Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7133

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
08-09-2009
Datum publicatie
08-09-2009
Zaaknummer
24-002141-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft schuldig gemaakt aan een viertal straatroven, alsmede twee pogingen daartoe.

In elk van de vier gevallen werd daarbij geweld en/of bedreiging met geweld, in verschillende gradaties, gebruikt. Eén slachtoffer werd met een mes in de rug gestoken ten gevolge waarvan een long werd geperforeerd. In een ander geval betrof het slachtoffer een vrouw van 80 jaar. Verdachte heeft berekenend en met volledige veronachtzaming van de integriteit van zijn slachtoffers financieel gewin nagejaagd. Verdachte is geregistreerd als "veelpleger" en heeft diverse justitiële trajecten doorlopen. Dit heeft hem niet weerhouden in ernstige mate te recidiveren.

Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-002141-08

Parketnummer eerste aanleg: 17-880432-07 (en vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling 03-005856-03 en 17-880089-06)

Arrest van 8 september 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 26 augustus 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1985] te [geboorteplaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Norgerhaven te Veenhuizen,

verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf, beslissingen genomen op de vorderingen van de benadeelde partijen, maatregelen opgelegd en op een tweetal vorderingen tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaren en voorts dat het hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] zal toewijzen tot een bedrag van € 1.900,-, de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 1.174,03 en de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] tot een bedrag van € 188,45, in hoofdelijkheid met zijn mededaders en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal gelasten van de zes maanden gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Maastricht van 20 december 2005, en tevens van de vijf maanden gevangenisstraf, de verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 3 augustus 2006.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten aan/nabij de [straatnaam]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een geldbedrag en/of een aantal pasjes) en/of een linnen tasje (met muziekstukken en/of een muziekstandaard), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [benadeelde 1] die op de fiets zat heeft/hebben tegengehouden en/of met kracht tegen de brugleuning heeft/hebben geduwd waarbij die [benadeelde 1] klem kwam te zitten tussen de brug en zijn fiets en/of die [benadeelde 1] meermalen met kracht in het gezicht heeft/hebben geslagen en/of tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd "We moeten geld hebben", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of die [benadeelde 1] met een mes in de rug heeft/hebben gestoken en/of met een mes stekende bewegingen heeft/hebben gemaakt in de richting van die [benadeelde 1] en/of tegen die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd "Voel je al wat en/of we maken je af" en/of vervolgens heeft/hebben getracht die [benadeelde 1] over de leuning van de brug te duwen, welk feit voor die [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel (te weten een klaplong) ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten [straatnaam]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm en/of een pakje sigaretten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader een mes op de keel van die [benadeelde 2] heeft/hebben gezet en/of (met kracht) tegen de muur heeft/hebben gedrukt en/of tegen die [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd "is dit alles", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten [straatnaam]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van € 10,-, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader een mes op de keel van die [benadeelde 2] heeft/hebben gezet en/of (met kracht) tegen de muur gedrukt en/of tegen die [benadeelde 2] heeft/hebben gezegd "is dit alles", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg, te weten de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [slachtoffer 1] heeft/hebben klem gereden met de fiets en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd "Geld, geld verdomme en vlug een beetje" en/of die [slachtoffer 1] bij een arm heeft/hebben vast gepakt en/of de jaszakken en/of de fietstassen van die [slachtoffer 1] heeft/hebben doorzocht, zijnde de uitvoerig van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg, te weten de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer 1] heeft/hebben klem gereden met de fiets en/of tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd "Geld, geld verdomme en vlug een beetje" en/of die [slachtoffer 1] bij een arm heeft/hebben vastgepakt en/of de jaszakken en/of de fietstassen van die [slachtoffer 1] heeft/hebben doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten de [straatnaam]) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met eenander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, naar die [slachtoffer 2] is/zijn toe gefietst en/of tegen die [slachtoffer 2] is/zijn aangebotst en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben klem gezet en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij zou worden overvallen en/of dat hij moest stoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 15 september 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten [straatnaam]) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met daarin een aantal pasjes en/of een collegekaart en/of een portemonnee en/of een fotocamera) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte de door die [slachtoffer 3] meegevoerde tas heeft/hebben vastgepakt en/of hieraan getrokken (waarbij die [slachtoffer 3] op de grond viel) en/of daarbij die [slachtoffer 3] over de grond heeft/hebben meegesleurd en/of die tas (met inhoud) vervolgens heeft/hebben meegenomen;

6.

hij op of omstreeks 13 maart 2007 te [plaats] (op de openbare weg te weten de [straatnaam]), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met daarin ondermeer een rijbewijs en/of een zaklantaarn en/of een staatslot en/of een hoeveelheid geld en/of pasjes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) aan de kraag van de jas van die [benadeelde 3] heeft/hebben getrokken en/of een klap op het hoofd van die [benadeelde 3] heeft/hebben gegeven en/of met kracht aan de door die [benadeelde 3] meegevoerde tas heeft/hebben getrokken waardoor zij over een fiets viel en/of die tas (met inhoud) vervolgens heeft/hebben meegenomen;

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

1.

hij op 18 oktober 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten aan de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin een geldbedrag en een aantal pasjes) en een linnen tasje (met muziekstukken en een muziekstandaard), toebehorende aan [benadeelde 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en verdachtes mededader die [benadeelde 1], die op de fiets zat, hebben tegengehouden en met kracht tegen de brugleuning hebben geduwd, waarbij die [benadeelde 1] klem kwam te zitten tussen de brug en zijn fiets en die [benadeelde 1] meermalen met kracht in het gezicht hebben geslagen en tegen die [benadeelde 1] hebben gezegd "We moeten geld hebben", en die [benadeelde 1] met een mes in de rug hebben gestoken en tegen die [benadeelde 1] hebben gezegd "Voel je al wat" en "we maken je af" en vervolgens hebben getracht die [benadeelde 1] over de leuning van de brug te duwen, welk feit voor die [benadeelde 1] zwaar lichamelijk letsel (te weten een klaplong) ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op 18 oktober 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een gsm en een pakje sigaretten, toebehorende aan [benadeelde 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [benadeelde 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en verdachtes mededader een mes op de keel van die [benadeelde 2] hebben gezet en met kracht tegen de muur hebben gedrukt en tegen die [benadeelde 2] hebben gezegd is dit alles,

en

hij op 18 oktober 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van € 10,-, welk geweld hierin bestond dat verdachte en verdachtes mededader een mes op de keel van die [benadeelde 2] hebben gezet en met kracht tegen de muur gedrukt en tegen die [benadeelde 2] hebben gezegd "is dit alles";

3.

hij op 18 oktober 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten de [straatnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], die [slachtoffer 1] hebben klem gereden met de fiets en tegen die [slachtoffer 1] hebben gezegd "Geld, geld verdomme en vlug een beetje" en die [slachtoffer 1] bij een arm hebben vastgepakt en de jaszakken en de fietstassen van die [slachtoffer 1] hebben doorzocht, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

hij op 18 oktober 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten de [straatnaam], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 2] en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, met zijn mededader naar die [slachtoffer 2] is toegefietst en tegen die [slachtoffer 2] is aangebotst en die [slachtoffer 2] heeft klemgezet en tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij zou worden overvallen en dat hij moest stoppen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op 15 september 2007 te [plaats], op de openbare weg te weten [straatnaam], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met daarin een aantal pasjes en een collegekaart en een portemonnee en een fotocamera), toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte de door die [slachtoffer 3] meegevoerde tas heeft vastgepakt en hieraan getrokken, waarbij die [slachtoffer 3] op de grond viel en daarbij die [slachtoffer 3] over de grond heeft meegesleurd en die tas (met inhoud) vervolgens heeft meegenomen;

6.

hij op 13 maart 2007 te [plaats], op de openbare weg, te weten de [straatnaam], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met daarin ondermeer een rijbewijs en een zaklantaarn en een staatslot en een hoeveelheid geld en pasjes, toebehorende aan [benadeelde 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte en verdachtes mededader aan de kraag van de jas van die [benadeelde 3] hebben getrokken en een klap op het hoofd van die [benadeelde 3] hebben gegeven en met kracht aan de door die [benadeelde 3] meegevoerde tas hebben getrokken waardoor zij over een fiets viel en die tas (met inhoud) vervolgens hebben meegenomen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

1.

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

3. primair

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

4.

poging tot diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

5.

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal gemakkelijk te maken;

6.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid

Door R. Vriesema, psychiater, is in opdracht van het openbaar ministerie onderzoek gedaan naar de geestvermogens van verdachte. Uit de rapportage van 15 januari 2008 blijkt dat verdachte heeft geweigerd zijn medewerking daaraan te verlenen, waardoor de gestelde vragen over - onder meer - de toerekeningsvatbaarheid van verdachte niet konden worden beantwoord. Uit de rapportage komt tevens naar voren dat er aanwijzingen zijn voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis, met een neiging tot externalisering van de verantwoordelijkheid voor het eigen deviant gedrag.

Ter terechtzitting van 19 februari 2008 heeft de rechtbank bevolen dat verdachte ter observatie zou worden opgenomen in het Pieter Baan Centrum te Utrecht. Uit de rapportage van 8 augustus 2008, opgemaakt door J.B. Seinen, psycholoog, en A.C. Bruijns, psychiater, blijkt dat verdachte ook daar heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een onderzoek. Observaties hebben geen aanknopingspunten opgeleverd voor de vaststelling van eventuele psychische stoornissen. Op grond van eerder uitgebrachte rapportages concluderen voornoemde rapporteurs dat het er alle schijn van heeft dat de gedragsproblemen, die verdachte sinds zijn tiende jaar vertoont, zich hebben getransformeerd tot een persoonlijkheidsstoornis. Het meest waarschijnlijke is dat deze persoonlijkheidsstoornis antisociaal van aard is, maar het onderzoek is te beperkt gebleven om daarover definitieve uitspraken te doen. Of en in hoeverre de gebrekkige ontwikkeling heeft doorgewerkt in de ten laste gelegde feiten, is in het onderzoek van het Pieter Baan Centrum niet duidelijk geworden.

Het hof acht verdachte derhalve strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep opgelegde straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal straatroven, alsmede twee pogingen daartoe. In elk van de zes gevallen werd daarbij geweld en/of bedreiging daarmee, in verschillende gradaties, gebruikt. Ten aanzien van de onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde feiten komt uit het dossier naar voren dat verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] op 18 oktober 2007, na enig alcohol- en softdrugsgebruik, het plan hebben opgevat om "aan geld te komen". [medeverdachte] heeft verklaard dat zij hebben gewacht op het invallen van de duisternis, donkere onopvallende kleding hebben aangetrokken, met muts/pet en capuchon, en zich elk voorzien hebben van een mes, afkomstig uit de keuken van verdachte. Zij zijn welbewust naar een stille en donkere locatie gefietst.

Het eerste slachtoffer van die avond werd door hen klemgezet tegen een brugleuning. Toen de man weerstand bood, heeft [medeverdachte] zijn mes te voorschijn gehaald en hem in de rug gestoken, terwijl verdachte het slachtoffer fouilleerde en van zijn eigendommen beroofde. Voorts hebben beiden getracht hem over de brugleuning te gooien. Naar later bleek werd een long van het slachtoffer geperforeerd als gevolg van de messteek/-steken. Verdachte en [medeverdachte] benaderden hun tweede slachtoffer met de vraag om een sigaret. Toen deze hen daarin ter wille was, hebben zij hem de doorgang belemmerd en hem een bedrag van € 10,- afgeperst. Daarna hebben zij de zakken van de man doorzocht, waarbij uit zijn jaszak een gsm en het pakje sigaretten zijn weggenomen. Verdachte heeft daarbij een mes op de keel van het slachtoffer gezet. Vervolgens hebben verdachte en [medeverdachte] een 80-jarige, fietsende vrouw klemgereden, haar beetgepakt, gesommeerd haar geld af te geven en daartoe haar jaszakken en fietstassen doorzocht. Ze bleek geen geld bij zich te hebben. Ten slotte hebben verdachte en [medeverdachte] een voetganger klemgezet met hun fiets, met de mededeling dat zij de man zouden gaan overvallen. De betreffende voetganger wist te ontkomen.

Uit het dossier blijkt voorts dat verdachte enkele weken eerder een meisje van haar tas heeft beroofd. Omdat zij de tas diagonaal over haar schouder droeg, kwam ze daarbij ten val. Vervolgens werd ze door verdachte over de grond getrokken. Ten slotte heeft verdachte in maart 2007 een bijna 70-jarige vrouw overvallen. Het slachtoffer werd daarbij op haar hoofd geslagen. Ook zij kwam ten val. Verdachte is weggefietst met medeneming van haar tas. Zijn vriendin was bij dit incident betrokken.

Het hof rekent verdachte zwaar aan dat hij berekenend en met volledige veronachtzaming van de integriteit van zijn slachtoffers financieel gewin heeft nagejaagd. Voor de slachtoffers is een dergelijke ervaring op het moment zelf vreesaanjagend en - doorgaans - gedurende een langere periode nadien traumatisch. Uit de aangiftes en de toelichting op de vorderingen van de benadeelde partijen blijkt dat de slachtoffers van het onder 1 en 2 ten laste gelegde daadwerkelijk doodsangst hebben gevoeld tijdens de confrontatie met verdachte en [medeverdachte]. Alle slachtoffers hebben te kampen met psychische gevolgen, zoals straatvrees, slapeloosheid, onzekerheid, huilbuien, een neiging tot voortdurend achterom kijken en/of verlies van vertrouwen in medemensen. Bezien in een bredere context doen dergelijke incidenten tevens de gevoelens van onveiligheid toenemen bij een ieder die zich in de openbare ruimte begeeft.

Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 6 augustus 2009, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten. Verdachte is geregistreerd als "veelpleger" en heeft diverse justitiële trajecten doorlopen, waaronder het traject Stelselmatige Daderaanpak voor Veelplegers. Dit heeft hem niet weerhouden in ernstige mate te recidiveren. Uit de ten overstaan van verbalisanten en ten overstaan van het hof afgelegde verklaringen alsmede zijn attitude tegenover hulpverleners en gedragsdeskundigen, zoals die in diverse rapportages is beschreven, leidt het hof af dat verdachte nauwelijks verantwoordelijkheid neemt voor de door hem gepleegde delicten. Hij heeft meermalen verklaard dat [medeverdachte] respectievelijk zijn vriendin de initiator daartoe waren en dat hij het met name tegenover het slachtoffer van feit 1 gebezigde geweld afkeurt. Anders dan de raadsman heeft het hof niet de indruk dat er bij verdachte sprake is van enig - werkelijk doorvoeld - inzicht in hetgeen hij zijn slachtoffers heeft aangedaan, noch van zelfinzicht. Verdachte lijkt zich voornamelijk te bekommeren om de onaangename situatie waarin hij zich thans bevindt en om zijn schade zoveel mogelijk te willen beperken. Zijn schriftelijke spijtbetuigingen aan de slachtoffers en de wijze waarop hij recentelijk een Risc-zelfrapportage heeft ingevuld, ziet het hof dan ook in de eerste plaats in het licht van het hiervoor overwogene.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat uit het oogpunt van vergelding een langdurige gevangenisstraf de enige passende sanctie is. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft het hof enerzijds gelet op de landelijk door de rechtbanken en gerechtshoven gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting, doch anderzijds ook op de relatief jeugdige leeftijd van verdachte en de nadelen van een zodanig lange verwijdering uit de samenleving, als voorgestaan door de advocaat-generaal. Met name dit laatste aspect maakt dat het hof tot een lagere straf komt dan in eerste aanleg is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Alles afwegende acht het hof een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Benadeelde partij I

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [plaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 1.900,- in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Het hof stelt vast dat de vordering betrekking heeft op schade, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde feit. Ook overigens komt deze het hof niet als onrechtmatig voor. De vordering is voorts door en namens verdachte niet bestreden. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] daarom toewijzen tot het bedrag van € 1.900,-.

Benadeelde partij II

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voorts gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 2], wonende te [plaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering ad € 1.174,03 in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Het hof stelt vast dat de vordering betrekking heeft op schade, die een rechtstreeks gevolg is van de onder 2 bewezen verklaarde feiten. Ook overigens komt deze het hof niet als onrechtmatig voor. De vordering is voorts door en namens verdachte niet bestreden. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] daarom toewijzen tot het bedrag van € 1.174,03.

Benadeelde partij III

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voorts gebleken, dat de benadeelde partij

[benadeelde 3], wonende te [plaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering ad € 188,45 in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Het hof stelt vast dat de vordering betrekking heeft op schade, die een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezen verklaarde feit. Ook overigens komt deze het hof niet als onrechtmatig voor. De vordering is voorts door en namens verdachte niet bestreden. Het hof zal de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] daarom toewijzen tot het bedrag van € 188,45.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 03-005856-03)

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Maastricht d.d. 20 december 2005 is veroordeelde veroordeeld tot - onder meer - zes maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is de proeftijd ingegaan op 4 januari 2006. De officier van justitie vordert d.d. 13 februari 2008 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde zes maanden gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten uitvoer gelegd, om reden dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de in de zaak met het parketnummer 17-880432-07 ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf van zes maanden.

Tenuitvoerlegging (parketnummer 17-880089-06)

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 3 augustus 2006 is veroordeelde veroordeeld tot - onder meer - vijf maanden gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is de proeftijd ingegaan op 23 augustus 2006. De officier van justitie vordert d.d. 25 januari 2008 dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde vijf maanden gevangenisstraf, ten aanzien waarvan bij voormeld vonnis bevel was gegeven, dat deze voorwaardelijk niet zou worden ten uitvoer gelegd, om reden dat veroordeelde zich voor het einde van voormelde proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de in de zaak met het parketnummer 17-880432-07 ten laste gelegde feiten.

Nu gebleken is dat veroordeelde de hiervoor bewezen verklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde gevangenisstraf van vijf maanden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14g, 36f, 45, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte onder 1, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2, 3 primair, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van acht jaren;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], wonende te [plaats], tot een bedrag van duizend negenhonderd euro, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend negenhonderd euro ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1], [plaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van negenentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 2], wonende te [plaats], tot een bedrag van duizend honderdvierenzeventig euro en drie cent, met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van duizend honderdvierenzeventig euro en drie cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2], [plaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van eenentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 3], wonende te [plaats], tot een bedrag van honderdachtentachtig euro en vijfenveertig cent, met dien verstande, dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdachtentachtig euro en vijfenveertig cent ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 3], [plaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, met dien verstande dat indien de mededader van veroordeelde dit bedrag of een gedeelte daarvan heeft betaald, de veroordeelde in zoverre is of zal zijn bevrijd;

bepaalt dat indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermelde bedragen, de verplichting om te voldoen aan de vorderingen van de benadeelde partijen komt te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vorderingen van de benadeelde partijen heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de meervoudige kamer te Maastricht van 20 december 2005 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van zes maanden;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de meervoudige kamer te Leeuwarden van 3 augustus 2006 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Wemes en de griffier voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.