Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2009:BJ1306

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-06-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
TBS 2009/038
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gelet op de beschouwing van het tijdsverloop in het perspectief van de ernst van de delicten, tezamen met de aard van de stoornis en het actuele recidivegevaar, zou een verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging in casu disproportioneel zijn. Het hof acht het delictgevaar thans gereduceerd tot een zodanig aanvaardbaar niveau dat de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Daarbij neemt het hof in ogenschouw de toezegging van de kliniek om ook bij een beëindiging van de maatregel van betrokkene, een consultatiefunctie te vervullen voor betrokkene. Het hof betreurt het dat de reclassering desgevraagd ter zitting heeft aangegeven niets te kunnen doen voor betrokkene bij beëindiging van de maatregel, daar zij dit niet tot hun taak rekenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM

TBS 2009\038

Beslissing d.d. 30 juni 2009

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[Terbeschikkinggestelde],

Geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende in [verblijfplaats].

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 november 2008, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Het hof beschouwt als hier herhaald en ingelast de inhoud van de tussenbeslissing van het hof van 9 april 2009.

Overwegingen:

• Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken, hetgeen de getuige-deskundigen ter terechtzitting in hoger beroep hebben verklaard en daar het tot een andere beslissing komt.

• De terbeschikkingstelling van betrokkene is ingegaan op 24 augustus 1994 en loopt dus thans meer dan vijftien jaren. Dit tijdsverloop in relatie tot de ernst van het delict waarvoor de terbeschikkingstelling is opgelegd [diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen] moet mede in aanmerking worden genomen bij de verlengingsbeslissing.

Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en van de maatschappij naar mate de maatregel van terbeschikkingstelling langer duurt het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen. Gelet op de beschouwing van het tijdsverloop in het perspectief van de ernst van de delicten, tezamen met de aard van de stoornis en het actuele recidivegevaar, zou een verlenging van de maatregel van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging in casu disproportioneel zijn.

• In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Uit de advisering volgt dat betrokkene is gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en borderline trekken. Bij betrokkene is geen sprake van een psychiatrisch toestandsbeeld. Het risico op een delict gelijk aan het indexdelict wordt ten aanzien van betrokkene op de korte termijn als matig ingeschat. Op de lange termijn is het recidiverisico afhankelijk van het abstinent blijven van middelen door betrokkene. Hoewel betrokkene in de afgelopen periode in de mogelijkheid verkeerde om drugs te gebruiken -omdat er in drugs werd gehandeld op de behandelafdeling van betrokkene- heeft hij zich hier van weerhouden, gelet op het feit dat alle urinecontroles negatief waren. Er zijn sinds 2005 geen terugvallen in drugsgebruik van betrokkene gemeld. Betrokkene is de laatste jaren niet overgegaan tot ernstig gewelddadig gedrag. Met betrekking tot de copingvaardigheden van betrokkene is gebleken dat betrokkene zich terug kan trekken als er sprake is van stressvolle situaties en dat hij de neiging kan hebben meer zijn eigen gang te gaan. Betrokkene zoekt echter wel contact en is bereid naar oplossingen te zoeken. Ondanks alle stress rondom zijn terugplaatsing heeft betrokkene zich de afgelopen maanden goed staande kunnen houden. De weekendverloven die betrokkene tijdens zijn verblijf op De Wiem praktiseerde zijn allen zonder incidenten verlopen.

De verlofmachtiging van betrokkene is in oktober 2008 ingetrokken naar aanleiding van een incident op 2 oktober 2008, waarvan uiteindelijk niet gebleken is van betrokkenheid van betrokkene bij het incident. Een nieuwe verlofaanvraag voor betrokkene -voor bijvoorbeeld transmuraal verlof- zal naar de kliniek inschat, gelet op de huidige strenge kaders binnen de verlofverlening, veel tijd met zich brengen. Voorgaande is de reden dat de kliniek aanstuurt op een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van betrokkene.

Gelet op het bovenstaande acht het hof het delictgevaar thans gereduceerd tot een zodanig aanvaardbaar niveau dat de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Het hof is -evenals de advocaat-generaal- van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen en dat de terbeschikkingstelling dient te worden beëindigd. Het hof neemt daarbij in overweging dat de kliniek zich op het standpunt heeft gesteld ten aanzien van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van betrokkene niet te willen voorzien in een time-out mogelijkheid voor betrokkene. Novadic-Kentron Verslavingsreclassering heeft zich echter op het standpunt gesteld dat een time-out mogelijkheid voor betrokkene als escape noodzakelijk is binnen een traject onder voorwaarden.

Het hof neemt daarbij tevens in overweging dat uit het reclasseringsrapport naar voren komt dat betrokkene reeds zelf stappen heeft gezet richting de Forensisch Psychiatrische Polikliniek het DOK en de NA Anonieme Verslaafden Breda. Bij een beëindiging van de maatregel zal betrokkene intrekken bij zijn partner, met wie hij reeds gedurende 23 jaar een relatie heeft. Betrokkene heeft een WSW status en zal in afwachting op werkzaamheden bij de Sociale Werkvoorziening, in ieder geval direct vrijwillige werkzaamheden kunnen gaan verrichten. Bij beëindiging van de maatregel heeft betrokkene recht op een WAJONG uitkering. Daarbij neemt het hof in ogenschouw de toezegging van de kliniek om ook bij een beëindiging van de maatregel van betrokkene, een consultatiefunctie te vervullen voor betrokkene. Het hof betreurt het dat de reclassering desgevraagd ter zitting heeft aangegeven niets te kunnen doen voor betrokkene bij beëindiging van de maatregel, daar zij dit niet tot hun taak rekenen.

Beslissing:

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 november 2008 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.

Aldus gedaan door

mr Mintjes als voorzitter,

mrs Stolwerk en Rutgers van der Loeff als raadsheren,

en drs Poll en dr Raes als raden,

in tegenwoordigheid van Bakkenes als griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2009.

Mr Rutgers van der Loeff en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.