof niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 36f, 57, 63, 250a (oud), 273a (oud), 273f, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De in beslag genomen voorwerpen

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een tas, type schoudertas, kleur creme;

- geld, te weten 10 briefjes van 50 euro en muntgeld EUR 5,90;

- twee oorstekers, goudkleurig;

- een halsketting, goudkleurig, met kruis (jesusbeeld).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een wapen, FN 1910 Browning, kaliber 7.65 mm;

- munitie, s en b patroon.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 2] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- vier beschreven notities, betreffende prostitutiearbeid.

Gelast de teruggave aan [betrokkene A] van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- een stamkaart, op naam van [betrokkene A].

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een mobiele telefoon, merk Samsung, kleur zwart, inclusief adapter;

- een portefeuille, kleur groen, met daarin bescheiden (met uitzondering van een stamkaart op naam van [betrokkene A]);

- drie pandbewijzen, Stadsbank Amsterdam;

- een pet, kleur wit, merk New Era 59 Fifty.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van

EUR 2.000,00 (tweeduizend euro).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 1], een bedrag te betalen van EUR 2.000,00 (tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3], te betalen een bedrag van

EUR 760,80 (zevenhonderdzestig euro en tachtig cent).

Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer 3], in haar vordering voor het overige niet ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van EUR 760,80 (zevenhonderdzestig euro en tachtig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr A.E. Harteveld, voorzitter,

mr H. Abbink en mr R.H. Koning, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr B.P. Snijder, griffier,

en op 14 september 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.