Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ4263

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
07-07-2009
Datum publicatie
30-07-2009
Zaaknummer
24-002038-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte had pistool met bijbehorende munitie voorhanden. Gelet op persoonlijke omstandigheden verdachte oplegging van voorwaardelijke gevangenisstraf en onvoorwaardelijke werkstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 24-002038-08

Parketnummer eerste aanleg: 07-607222-07

Arrest van 7 juli 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 april 2008 in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1974] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

verschenen in persoon.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij op of omstreeks 13 juni 2007 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten

- een pistool (merk walther spec. ausf.kaliber 7.65 mm) en/of

- een pistool (merk Star (kaliber 9mm/.380) en/of

munitie van categorie III, te weten acht patronen (kaliber 7.65 mm) en/of zeven patronen (kaliber 9mm/.380), voorhanden heeft gehad.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 juni 2007 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, een wapen van categorie III, te weten

- een pistool (merk Star (kaliber 9mm/.380) en

munitie van categorie III, te weten zeven patronen (kaliber 9mm/.380), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

met betrekking tot het wapen:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

met betrekking tot de munitie:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft bij het bepalen van de straf gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder gelet op het navolgende.

Verdachte heeft op 13 juni 2007 in de woning van zijn mededader een vuurwapen (pistool) en bijbehorende munitie voorhanden gehad. Dit wapen was doorgeladen, en dus gereed voor direct gebruik. Het voorhanden hebben van een doorgeladen vuurwapen levert een grote mate van gevaarzetting op. Daar komt bij dat het verdachte, blijkens zijn verklaring ter terechtzitting van het hof, kennelijk ook te doen was om deze gevaarzetting. Verdachte verklaarde immers dat hij speciaal naar Maastricht was gereisd om dit wapen met bijbehorende munitie aan te schaffen in verband met zijn imago, zodat hij kon aantonen ook daadwerkelijk over een vuurwapen met munitie te beschikken.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof voorts gelet op het de verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie van 12 maart 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens soortgelijke delicten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken. Verdachte heeft in dit verband verzocht hem een werkstraf op te leggen in verband met behoud van zijn werk.

Het hof is op grond van het bovenstaande van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en noodzakelijk is. Het hof zal daarnaast een werkstraf opleggen.

Het hof komt tot een andere strafoplegging dan door de advocaat-generaal gevorderd, omdat het hof tot een bewezenverklaring komt van 1 pistool in plaats van 2 pistolen en tegen die achtergrond de gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te grote impact zal hebben op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c(oud), 22d, 47, 57 (oud) en 63 (oud) van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden;

beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van honderdtwintig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. K. Lahuis, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.