Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4660

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-08-2009
Datum publicatie
05-08-2009
Zaaknummer
21-003663-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

"Schuldigverklaring zonder oplegging van straf (9a Sr) met oplegging van (schade)maatregel (36f Sr)".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Sector strafrecht

Parketnummer: 21-003663-08

Uitspraak d.d.: 3 augustus 2009

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Arnhem van 29 augustus 2008 in de strafzaak tegen

[verdachte]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 juli 2009 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr R. Herregodts, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

primair:

hij op of omstreeks 3 april 2008 te Nijmegen met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, [straatnaam], in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (personen)auto

([merk], [type], [kleur], [kenteken], welk

geweld bestond uit het op de motorkap van voornoemde (personen)auto gaan

liggen en/of gaan zitten en/of (vervolgens) [getuige] op het dak van

voornoemde (personen)auto te zetten/tillen;

subsidiair:

hij op of omstreeks 3 april 2008 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een

(personen)auto ([merk], [type], [kleur], [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt door

opzettelijk op de motorkap van voornoemde (personen)auto te gaan liggen/zitten

en/of (vervolgens) [getuige] op het dak van voornoemde (personen)auto te

zetten en/of te tillen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 april 2008 te Nijmegen

opzettelijk en wederrechtelijk een

personenauto ([merk], [type], [kleur], [kenteken]),

toebehorende aan [benadeelde partij],

heeft beschadigd door

[getuige] op het dak van voornoemde personenauto te

zetten en/of te tillen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op het misdrijf:

ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft een huisgenote van de eigenaresse van de auto opgetild en op het dak van de auto van de benadeelde partij gezet. Hierdoor is er schade (een deuk) ontstaan.

Gelet op de beperkte ernst van hetgeen bewezen is verklaard wordt een zaak, zoals de onderhavige, normaliter afgedaan door oplegging van een geldboete. Het hof acht het echter van groter belang dat verdachte, zoals ook door hem is toegezegd, de schade aan de benadeelde partij zal vergoeden. Hiervan uitgaande zal het hof onder toepassing van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht oplegging van een straf, ook in voorwaardelijke vorm, achterwege laten. Wel zal het hof met inachtneming van het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht een maatregel opleggen en wel de schadevergoedingsmaatregel. Hoewel de wet daarin niet expliciet voorziet, moet aangenomen worden dat het stelsel van de wet zich er niet tegen verzet dat de schadevergoedingsmaatregel met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht zelfstandig wordt opgelegd.

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,--. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot het hierna te noemen bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9a, 24, 24c, 36f en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Bepaalt dat geen straf wordt opgelegd.

De vordering van de benadeelde partij:

Veroordeelt verdachte aan de benadeelde partij, [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 300,-- (driehonderd euro).

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij, genaamd [benadeelde partij], een bedrag te betalen van € 300,-- (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij inzoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr J.M.J. Denie en mr J.H.M. Zwinkels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van G. Heeres, griffier,

en op 3 augustus 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr J.H.M. Zwinkels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.