Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ6442

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
28-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
24-001039-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt ter zake van het in bezit hebben van heroïne veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 44 uren, subsidiair 22 dagen hechtenis. Voorts gelast het hof de tenuitvoerlegging van een verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 24-001039-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-461239-07 en 07-400375-05 (tul)

Arrest van 28 augustus 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 4 januari 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1979] te [geboorteplaats],

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

niet ter terechtzitting verschenen.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 44 uren, subsidiair 22 dagen hechtenis. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging, van de verdachte bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 21 november 2005 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, zal toewijzen.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 juni 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Bewezenverklaring

Het hof acht ten aanzien van verdachte bewezen dat:

hij op 20 juni 2007 in de gemeente [gemeente] opzettelijk aanwezig heeft gehad 3,8 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder c, van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 20 juni 2007 3,8 gram heroïne in zijn bezit gehad. Het betreft hier een grotere hoeveelheid heroïne dan voor eigen gebruik verondersteld mag worden.

Het hof houdt rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentaireregister d.d. 20 mei 2009 waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het hof zal verdachte, conform de straf die de rechtbank heeft opgelegd en de vordering van de advocaat-generaal, een werkstraf van na te melden duur opleggen.

Tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 21 november 2005, is verdachte (onder meer) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaren. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting van het hof is voormeld vonnis onherroepelijk geworden op 6 december 2005. De proeftijd is eveneens ingegaan op 6 december 2005. De officier van justitie heeft op 1 oktober 2007 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf, aangezien verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Nu gebleken is dat verdachte het hiervoor bewezenverklaarde feit heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande de tenuitvoerlegging gelasten van voormelde straf.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 14g, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van vierenveertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van tweeëntwintig dagen zal worden toegepast;

gelast de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde bij vonnis van de politierechter te Zwolle-Lelystad van 21 november 2005 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:

een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. M.F.H.M. van Haastert, in tegenwoordigheid van mr. M. Koster als griffier, zijnde mr. Van Haastert voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

-