Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7128

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-08-2009
Datum publicatie
08-09-2009
Zaaknummer
08-00301
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting.

Verwijzingsprocdure HR 27 juni 2008, nr. 43654. Geen nieuw feit voor navordering en verlengde navorderingstermijn is niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2009/63.8 met annotatie van Redactie
FutD 2009-1936
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 08/00301

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1997 tot en met 2002

nummer :

mondelinge behandeling : op 25 augustus 2009 te Arnhem

waarbij verschenen : belanghebbende en zijn gemachtigde, alsmede de Inspecteur.

gronden:

1. Op het beroepschrift in cassatie van belanghebbende heeft de Hoge Raad bij arrest van 27 juni 2008, nr. 43.654, BNB 2008/238, de uitspraak van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 19 juli 2006, nr. 05/00079, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht en de proceskosten, vernietigd en de zaak ter verdere behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest, verwezen naar dit Hof.

2. De Inspecteur heeft zich ter zitting, gehoord het voorlopige oordeel van het Hof, alsnog neergelegd bij het standpunt van belanghebbende dat in het onderhavige geval de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is en hij, de Inspecteur, bovendien niet een zogenoemd nieuw feit heeft dat de navorderingsaanslagen rechtvaardigt omdat de late verwerking door de FIOD van de uit België afkomstige gegevens de Inspecteur als een ambtelijk verzuim moet worden aangerekend.

3. Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch had reeds de navorderingsaanslagen over 1995 en 1996 vernietigd alsmede de boetebeschikkingen, en – naar dit Hof begrijpt – de opgelegde verhogingen over 1995 tot en met 1997 verminderd tot nihil. Het vorenomschreven nadere standpunt van de Inspecteur betekent dat het beroep ook voor het overige gegrond is en de opgelegde navorderingsaanslagen over de jaren 1997 tot en met 2002 moeten worden vernietigd. Het Hof heeft aldus beslist en ter zitting de onderhavige uitspraak gedaan.

proceskosten:

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op € 483 aan vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand (conclusie na verwijzing en verschijnen ter zitting) en een bedrag voor reis- en verblijfkosten van belanghebbende die, nu belanghebbende dienaangaande geen andere of meer kosten heeft opgegeven, door het Hof in goede justitie worden vastgesteld op € 45.

beslissing:

Het Gerechtshof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraken waarvan beroep;

- vernietigt de onderhavige navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 1997 tot en met 2002, en

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 528 en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

Aldus gedaan op 25 augustus 2009 door mr. J.P.M. Kooijmans, voorzitter, mr. J. Lamens en mr. M.C.M. de Kroon, raadsheren.

De beslissing is op dezelfde datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

(A. Vellema) (J.P.M. Kooijmans)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij

de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),

Postbus 20303,

2500 EH Den Haag.

Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.