Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7021

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-09-2009
Datum publicatie
07-09-2009
Zaaknummer
24-001760-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is ter zake van diefstal in vereniging, opzetheling en overtreding van de Opiumwet veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk en een werkstraf voor de duur van zeventig uren, subsidiair 35 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001760-09

Parketnummer eerste aanleg: 07-600910-07, 07-601123-08 en 07-602635-08

Arrest van 4 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 19 december 2008 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07-600910-07, 07-601123-08 en 07-602635-08 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A, zaak B en zaak C tegen:

[verdachte],

geboren op [1981] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. H. Polat, advocaat te Lelystad.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven, alsmede beslist op de vordering van de benadeelde partij.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het in zaak B en zaak C ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de aan verdachte in de zaak A, onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen hechtenis.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

In zaak A

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 december 2006 tot en met 13 december 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het winkelbedrijf C1000 (filiaal [naam] heeft weggenomen tien, in elk geval één of meerdere, fles(sen) drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het winkelbedrijf C1000 (filiaal [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 november 2006 tot en met 25 november 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een (lig)fiets heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (lig)fiets wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 december 2006 tot en met 13 december 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bewezenverklaring

Het hof acht het in de zaak A onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen, met dien verstande, dat:

In de zaak A

1.

hij in de periode van 12 december 2006 tot en met 13 december 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het winkelbedrijf C1000, filiaal [naam] heeft weggenomen meerdere flessen drank, toebehorende aan het winkelbedrijf C1000, filiaal [naam];

2.

hij in de periode van 24 november 2006 tot en met 25 november 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], een ligfiets heeft verworven, terwijl hij ten tijde van het verwerven van die ligfiets wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij in de periode van 12 december 2006 tot en met 13 december 2006 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,8 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A, onder 1., 2. en 3. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

In zaak A

1. diefstal door twee of meer verenigde personen

2. opzetheling

3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gelet op het volgende.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal en heling. De verdachte heeft door het plegen van diefstal financiële schade toegebracht aan het winkelbedrijf C1000 en heeft er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Verdachte heeft tevens door zich schuldig te maken aan heling bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen. Verdachte droeg tijde van zijn aanhouding tevens amfetamine bij zich.

Het hof heeft voorts gelet op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, d.d. 16 juli 2009, waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegende acht het hof de door de politierechter opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het in de zaak B en C ten laste gelegde;

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, voor zover aan hoger beroep onderworpen, en in zoverre opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak A, onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A, onder 1., 2. en 3. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van zeventig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfendertig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. H. Kalsbeek, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Kalsbeek voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.